home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


circulaire economie

 

circulaire economie

Ook, soms: blue economy. "Circulaire Economie is een economisch systeem dat de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen als uitgangspunt neemt en waardecreatie in iedere schakel van het systeem nastreeft."

Circulaire economie is de veralgemenisering van het principe cradle-to-cradle. Bij cradle-to-cradle wordt afval gezien als grondstof voor hetzelfde of een ander proces.
Bij cradle-to-cradle wordt meestal van het producerende bedrijf uitgegaan: afval van het bedrijf wordt weer gebruikt in het bedrijf zelf en na het leven van het product wordt het weer ingezameld om, meestal na een behandeling, opnieuw te gebruiken.
De term circulaire economie bouwt dit cradle-to-cradle-principe uit naar de "volledige" productie-economie. Simpel gesteld wordt een technisch proces afgebeeld als lineair proces en een biologisch proces als circulair. In de natuur bestaat eigenlijk geen afval: alle afval wordt op een of andere manier weer nuttig gebruikt. In de ideale technische economie vormen alle ingezamelde, gebruikte/verbruikte materialen de grondstof voor nieuwe producten.

Het streven van circulaire economie is (uit het Programma "Van Afval Naar Grondstof"):
- duurzaam omgaan met natuurlijke bronnen (sustainable sourcing)
- zuinig omgaan met grondstoffen (resource efficiency)
- slim ontwerpen van producten (eco-design en substitutie van niet duurzame materialen)
- materialen en voorwerpen langer en meerdere keren gebruiken (hergebruik en reparatie) 
- optimaal benutten van reststromen (zo hoogwaardig mogelijk hergebruik).

De overgang van een lineaire naar een circulaire economie is niet gemakkelijk. Langere tijd zal er een tussenfase zijn, waarbij een deel van de producten en materialen goed herbruikbaar is en een ander deel nog niet.

Hergebruik
De manier waarop hergebruik plaatsvindt, is afhankelijk van de technische en financiŽle mogelijkheden (je moet wel realistisch blijven). Doel is zo hoogwaardig mogelijk te hergebruiken (ook bekend onder 5R of 6R), dus om zo lang mogelijk het moment uit te stellen waarop een product onbruikbaar "afval" wordt en verbrand of gestort moet worden: 
- re-use, re-sale: opnieuw gebruiken of verkopen, indien het product nog niet defect of verouderd is (denk ook aan "Lego-blokken", die bevorderen 100% hergebruik)
- repair: repareren, indien het product defect is, maar nog te goed genoeg is om weg te doen
- refurbish: renoveren, indien het product nog goed is maar verouderd (niet voldoet aan de actuele eisen)
- remanufacture: herfabriceren, wanneer onderdelen hergebruikt kunnen worden
- recycle: herwinnen, waarbij uit oude producten de grondstoffen worden teruggewonnen die weer worden gebruikt bij het fabriceren van nieuwe producten (secundaire grondstoffen)
- verbranden of storten ("rot"): als recyclen niet mogelijk is (technisch of financieel), kan mogelijk het materiaal gecomposteerd of verbrand worden (en zo energie opleveren).

Een voorwaarde voor alle hergebruik is de mate waarin de onderdelen van het gebouwde demontabel zijn; dan pas kunnen onderdelen worden hergebruikt. Belangrijk is ook welke inspanning het vraagt om de onderdelen te demonteren; vaak zijn de kosten van demonteren en hergebruik aanzienlijk hoger dan het toepassen van nieuwe materialen. (Overigens, demontabel zijn heet tegenwoordig ook wel losmaakbaarheid, nogal geforceerd maar wel duidelijk.)
Ook is het gunstig voor hergebruik als het bouwelement aanpasbaar is, waardoor de mogelijkheden toenemen om het bouwelement te recyclen.

