home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


architect

 

architect

De etymologie van architect vanuit het Grieks laat zien dat het woord bestaat uit twee concepten: archŤ of arkhi (begin, eerste, opper-) of arkhon (heerser) en technŤ of tekton (timmerman). Een architect is dus de "initiatiefnemer tot de bouw", degene die aan het begin staat van de uitvoering van een gebouw en er tijdens de bouw soms nog bij betrokken wordt.




De architect is deskundig op esthetisch en technisch gebied, degene die architectuur bedenkt, plant en laat uitvoeren. De architect vertegenwoordigt de opdrachtgever tijdens het gehele bouwproces. Hij verzorgt bijvoorbeeld het ontwerp, maakt het bestek en de tekeningen, stelt de kostenbegroting op, verzorgt de aanbesteding (welke aannemer het werk gaat maken), houdt soms toezicht op de uitvoering, pleegt overleg met de verschillende instanties.

Vaak schakelt de architect een bouwkundig ingenieur of constructeur in voor de diepgaander technische aspecten. Een treffende uitspraak was: "Architecten bouwen niet, zij ontwerpen"; maar ook: "De architect beheerst de ruimtelijke organisatie" en: "In de architectuur gaat het om het creŽren van ervaringen door middel van massa en ruimte."

Ondanks de vaak wollige taal waarmee architectonische keuzen worden verklaard, lijkt het gelukkig of de architect altijd zoekend blijft, nooit echt volwassen wordt, maar daardoor juist soms naÔeve, onbevangen, ontroerende, interessante uitingen heeft. Soms zijn de ontwerpen ook opzettelijk "anders", maar vaak ook gewoon een afweging tussen functioneel en kunstzinnig, tussen nuttig en decoratief, tussen modern en romantiserend. Het architectonisch ontwerp als resultante is vaak een afspiegeling van de "tijdgeest", in engere zin mode te noemen, in bredere zin stroming of bouwstijl. Een gebouw laat je identiteit zien.

Sinds de crisis van 2008 zijn architecten zich meer bewust van het belang van de klant (gebruiker): architectuur moet uitgaan van de mensen die gebruikmaken van het bouwwerk. 

Prof. dr. Nico Nelissen plaatst architectuur in een "octogoon" (achthoek) van elementen die bij elk project een rol spelen: 
opdrachtgever, programma van eisen, site (locatie), wet- en regelgeving, materialen en techniek, kosten, ecologische aspecten en vormgeving.
Elk element staat niet op zichzelf, maar bevindt zich in een maatschappelijke, culturele en economische context. Vaak zal de architect daarom strijd moeten voeren om tot het voor hem beste resultaat te komen. Niet altijd is dat het beste voor de opdrachtgever of de gebruiker. Architecten die alleen maar het beste met de mensheid voorhebben, worden utopisten genoemd (utopisten zijn mensen met vergaande idealen die deze in zo ver mogelijk detail wil uitvoeren).

In de Japanse cultuur krijgt architectuur een andere dimensie. Binnen deze cultuur betekent "Ma" ruimte, maar meer dan alleen de geologische ruimte (waar in het Westen naar gerefereerd wordt met onze term "ruimte"): ook het ervaren van die ruimte door de mens valt in de Japanse cultuur namelijk onder dit begrip, de omslotenheid, beslotenheid, geborgenheid. Architectuur is in de Japanse cultuur de kunst van het creŽren van een specifieke Ma in zijn uiteindelijke fysieke vorm.

Een oude term voor architect is bouwmeester; naast "creatieve ontwerper" was deze ook bouwtechnisch bezig en hield ook toezicht op de bouw (dat laatste zou wellicht het aantal bouwfouten en daarmee de faalkosten kunnen verlagen, maar het kan ook het vrije, onbegrensde denken van de architect tegenhouden...). Een bouwmeester was bijna architect ťn constructeur in ťťn; zie eventueel bij bouwloods.

Of een gebouw waarde heeft, is altijd discutabel (zeker als je het begrip schoonheid erbij betrekt), maar Vitruvius leert ons dat een bouwwerk waardevol is als aan Venustas (uiterlijke schoonheid), Utilitas (nut, doelmatigheid, gebruiksvriendelijkheid) en Firmitas (degelijkheid, stevigheid, duurzaamheid) voldaan wordt.

Architectuurgeschiedenis
De architectuurgeschiedenis is vrijwel altijd uitgegaan van de (bouw)stijl, omdat architectuur zich daarmee verheft boven het technische bouwen. Sieger Vreeling schrijft in Geen stijl, pleidooi voor een rijkere architectuurgeschiedenis onder meer: 
"Stijl is voor architectuurhistorici een middel om gebouwen te ordenen en dateren. Er is een tweede reden waarom kunstzinnige vormgeving - design - zo'n belangrijke rol speelt in de standaardwerken: schoonheid verheft - in de negentiende-eeuwse visie - bouwkunde tot bouwkunst."
Vreeling vermeldt ook het voorwoord van Nederlandse bouwkunst: een geschiedenis van tien eeuwen architectuur van Koen Kleijn, Jos Smit en Claudia Thunnissen, waarin zij blijk geven van een bredere opvatting van architectuur:  
"Architectuurgeschiedenis is niet meer alleen de geschiedenis van grote architecten, gebouwen en theorieŽn, maar houdt zich ook bezig met het gecompliceerde samenspel van factoren - esthetische, sociale, politieke, cultuurhistorische, economische, psychologische, religieuze, constructietechnische en toevallige - dat de wording van een gebouw heeft bepaald." 
Frank Havermans: "Modernisme zit zo sterk in onze cultuur gebakken dat bijna niemand zich ervan los kan maken. (...) Nieuwsgierig blijven en kiezen voor je vrijheid."

