home  meewerken

discl. / ę, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Toets een onderwerp in het zoekboxje, of
klik op ÚÚn van de letters A..Z hierboven.


symboliek

 

symboliek, symbolen

Een symbool is (in dit artikel) een afbeelding die ook een ander, niet afgebeeld, vaak abstract begrip vertegenwoordigt, bijvoorbeeld de uil staat symbool voor wijsheid. Een symbool of zinnebeeld is beeldtaal: een afbeelding verwijst naar een abstracte begrip. In het voorbeeld is de uil het symbool en wijsheid het abstracte begrip.

Kenmerken van zo'n een symbool:
- het zinnebeeld verwijst naar een abstract begrip (wijsheid, schoonheid, hoop, god e.d.)
- je moet de betekenis van het zinnebeeld kennen, anders anders komt de boodschap van het symbool niet over. 

Het gebruik van symbolen schept een eigen, onderliggende wereld die simpelweg interessant kan zijn, maar soms maatschappelijk noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat bepaalde uitingen of meningen verboden zijn en je je mening uitsluitend via een symbool kenbaar kunt maken (vaak aan een bepaalde groep "ingewijden"). 
Symbolen zijn dus vaak verborgen boodschappen: als je het symbool niet kent, komt de boodschap niet over. Een voorbeeld van een symbool met een politieke of sociale lading: in tijden dat men geen aanhanger mocht zijn van de Oranjes, gaf men met een afbeelding van een sinaasappel aan dat men aanhanger was van de stadhouder of koning Van Oranje.

De betekenis van symbolen verandert met de tijd. In religieuze tijden kent men andere symbolen dan in de huidige tijd. De icons in app-jes zijn vaak ook symbolen, als verkorte schrijfwijze, maar soms, voor de kenner, met een erotisch geladen (zoals dat ook in vervlogen tijden zo was met symbolen op schilderijen).

Een symbool kan verschillende betekenissen hebben; de context moet duidelijk maken welke dat is. Ook kunnen verschillende symbolen naar hetzelfde begrip verwijzen. 
Voorbeelden:
- meer betekenissen voor hetzelfde symbool: de kolibrie staat voor gratie, veerkracht, vreugde, vervulling, vluchtigheid van het leven; in India echter (ook) voor boodschapper tussen hemel en aarde
- meer symbolen verwijzen naar het abstracte begrip: bijvoorbeeld de kolibrie en het zeepaardje staan voor het begrip gratie
- verschillende betekenissen afhankelijk van, in dit geval, de kleur van een object: de gele tulp staat voor blijdschap, de rode tulp voor perfecte liefde
- hetzelfde symbool voor twee zeer verschillende begrippen: de vlinder staat voor zorgeloosheid (fladderen) maar ook voor milieubehoud (kwetsbaarheid van de natuur), de kraai staat voor wijsheid en waarheid maar ook voor diefstal en bedrog
- ÚÚn of meer symbolen kunnen verwijzen naar iets dat zelf weer symbool staat voor een iets ander; in dit geval interpreteren we de samenhang van de symbolen (zie verderop: kruik > hart > leven, wijsheid, gevoel).

In de schilderkunst is de "symbool-leer" een onderdeel van de iconografie. De iconografie beschrijft o.m. de "onderdelen" van een schilderij en interpreteert eventueel de symboliek van die onderdelen. Dit kan wel eens wat overdreven worden: wellicht heeft de schilder een afbeelding nooit als symbool bedoeld. Belangrijk is een goed beeld van een bepaalde periode te hebben, om te beoordelen of iets inderdaad symbool staat voor een abstract begrip.

Gebouwen kunnen symbolen (tekens, iconen) zijn van een bepaalde tijd, bouwstijl, samenleving, denkwijze. Dit worden iconische gebouwen genoemd, zoals de Eiffeltoren ("Parijs", zeer lange tijd de hoogste toren van Europa), maar ook het Centre Pompidou (High-Tech), de Notre Dame in Parijs (vroege Gotiek), Opera House Sydney (zeilboten, toch ook wel organische bouw), het Evoluon in Eindhoven (symbool voor technische vooruitgang en wetenschap).