Aspecten
Mogelijkheden, onmogelijkheden en soms voorwaarden voor economisch hergebruik zijn o.m.:
- De levenscyclus is belangrijk, bij voorkeur het eenvoudig kunnen verlengen van het leven van het gebouw (functieverandering, herbestemming, transformatie). Materiaalkeuze speelt hierop in. Kiezen voor een duurzaam materiaal is evident; materialen (producten) zijn bij voorkeur modulair (demontabel) en inwisselbaar (herbruikbaar). Een beter product kan duurder zijn, maar kan zich terugbetalen door een langer leven en herbruikbaarheid.
- Er moet er voldoende herbruikbaar materiaal zijn (de " Lego-blokken" zijn hierboven al genoemd) ťn er moet voldoende vraag naar (datzelfde) herbruikbaar materiaal zijn.
- De opdrachtgever moet open staan voor het circulaire systeem, omdat al in de ontwerpfase keuzes gemaakt moeten worden. Aspecten die een rol spelen zijn o.m. hergebruik van nieuwe materialen en bouwonderdelen (is het product duurzaam gefabriceerd, is vervangen eenvoudig, is hergebruik mogelijk aan het einde van de levensfase), en hergebruik van sloopmateriaal mogelijk bij de bouw.
- De producent neemt het product terug als het (om welke reden dan ook) niet meer gebruikt wordt. Eventueel blijft de producent eigenaar van het product. Mogelijk probleem: bestaat de producent nog (faillissement), heeft hij een doorstart doorgemaakt (met minder aansprakelijkheid) of is hij overgenomen door een partij die geen afspraken uit het verleden overneemt?
- De inzameling van de producten moet effectief en efficiŽnt zijn. De hoeveelheid van een product moet voldoende massa hebben om inzameling nuttig te maken. Inzameling via de vuilniswagen zou het handigst zijn, want gemeentelijke inzamelpunten zijn vaak te ver weg en inzamelpunten bij de leveranciers werken niet helemaal (vaak wordt via internet besteld en geleverd, en men levert het product daarom niet in bij de naburige leverancier).
- Wanneer producten modulair zijn opgebouwd, kan hergebruik via reparatie gemakkelijker plaatsvinden.
- Het te hergebruiken materiaal is meestal niet zo mooi meer (slijtageplekken, spijkergaten e.d.). Dat moet geen bezwaar zijn (bijvoorbeeld niet zichtbaar omdat het in een kelder is, of men vindt het inderdaad niet belangrijk), want herstel zal het oude materiaal vaak duurder maken dan nieuw materiaal.
- Het te hergebruiken materiaal moet (vrijwel) dezelfde prestatie leveren als een nieuw materiaal, wat soms moeilijk is omdat materialen evolueren en of meer presteren of langer meegaan of duurzamer zijn o.d. Kiezen voor een hergebruikt materiaal is daarom soms kiezen voor minder prestaties.
- De materialen moeten identificeerbaar zijn. Op veel kunststof onderdelen staat duidelijk welk soort kunststof het betreft (PE voor polyethyleen e.d.), zodat demontage van de onderdelen naar materiaal zinvol wordt.
- Vastleggen van de gebruikte materialen in een gebouw kan in bijvoorbeeld Madaster, een soort gebouwenpaspoort met materialen (zie eventueel ook de Nationale MilieuDatabase NMD); zowel Madaster als de NMD zijn helaas zeker niet gratis (als de overheid deze instellingen zou financieren, zou er ongetwijfeld veel vaker gebruik van worden gemaakt).
- Wanneer een product niet-herbruikbare materialen bevat, moeten hiervoor eigenlijk vervangende materialen worden gezocht.
- Wanneer niet onmiddellijk hergebruik mogelijk lijkt, kan een "circulaire marktplaats" de mogelijkheid geven om producten, onderdelen en materialen aan te bieden voor hergebruik.
- Bij circulair bouwen speelt een belangrijke rol een gebouw zo te ontwerpen dat het (her)gebruikt kan worden wanneer de functie wijzigt. Een gebouw moet bij een functieverandering gemakkelijk aangepast kunnen worden.