Verandering van de rol van de architect
Door de financiŽle crisis is de bouwsector aan het veranderen van een aanbodgestuurde naar een vraaggestuurde markt: opdrachtgevers en gebruikers zijn steeds meer betrokken bij de bouw. Technische hulpmiddelen om de klant een beeld te geven van een nog te realiseren bouwwerk zijn driedimensionale ontwerpen en zelfs virtuele wereld waardoor de opdrachtgever of gebruiker door dat bouwwerk kan lopen. Het mooiste zou zijn als de opdrachtgever de context specificeert (de vraag) en aanbieders met eigen producten komen, producten die met veel variabelen de wensen van de opdrachtgever kan vervullen, zoals we een auto uitsluitend vanuit de functionele specificaties kiezen; op die manier ontwerpen en bouwen is een  vorm van industrieel, flexibel en demontabel (ifd) of een soort bouwen met lego (voor elke bouwsteen en functie in een bouwwerk een apart lego-blok, standaard plug-in bouwsteen).

Door al dat soort veranderingen in de maatschappij, en de beleving van de klant, is er een terugverandering merkbaar van de rol van "de" architect van ontwerper naar bouwmeester:
- Door de financiŽle crisis wordt minder gebouwd; de architect kan op meer vlakken zijn kennis en kunde bewijzen en is met meer partijen in gesprek.
- Door de gecompliceerdheid van veel bouwprojecten (en van de wetgeving, ook in internationaal verband) moet een architect van meer deelgebieden verstand hebben.
- De architect is wellicht de enige die het geheel van een groot bouwproject kan overzien, zonder echt van alles diepgaande kennis te hoeven hebben; overredingskracht en vasthoudendheid die veel architecten eigen zijn, kunnen hier goed gebruikt worden.
- Omdat grote opdrachtgevers de architect alleen laten inschrijven wanneer die de laatste 2 tot 5 jaar een vergelijkbaar object hebben ontworpen en hebben gebouwd (school, zwembad, museum, dierentuin e.d.), komen architecten die daar wellicht juist goede oplossingen voor hebben, niet snel aan bod.
- Omdat de leverancier van bouwelementen verantwoordelijk is voor deugdelijkheid, bruikbaarheid e.d., is er (soms) geen aannemer meer nodig die normaliter het contact onderhoudt met leveranciers. De coŲrdinerende rol van de aannemer kan vaak door de architect worden overgenomen.
- De architect heeft "creativiteit met gevoel voor realisme" (Archivolt bouwkundig ontwerpbureau).
- "Het ontwerpen van iconen staat minder op de agenda dan enige jaren geleden" (de olifantenkooi).
- "Het beter op de hoogte zijn van elkaars werkwijze in de beroepspraktijk kan vernieuwende concepten en strategieŽn opleveren" (de olifantenkooi).
- Het architectenbureau is soms meer een projectorganisatie waarbij tijdelijk bijvoorbeeld kunstenaars, technici, milieudeskundigen en (andere) wetenschappers plaatsnemen.
- Als je voor anderen dan de opdrachtgever bouwt (bijna altijd bij kantoorgebouwen e.d.), dan kan de architect zich afvragen of de werkelijke gebruikers zich in het gebouw wel op hun gemak kunnen voelen.
- Exploitatie en onderhoud krijgen, vooral de wederkerende kosten ervan, meer aandacht. Veel klanten willen niet alleen maar een architectonisch goed bouwwerk, maar ook een energiezuinig gebouw dat eenvoudig te exploiteren en te onderhouden is en in de toekomst simpel is aan te passen aan en nieuwe functie (uitstraling en oog voor de toekomst).
- Architecten richten zich ook op andere aspecten, waardoor een architectenbureau meer een multi-disciplinair ontwerpbureau wordt:
    . ondernemerschap (het meedenken hoe je een bouwproduct aan de man brengt)
    . herbestemming en renovaties 
    . creativiteit (ook het interieur van gebouwen en de gebouwomgeving krijgen meer aandacht)
    . "groendenken" (passiefhuizen, groendaken, warmte-koude-opslag, in het ontwerp geÔntegreerde zonnepanelen, ecologie e.d.)
    . innovaties (technische innovaties, lego-achtige bouw)
    . bouwpathologie.
- Door digitale applicaties zoals BIM, 3D-scannen (huidige situatie bij bijvoorbeeld herbestemming) e.d. kan voor de architect (en de andere partners in de bouwwereld) zijn wat MS-Word of Excel is voor de leek: misschien niet altijd ideaal maar wel een vanzelfsprekendheid. Klanten eisen vaak dat het in BIM wordt gezet (met reden!). De architect kan via digitalisering contact onderhouden met bijvoorbeeld leveranciers en installateurs. 
- De klant wil ook steeds vaker virtual reality om het eindresultaat al bij het voorlopig ontwerp te kunnen "zien".
- Door allerlei extra vormen in het ontwerpproces (Design & Construct, Design Build Finance Maintain e.d.) is het aandachtsgebied omvangrijker
- De term "performatief" heeft betrekking op de manier waarop een ontwerpopdracht wordt vormgegeven: niet zozeer de uiterlijke kenmerken van een gebouw, brug of ander kunstwerk zijn belangrijk, maar begrippen als dynamiek, het altijd tijdelijke en veranderlijke karakter, de ruimtelijke beleving en vooral beweging spelen de hoofdrollen. De performatieve architect dient zich bewust te zijn van deze effecten, door veranderingen aan of zelfs van het gebouw. Denk bijvoorbeeld aan de rolbrug Paddington Basin (Londen) of de kantelbrug Millennium Bridge (Gateshead/Newcastle), maar ook van kleur veranderende gevels zijn performatief. Het bouwwerk wordt wel een soort spektakelstuk (zie supermodernisme). Het gaat de architect hier dus bijvoorbeeld niet om een functioneel flexibel bouwwerk dat in de toekomst mee kan veranderen met de behoefte, maar uitsluitend om het ervaren van de dynamiek van het gebouw.
- Via robotisering van de bouw kan bijvoorbeeld via 3D-printen een gebouw worden "opgebouwd", onder veel voorwaarden nog maar er zijn steeds meer voorbeelden. Naast creatief ontwerper heeft de architect hierin ook (weer) een meer technische rol: wat kan wel en wat niet met deze vorm van printen.
- In de wat verdere toekomst wellicht: om goede beslissingen te nemen bij de keuzes van meer plug-in-bouwelementen ("maximaal prefabben", bouwdelen die op locatie meer of minder automatisch ingesteld kunnen worden) luistert de architect naar de wensen van de opdrachtgever en is meer een slimme en afwegende samensteller dan een kunstenaar/ontwerper.
- Door de (te) overheersende rol van "het milieu" ťn de financiŽle problemen van steden ťn de dadendrang van veel wethouders worden steeds meer parkeerplaatsen opgeofferd. In Rotterdam centrum is er zelfs geen parkeereis meer (geen minium aantal parkeerplaatsen per wooneenheid). Dat is niet echt ten gunste van de klanten, maar als architect ben je helaas wel gehouden aan wat projectontwikkelaar en gemeente samen beslissen