Voorbeelden van symbolen en verwante begrippen:
- symbolen als abstract begrip in schilderkunst, architectuur e.d. (zie de lijst verderop)
- symbool (teken) als bondige verbeelding van een begrip
- allegorie is een specifiek symbool: in de letterkunde en beeldende kunst is de allegorie een abstract begrip dat vaak uitgebeeld wordt als een persoon
- pictogram
of icon is een eenvoudig symbool (afbeelding) dat meestal verwijst naar een fysiek begrip (staand mannetje en vrouwtje is toiletten, P is parkeerruimte, mes en vork is restaurant); voor pictogrammen in de bouw zie bij symbolen in bouwtekeningen
- een teken lijkt op een symbool: een teken verwijst meestal duidelijker naar het eraan gekoppelde begrip en heeft meestal maar ÚÚn betekenis (een symbool kan meer betekenissen hebben)
- merkteken (algemene term voor allerlei tekens die de herkomst aangeven, graffiti, metseltekens, timmermanstekens enz.)
- graffiti (dakpannen, bakstenen; steenhouwersteken)
- metselteken
- paringsteken (bij elkaar behorende onderdelen)
- stiepelteken (vaak magische of christelijke tekens op schuurdeuren van boerderijen)
- telmerk (assemblagemerk)
- trotseerloodje 
- vlotmerk.

Symbolen in dit artikel:

symbool symbool voor, staat voor, beeldt uit
   
Diverse 
   
aar, korenaar overvloed, welvaart (met aar wordt graan en dus voedsel bedoeld)
(Christelijk: hoop op een leven na de dood, eucharistie, het brood des levens)
alfa en omega, α en ω Christelijk: god als begin en einde van alles (alfa en omega zijn eerste en laatste letter van het Griekse alfabet; alfa is de geboorte en omega is de dood; verg. XP; zie ook bij Magere Hein)
alziend oog bescherming, alwetendheid, vaderlijke zorg (het oog is spiegel van de ziel)
ankh, geluste kruis, levenskruis het leven (denk aan de naam Toet-ank-amon, levend evenbeeld van Amon);
het ankh-symbool lijkt op een Latijns kruis waarbij het bovenste verticale deel vervangen is door een lus
anker hoop en vertrouwen (i.v.m. houvast en veiligheid die het anker geven en dus hoop in bange dagen), bescherming van zeelui
(Christelijk: verlossing i.v.m. enige gelijkenis met het kruis)
aureool, nimbus, halo, stralenkrans heilige (aureool  is cirkel of ring, halo is brede ring, nimbus kan verschillende vormen hebben; stralenkrans is een schijf met stralen die naar het middelpunt gaan, het hoofd)
basilisk (fabeldier) duivel, wreedheid (basilisk of koning der serpenten is half haan, half serpent)
beurs (gesloten) maagdelijkheid
bezem houten stok met takken ("heksenbezem"): bescherming tegen blikseminslag, bescherming tegen boze geesten (zie ook donderbezem)
boek kennis, wetenschap, soms: wijsheid
(Christelijk: boek op een graf is meestal de bijbel; een vouw in het boek is persoon is plotseling overleden)
bloem zie bij bloem
boom zie bij boom
bron leven
(Christelijk: genade)
brood, hostie Christelijk: lichaam van Christus, brood des levens, eucharistie, avondmaal
caduceus, mercuriusstaf communicatie, bescherming, handel, goddelijke kennis, genezing (zie ook bij slang);
een caduceus heeft twee slangen om een staf en vaak ook vleugeltjes bovenaan (de caduceus is het kenmerk van Mercurius, de Romeinse god van de handel)
een esculaap heeft ÚÚn slang om een staf (de staf van Asclepius; kenmerk van geneeskunde)
calvarie de dood (van Christus)
centaur, kentaur (fabeldier) woest, gewelddadig, uitgezonderd Cheiron die wijs en vriendelijk was (centaur is half paard, half mens, vanaf de hals een mens)
cherubijn cherubijn is een andere naam voor putto is cherubijn; hoewel cherubijn een meer religieuze context kent, als een soort engeltje: van oorsprong zijn het "wezens, die tussen god en mens in staan en het contact tussen god en mens tot stand brengen";
zie bij putto
cirkel volmaaktheid, eeuwigheid (geboorte - sterven - (weder)geboorte), zonder begin en einde, geest (verg. vierkant is aarde, driehoek is hemels)
cirkel: kruis in cirkel Latijns kruis in een cirkel
cirkel: twee cirkels twee cirkels  boven elkaar: aarde en lucht
cirkel: drie cirkels drie in elkaar verweven cirkels: de heilige drie-eenheid (de vader, de zoon en de heilige geest)
cornucopia zie hoorn des overvloeds
crucifix zie bij kruis
davidster, davidschild Joodse geloof (davidster is een zespuntige ster met een punt naar boven, bestaat uit twee 45-graden-verschoven driehoeken)
donderbezem een metselteken (muurteken): bescherming tegen blikseminslag, bescherming tegen boze geesten (zie metselteken)
doodshoofd vergankelijkheid, kortstondigheid van het leven, memento mori ("gedenk te sterven") (zie ook bij Magere Hein)
doornenkrans, doornenkroon Christus, zonde van de mens ("heb jij gedaan")
draak (fabeldier) duivel, vleselijke driften, aards genot, zonde
driehoek hemels (verg. vierkant, cirkel)
drietand staf van Neptunus
duiventil bordeel
eenhoorn (fabeldier) zuiverheid, onschuld, maagdelijkheid, schoonheid, kracht, moed, genezing, magie
ei geboorte, nieuw leven
Eiffeltoren "Parijs"
engel: gevleugeld dood en wederopstanding (zie ook bij Magere Hein), boodschapper van god, godin van de overwinning (Nike, Victoria)
engel: met bazuin Christelijk: het laatste oordeel
engel: met omgekeerde fakkel dood (zie bij toorts)
engelkopje hemelse sferen (zie bij cherubijn)