- Wanneer een gebouw (bijna) volledig uit hergebruikt materiaal gebouwd gaat worden, weet je van te voren vaak niet welke materialen en bouwcomponenten beschikbaar zijn, bijvoorbeeld welke grootte en hoeveelheid ramen, I-profielen, houten balken. Het ontwerpproces moet wat anders ingezet, veel meer ad hoc. Dit is lastig voor de opdrachtgever (wat heb ik straks? en voor welk bedrag?), maar ook lastig i.v.m. vergunningverlening e.d. Een paar activiteiten: 
. ontwerp op contouren (aantal m2, omvang)
. zoek het materiaal en de bouwdelen: wat is er nodig? waar vandaan halen? moet dat gebouw nog gesloopt worden? wat als er niet voldoende is? wat als de maten teveel afwijken? moeten er nieuwe berekeningen worden uitgevoerd? is het benodigde materiaal lokaal beschikbaar of moet het van ver komen? welke bewerkingen moeten de materialen nog ondergaan?
. de opdrachtgever moet een bijna blind vertrouwen hebben in architect en aannemer; er zijn zoveel onzekerheden dat er snel mee gerommeld kan worden; die onzekerheden nemen waarschijnlijk af in aantal en omvang als er veel meer te hergebruiken materialen en bouwdelen zijn, als die zo "van de plank" kunnen worden gepakt (zoals nu bijvoorbeeld bij Gebruiktebouwmaterialen; houd er rekening mee dat bijvoorbeeld sloophout duurder kan zijn dan nieuw hout; zie oude bouwmaterialen voor meer leveranciers)
. samenwerking tussen aannemer, architect, toeleveranciers, opdrachtgever en wellicht zelfs gemeente is noodzakelijk; dat kan een enorme druk op ťťn of meer van de spelers leggen
- Circulair bouwen houdt ook in: 
. verantwoordelijkheid nemen (geen verantwoordelijkheid afschuiven naar andere bedrijven, maar samen ervoor zorgen dat alles correct en eerlijk gaat)
. betrouwbaar zijn (klanten, partners e.d. moeten kunnen vertrouwen op de juistheid van het productieproces enz.).
- Om gebouwen demontabel te maken, zal het accent uiteraard meer liggen op montage (assemblage, montagebouw met boutverbindingen) dan op gietbouw. Bijkomend voordeel is dat er bij droogbouw met bouten e.d. geen wachttijden zijn omdat er geen gestort of aangestort beton is dat moet harden.
- In een overgangsfase: wanneer geen hergebruik mogelijk is, is "downcyclen" te overwegen. Een voorbeeld is de verwerking van beton tot betongranulaat (zie o.m. bsa-granulaat) of als puin voor de fundering van wegen. Beide toepassingen zijn zeer goede en eenvoudige manieren om beton te "hergebruiken"; wanneer dat niet voldoende is, moet het puin beter gescheiden worden: Freement maalt met de smart liberator het sloopbeton voorzichtig waardoor het beter de verschillende fracties kan scheiden en aanzienlijk meer van het beton hergebruikt kan worden.

Bedrijven die zich richten naar de circulaire economie zijn zich meestal bewust van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).


lineaire economie (lineaire keten); primaire grondstoffen worden verbruikt en en blijft afval over ("take-make-waste"); klik voor groter:


circulaire economie (circulaire keten); ideale situatie; afval wordt ingezameld en vormt secundaire grondstoffen:


soorten hergebruik afhankelijk van de technische en financiŽle mogelijkheden (inzamelen, opnieuw gebruiken, repareren, demonteren, renoveren, herfabriceren, herwinnen);

klik voor groter
(roofs, op basis van prof. dr. jacqueline m. bloemhof the future of logistics in a circular economy):



biobased economie en circulaire economie vullen elkaar aan:


Met dank aan Hendrik Jan Kaal.

Zie ook o.m. cradle-to-cradle, industrieel flexibel en demontabel bouwen (IFD), Ellen MacArthur Foundation en TNO.

Eng. circular economy