Een verhaaltje van Sjoerd Soeters dat hij aan studenten voordraagt, wat gechargeerd maar wel herkenbaar (bron Cobouw 5 mei 2011)
"Er staat een man in het landschap naast een steen. De steen is een zitplek. Naast de steen staat een boom, deze geeft schaduw. In de wolken zijn de goden. De basisvraag voor een architect is: hoe ga je deze man een woonplek geven? Er zijn twee soorten architecten. 
- De eerste is de architect-god: hij smijt een geniaal plan omlaag uit de wolken, de man moet het ermee doen. 
- De tweede is een mens die naast de man op de steen gaat zitten en vraagt: 'Wat heb je nodig.' 
De eerste architect is de creationist, deze maakt esthetische plannen, doodse plannen die na 30 jaar rijp zijn voor de sloop. De tweede architect is de darwinist, hij gaat kijken naar de verlangens, onderzoekt alles wat nodig is, maakt een voorstel, onderzoekt verder, tot alle wensen optimaal vormgegeven zijn. De belangrijkste vraag van de tweede architect is: hoe breng ik het tot leven, op zo'n manier dat het eindeloos door kan ontwikkelen." 

Specialisaties
Veel architecten hebben zich gespecialiseerd in bepaalde typen gebouwen of bouwwerken. Typen zijn bijvoorbeeld kantoren, winkelcentra, theaters, dierentuinen, kerken, theaters, musea, medische centra, infrastructuur (gww zoals wegen, waterwegen, vliegvelden en kunstwerken als sluizen, bruggen, viaducten e.d.). Op deze manier weet de opdrachtgever dat de architect of het architectenbureau voldoende ervaring heeft om bepaalde ontwerpen te maken.

Een overzicht van zeer veel Nederlandse architecten (klik bij overzicht op "alle architecten")


Met dank aan o.m. Marnix van der Meer (Zecc).

Zie ook bijvoorbeeld aannemer (aandachtspunten en tips bij offerte en uitvoering), architectuur, conceptueel bouwen, integraal ontwerpen, bouwteam, cultuur, duurzaam bouwen, ontwerpen, ritmiek, textuur

Eng. architect; uitvoerend architect is responsible architect