esculaap, aesculaap artsenij, geneeskunde (zie ook bij slang en Asclepius)
een caduceus heeft twee slangen om een staf en vaak ook vleugeltjes bovenaan,
een esculaap heeft ÚÚn slang om een staf (de staf van Asclepius)
fabeldier specifieke uiting op kapitelen e.d. (zie bij basilisk, draak, eenhoorn, feniks, griffioen, pegasus, zeemeerman en zeemeermin)
fakkel, toorts zon, waarheid, waakzaamheid (licht in het donker)
fakkel: brandend brandende fakkel / brandende toorts is (hernieuwd) leven, wederopstanding
fakkel: omgekeerd omgekeerde (brandende) toorts / fakkel is dood, gedoofd leven
fallus met gebalde vuist hoogbouw (Hollein en Walter Pichler)
fasces, roedenbundel gezag; fasces zijn rondom een bijl gebonden bundels van olmen- of berkentakken (roeden), bijeengehouden door een leren band
(ItaliŰ: eenheid van socialisten en nationalisten)
feniks, phoenix
(fabeldier)
vernieuwende levenskracht, onsterfelijke ziel, opstanding (het verhaal dat de feniks zich eens in de zoveel eeuwen in het vuur werpt om er totaal verjongd weer uit te komen)
fiool (medicijnflesje) tempel (zie bij kruik)
gebalde vuist verzet, revolutie
gebroken geweertje vrede, pacifisme
gebroken ketting vrijheid
glas helderheid, reinheid
(Christelijk: zondeloosheid, Maria)
griffioen (fabeldier) macht over hemel (arend, verstand) en aarde (leeuw, kracht), overwinning 
(griffioen heeft bovenlijf van arend / adelaar en onderlijf van leeuw; komt vaak voor bij koningsgraven)
(Christelijk: wereldlijke en geestelijke macht)
guirlande geeft symboliek weer van de samenstellende bloemen / takken e.d. (zie eventueel guirlande)
hamer: hamer en sikkel communisme"(hamer is arbeider, sikkel is boer)
hamer: twee kruisende hamers mijn (t.b.v. delfstoffen)
handen liefde en verbondenheid
handen: biddend zie biddende handen bij spitsboog
handen: cohen "handen van een Cohen, een priester, werden zo gehouden bij het uitspreken van de priesterzegen in de synagoge"
handen: ineengrijpend ineengrijpende handen, soms liggend op een kussen, staan voor liefde en verbondenheid tussen man en vrouw
hart leven, emotie, liefde, Valentijnsdag
(Egypte: intelligentie, wijsheid, gevoel)
hart: met vlammen omgeven Christelijk: een met vlammen omgeven hart is religieuze bezieling
hermelijnen mantel macht (zie bij kroon en bij hermelijn)
hooiwagen rijkdom, oogst
hoorn des overvloeds onuitputtelijke overvloed, nooit meer honger, rijkdom en welvaart (hoorn des overvloeds of cornucopia is vaak een hoorn van een geit waar rijkelijk fruit e.d. uit komt)
(Verenigde Staten: Thanksgiving Day)
ichthus (vis) Christus: ichthus staat voor Iesius CHristos THeou (h)Usios Soter, Jezus Christus zoon van god en verlosser (zie bij vis);
(ichthus is Oud-Grieks voor vis)
ICXC Jezus Christus (Griekse I en C de eerste en laatste letter van de naam Jezus, X en C de eerste en laatste letter van de naam Christus); verg. alfa en omega, XP
IHS Jezus ("In Hoc Salus" d.w.z. "hierin ligt de zaligheid" en "In Hoc Signo" d.w.z. "in dit teken zult gij overwinnen") 
indiaan natuur
Ionische orde intellect, symbool van het leren
INRI koning der joden ("Iesus NazarÚnus Rex Iudae÷rum" d.w.z. "Jezus van Nazareth, koning der joden"):
tekst op een plaquette bovenaan een kruisbeeld met Jezus (crucifix)
ivoor reinheid
jacobsstaf, graadstok zeevaart (jacobsstaf is een oud navigatiemiddel)
janushoofd tijd, onoprechtheid, leugen, alertheid
jonge vrouw met lang blond haar en gekleed in lange witte gewaad jeugd, Jugendstil
juk volgzaamheid, gehoorzaamheid
kaars licht, eindigheid van het leven (brandt op); sensueel
(Christelijk: Christus als licht van de wereld)
kaarsendover "uw tijd is om", de dood (verg. zeis)
kan en schaal attributen bij het rituele handenwassen van een priester
karbonkel zon (karbonkel is in de heraldiek een achtarmig kruis met uitlopers van (Franse) lelies)
Keltisch kruis zie zonnewiel en zie kruis (Keltisch kruis is een christelijk symbool hoewel het al vˇˇr de christelijke tijd bestond)
keter tora rabbijn (keter tora is de kroon van Tora)
knoop: in een touw verbinding, verbintenis, versterking, soms: verwarring, gevangenschap
knoop: blauwe knoop anti-alcoholisme
knoop: oneindige knoop verwevenheid, lang leven, band wijsheid en waakzaamheid, oneindige cirkel van het bestaan (geboorte, dood, geboorte nieuwe generatie enz.)
(Boeddhisme: lang leven)
knots sterkte, vechtlust
koffer, koffertje schat, geheim; gesloten koffertje is maagdelijkheid; man met sleutel die koffertje wil openen dat vastgehouden wordt door een meisje is geslachtsgemeenschap (zie ook bij sleutel)
korf met eieren potentie
kroon macht 
("koninklijke" symbolen zijn: scepter, ring, kroon, leeuw, hermelijnen mantel, rijksappel, troon)
kroon: kruis op palmtakken koninklijke waardigheid van Christus (palmtakken staan voor intocht in Jeruzalem)
kruik tempel (fiool of medicijnflesje, wierookvat en kruik duiden op tempelrituelen)
(Egypte, ook: bij de mummie de bewaarplaats van het hart; kruik was hier symbool voor het hart, waarschijnlijk omdat het hart niet mocht worden afgebeeld)
kruis hemel en aarde (verticale deel is hemel en horizontale deel is aarde), verzoening, vier windrichtingen, geloof, Christendom (crucifix), bescherming boze geesten (vaak boven kelderramen, wellicht om inbraak tegen te gaan), verzoening
ladder verbinding tussen het hogere en het lagere (tussen hemel en aarde)
Latijnse kruis (ć) Christendom
Latijns kruis in een cirkel Latijns kruis in een cirkel rond het snijvlak van de kruis-delen is een Keltisch kruis, een samenvoeging van een Latijns kruis en een "heidens" zonnewiel
lauwerkrans, lauwertakken roem, overwinning, onvergankelijkheid en eeuwig leven (i.v.m. altijd-groene bladeren, zie bij laurier), eerbetoon (zie bij eikenblad), reinheid (Apollo); schedel met lauwerkrans is heerschappij dood over leven
levensboom kennis van goed en kwaad (i.v.m. boom van Adam en Eva; zie bij dadelpalm), op een grafmonument staat de levensboom voor het beŰindigde leven, "soms omgehakt, inclusief bijl, verwijzend naar het te jong afgebroken leven"
(Mesopotamium: boom van het licht) 
lier dichtkunst (poŰzie), muziek; de speler kon mensen betoveren en wilde dieren temmen
luit liefde (zowel aards als "hoger")
maalkruis bescherming tegen onheil als brand, instorting, hagel e.d. (zie bij andreaskruis)
maan vrouwelijkheid, moedergodin 
maancyclus levensfasen
maansikkel Hindoe´sme: Shiva; onderdeel van de Keltische maan (maansikkel gecombineerd met een driepas)
madonna met kind geboorte (van Christus)
Magere Hein Magere Hein is een aangekleed geraamte: boodschapper van de dood, vaak afgebeeld met in de rechterhand de zeis
(attributen van de dood zijn o.m. acacia, alfa en omega, engel, kaarsendover, klaproos, Magere Hein, ondergaande zon, raaf, geknakte of verdorde roos, scarabee, schedel (doodshoofd), skelet, toorts (fakkel), uil, verdorde boom, vleermuis, vlinder, wolf, zandloper, zeis, afgebroken zuil, zwaan)
masker bedriegerij, nacht, toneel
menora Joods: goddelijke aanwezigheid (de zeven armen van de menora staan voor de zeven scheppingsdagen)
mesje en klem Joods: mes en klem voor de besnijdenis van de baby
miskelk Christelijk: teken van het christelijk geloof (bijvoorbeeld op priestergraven, vaak met hostie)
MM Memento Mori, gedenk te sterven
molenijzer een banteken (gebied met rechtspraak): maalrecht van graan, bezit
monster religieuze uiting op kapitelen e.d. (maar: wat betekent wat?)
obelisk macht, standvastigheid
odal eigen grondbezit (odal, othala, is de laatste rune van het oude runenschrift)
olielamp eeuwige licht, onsterfelijkheid, eeuwigheid
oog "alziend oog", opticien
Opera House Sydney "Sydney"
orden, de vijf orden Toscaanse orde verwijst naar de mens in zijn eenvoudigste staat (de jeugd).
Dorische orde verwijst naar de jonge sterke puber.
Ionische orde verwijst naar het huwelijk en de volwassenheid (de man of vrouw op zijn meest stabiel). 
Korintische orde verwijst naar volwassenheid, wijsheid, en de dood (Korintische orde is "een meesterwerk van de kunst met zijn schijnbaar overbodige details"). 
Composietorde is als compositie van de Korintische en Ionische stijl de zoon (een mengelmoes van de moeder en de vader; de vader leeft voort in de zoon).
palmet oosters, mediterraans
papyrusrol menselijk intellect, kennis
parel eeuwigheid (i.v.m. ronde vorm en wonderlijke glans), tranen, ongeboren kind (parel in oester)
(China, India: onsterfelijkheid i.v.m. hardheid en onverslijtbaarheid)
(Grieken: liefde i.v.m. schoonheid)
passer timmerman (ook als onderdeel van de Vrijmetselarij)
passer met winkelhaak Vrijmetselarij (passer staat voor de ideale cirkel), winkelhaak en rechte hoek staan voor rechtvaardigheid
pauwenveren eeuwigheid, ijdelheid
pegasus (fabeldier) dichtkunst (poŰzie), inspiratie, drager van de bliksemschichten van Zeus (pegasus is een gevleugeld paard)
pijl, speer jacht, gevecht, jagers, soldaten, krijgers, marteldood (martelaars);
skelet dat een pijl afschiet is de dood
pijlenbundel eendracht, "de Zeven ProvinciŰn", fascisme
piramide perfecte bouw, volmaakte afbouw van het leven
pleurant een gebeeldhouwde treurende, rouwende figuur, vaak op praalgraven (het Franse pleurer is huilen)
putto
(meerv. putti)
liefde (een minnegodje; putto is een naakt kinderfiguur, speels, dartel, veelal: gevleugeld, met pijl en boog of met een lier);
een andere naam voor putto is cherubijn, hoewel cherubijn een meer religieuze context kent, van oorsprong zijn het "wezens, die tussen god en mens in staan en het contact tussen god en mens tot stand brengen"
rad vruchtbaarheid, seizoenen (spaken van het rad geven de seizoenswisselingen weer)
rad van fortuin het onverwachte en ovoorspelbare in de wereld, het zoeken naar geluk (verg. rad, zonnewiel)
regenboog gay (lhbti-enz)
(Christelijk: genade Gods, het verbond tussen hemel en aarde, vergeving)
rijksappel macht (zie bij kroon); in Christelijke symboliek een rijksappel met kruisje er bovenop
ring macht (zie bij kroon), oneindigheid (zie bij cirkel)
ringen: twee verbonden ringen verbondenheid tussen twee mensen, hemel en aarde
RIP Requiescat In Pace, rust in vrede
rode schoentjes (dame van) lichte zeden (rood heeft vaak een sensuele of erotische connotatie)
ronde vormen het leven (planten, dieren e.d.; vaak in antroposofische en organische architectuur)
ruit het aardse, de zichtbare wereld (verg. vierkant, cirkel)
ruit: zwart dodenschild (zwart ruitvormig paneel met het familiewapen van de overledene)
sarcofaag had een "belangrijk" leven
scepter macht (zie bij kroon)
schedel (eventueel met gekruiste beenderen eronder) vergankelijkheid van het leven (vanitassymbool, vanitas is ijdelheid; zie ook bij Magere Hein), piraterij
schedel: met lauwerkrans schedel met lauwerkrans is heerschappij dood over leven
schelp, st. jacobsschelp (coquille saint jacques) verwekking, vruchtbaarheid, geboorte (bijvoorbeeld als attribuut van de liefdesgodin Aphrodite)
(Christelijk ook: graf dat de mens omsluit, tot wederopstanding)
schip (varend) reizen
schoof, korenschoof zomer, oogst, overvloed
sfinx farao: de verbinding tussen het leeuwenlichaam (grote kracht, macht) en mensenhoofd (denkvermogen)
skelet, geraamte de dood (zie ook bij Magere Hein);
skelet dat een pijl afschiet verwijst ook naar de dood 
sleutel toegang, voorspoed, kansen, uitdagingen, "openen van een gesloten hart", openbaring, kennis, bezit, macht (i.v.m. openen of i.v.m. toegang tot een huis)
(zie bij koffertje)
slot, hangslot het geheime, verborgene, ontoegankelijke
speelkaart-
symbolen
schoppen is aristocratie (top van een hellebaard, een soort lans), harten is kerk, ruiten is burgers (welvaart, ruiten van de huizen) en klavers is boerenstand
speer, pijl jacht, gevecht, jagers, soldaten, krijgers
spiegel ijdelheid, zelfkennis, waarheid
spiraal eeuwig leven, natuurlijke groei, evolutie, baarmoeder, zon
spitsboog biddende handen (spitsboog is bij gotische kerken een symbool van biddende handen?); zie eventueel bij handen
staf bijzondere macht en kracht (staf van Sinterklaas) (zie ook scepter)
ster (*, asterisk) geboren (met datum geboorte erbij)
stralenkrans goddelijk of heilig persoon (vaak stralenkrans rond het hoofd, zie bij aureool en bij zon)
tepel zwangerschap (vrouw die tepel van andere vrouw vasthoudt)
toorts, fakkel zon, waarheid, waakzaamheid (licht in het donker), zie verder bij fakkel en engel
toren aanwezigheid van de allerhoogste
toverknoop een metselteken (muurteken) dat onheil weert, oneindigheid (i.v.m. eindeloos doorknopen)
treurende figuur rouw van de nabestaanden (vaak een treurende vrouw, een vrouw of engel in droefenis met de handen voor het hoofd); verg. pleurant
transept het kruis
troon macht (zie bij kroon)
urn rouw (urn komt van het Latijnse urna van urere, verbranden)
urn: gesluierd rouw, urn is vaak afgebeeld half afgedekt door een rouwsluier, d.w.z. afwenden van de buitenwereld
vaas met bloemen lente
vierkant vierkant, vierhoek en kubus staan voor de aarde (driehoek is hemels, cirkel is geest)
vinger: twee eigen vingers naast elkaar heilig huwelijk
vuur sluwheid, bezieling (Úlan), overgang / transformatie (door het vuur verandert de materie), reiniging (vuur vernietigt bacteriŰn e.d.)
(Christelijk: vuur van de hel, hellevuur)
vuurslag een metselteken (muurteken) dat blikseminslag weert
water reinheid, genade
waterput leven (zie bij bron), put waarrond vrouw en man staan is verlangen naar gemeenschap
(Christelijk: genade
wei (groene wei) Christelijk: hemel
wierook offergaven
(Christelijk: gebed; wierook-wolk geeft aanwezigheid van God aan)
wierookvat tempel (zie bij kruik)
wildeman met windstromen uit mond sprekende god, onheil werend
winkelhaak timmerman
XP Christelijk: Griekse letters X (CHi) en P (Rho) als eerste letters van CHRistus, vaak met een ovale cirkel om de XP wat een ei aangeeft dat staat voor geboorte en nieuw leven (verg. alfa en omega, ICXC)
yin-yang, yin en yang tweeslachtigheid (dualiteit); yin is vrouwelijkheid (zwart, donker, aarde, koude,vochtigheid, noord) en yang is mannelijkheid (wit, licht, hemel, warmte, droogte, zuid), tegenstrijdig maar wel elkaar aanvullende eigenschappen die samen ÚÚn harmonie (kunnen) vormen; de cirkelvorm geeft het universum aan; de golvende S-vorm geeft de verwevenheid van de tegengestelde eigenschappen aan
(yin-yang is een oud-Chinees symbool)
zandloper tijd, "denk aan de tijd die ons rest" (het kortstondige leven), de dood (zie ook bij Magere Hein); zandloper kun je omkeren om naar de oorsprong terug te keren; 
soms aan weerszijden van de zandloper een adelaars- en een vleermuisvleugel als overgang van dag (adelaar) naar nacht (vleermuis)
zeemeerman, zeemeermin, sirene (fabeldier) bescherming van een godheid, verleidelijke kracht en gevaar van de zee, onvolmaaktheid en (ijdele) hoop op een betere toekomst (geen mens, geen vis)
(het gezang bracht zeelui in vervoering en daardoor in gevaar; een zeemeerman resp. zeemeermin heeft als bovenzijde het lichaam van een man resp. vrouw en als heup en benen een vissentorso en vissenstaart)
zeepbel vergankelijkheid ("pats weg"), broosheid van het leven; ("homo bulla" als grafschrift, de mens als zeepbel)
zeis god Chronos (Kronos) d.w.z. tijd; Magere Hein is de man met de zeis d.w.z. "uw tijd is om", de dood (zie ook bij Magere Hein, de dood als skelet met in de rechterhand de zeis; de zeis geeft de snelheid en zekerheid aan waarmee de dood in kan treden)
zon: algemeen warmte en licht) levenszon), blijdschap, onsterfelijkheid (de eeuwigheid van de zon als ster), de god Apollo;
zon in de vorm van een stralenkrans;
zie eventueel ook zonnebloem
zon: ondergaand loslaten, afscheid nemen, dood (zie ook bij Magere Hein), soms: wederopstanding
zon: zonneschijf levenszon, licht, warmte (zonnestralen of  rijzende zon vaak in snijramen)
zonnerad, zonnewiel, ringwiel leven en geluk
zuil: afgebroken dood, einde aardse leven (meestal een te vroeg of te jong overlijden; het "onverwacht wegvallen van de steunpilaar of levenszuil")
zwaard gerechtigheid, macht, martelaarschap
   
Bloemen, bomen en vruchten
   
bloem (algemeen) bloemen staan vaak symbool voor:
- liefde of vriendschap (kleurig, je geeft bloemen aan een iemand die je waardeert)
- jong leven
- lust, extase
- korte duur van het leven (bloemen verwelken)
- ziel (bloem opent hart naar het zonlicht)
- verg. roosvenster (een groot rond venster in kleurrijke bloemvorm)
(Christelijk: "bloemen openen hun hart naar het zonlicht zoals ene mens zijn ziel opent voor god")
boom (algemeen) leven, groei, verbondenheid met de aarde (vooral de groene boom of tak staat voor leven enz.), impotentie;
verdorde boom is de dood (zie ook bij Magere Hein);
omgehakte boom (of boom die door een bijl wordt omgehakt) staat voor een (te jong) afgebroken leven;
door de as-vorm van boom of paal soms de symboliek van een axis mundi (wereldas), zie bij axiale aanleg
(Christelijk: verlossing)
vrucht (algemeen) feest, overvloed, goed leven (in een schilderij bijvoorbeeld)
vrucht zonder schil is de eindigheid van het leven (bijvoorbeeld op een stilleven; een vrucht zonder schil gaat snel rotten)
acacia vriendschap, eerbied, terughoudendheid, dood en (weder)opstanding (bloesem rood, bloem wit) (zie ook bij Magere Hein)
(Christelijk: lijden van Christus i.v.m. doornen kroon van acacia, opstanding uit de dood)
(Mediterraan: onsterfelijkheid i.v.m. hardheid van de boom)
acanthus, berenklauw het leven met zijn beproevingen die overwonnen worden (doornen en snelle groei; zie acanthus)
agapanthus (ook Afrikaanse lelie) liefde (Griekse agapi is liefde)
alstroemeria  langdurige vriendschap (elk van de 6 bloemblaadjes hebben een relatie met vriendschap: begrip, humor, geduld, medeleven, daadkracht en respect)
akelei nederigheid, onbetrouwbaarheid
allium eeuwigheid (i.v.m. de lagen van de ui) (Latijnse allium is knoflook) (allium is een grafbloem)
amaryllis betoverende schoonheid, stralend, trots, bewondering (andere naam is Hippeastrum, Griekse amarussein is stralen, flonkeren)
anemoon zorgzaamheid
anjer toewijding, fascinatie, grilligheid
(Christelijk: Christus, i.v.m. andere naam voor anjer is nagelbloem en vandaar bij Christus "nagels aan het kruis")
- witte anjer toewijding, waardigheid; verzet, respect en waardering voor veteranen
- lichtrode anjer bewondering
- donkerrode anjer liefde, genegenheid, passie, verlangen
- gele anjer teleurstelling, afwijzing
anthurium toewijding, exotische schoonheid (Griekse anthos-oura is bloem-staart)
appel liefde, (ondertoon van) erotiek, verleiding, zonde, spirituele kennis
(rijksappel is macht)
appelbloesem geluk, schoonheid
aronskelk zuiverheid, het voorjaar
(Christelijk: Maria i.v.m. "een witte bloem die recht omhoog naar de hemel wijst")
(Portugal: hart van het huwelijk)
aster herfstvreugde, gelukkige ouderdom
azalea behoedzaamheid, kwetsbaarheid, "wees voorzichtig"
bamboe in de oosterse symboliek staat bamboe voor veerkracht en een lang en gelukkig leven
begonia balans
blauwe druif (muscari) zelfvertrouwen, verantwoordelijkheid, trouw
boek boek des levens, bijbel
boterbloem  rijkdom, kinderlijkheid
(Christelijk: celibaat)
bouvardia enthousiasme, veelzijdigheid
braam (rubus) nieuw begin, afscheid, scheiding
brassica liefde
calla (zantedeschia) zuiverheid, sympathie
camelia schoonheid
campanula dankbaarheid (Latijnse campanula is klok)
celosia dapperheid (stoutmoedigheid)
chrysant geluk, gezondheid, energie, vriendschap, herfst, eerlijkheid
(Japan: onsterfelijkheid)
citroen zure liefde, valse vriendschap
clematis innerlijke schoonheid
crocosmia (montbretia) vertrouwen, liefdesgevoel, medeleven (Griekse krokus-osmi is saffraan-geur)
cipres standvastigheid, bestendigheid
cymbidium (orchidee) waardering, respect
dadelpalm levensboom, kennis van goed en kwaad (i.v.m. boom van Adam en Eva)
dahlia weelde, vrouwelijkheid, aantrekkelijkheid, kracht, "voor altijd de jouwe"
delphinium (ridderspoor) waarheid, bescherming (Latijnse delphinium is dolfijn)
distel (eryngium) standvastigheid, lang leven
(Christelijk: boosaardigheid, heidenen)
druiventros, druivenrank welvaart, vreugde, vruchtbaarheid, geduld (op een grafzerk)
(Christelijk: bloed, leven en dood, avondmaal, eucharistie; vooral de druivenrank met aren verwijst naar de eucharistie of het avondmaal)
duifkruid zie bij scabiosa
duizendschoon (koekoeksbloem, klokjesgentiaan) schoonheid (maar is eigenlijk geen echt symbool daarvoor)
edelweiss (leontopodium alpinium) zuiverheid, puurheid
eikenblad, eikentak, eikel onsterfelijkheid, eeuwige leven (eikenhout lijkt onverwoestbaar en daarm (bijna) onvergankelijk)
(Oudheid: lauwerkrans met eikenbladeren is onvergankelijke eer)
eucaharis schoonheid, reinheid, nieuw begon
eustoma (lisianthus) dankbaarheid, waardering, charisma (bloem lijkt op de roos)
fleur-de-lis, franse lelie Franse koningshuis, Frankrijk, zie ook bij lelie;
de fleur-de-lis bestaat meestal uit drie bladeren van de bloemkroon, bijeengehouden onderaan door een horizontale band (fleur-de-lis wordt vaak op hekwerken toegepast)
flox (vlambloem) waardigheid, onschuld, macht (Griekse floga is vlam)
freesia, fresia onvoorwaardelijke liefde
fritillaria respect (hangende bloem geeft waardering aan?) (Latijnse fritillus is bak, dobbelsteenbeker)
gerbera "ik ben trots op je"
gipskruid (gypsophila) standvastigheid, vriendschap, het hebben van een puur hart (Latijnse gypsos-philos is gips-vriend)
gladiool trots, kracht, overwinning (Latijnse gladius is zwaard)
gloriosa (klimlelie) roem, succes, ambitie
goudsbloem liefdevolle herinnering (?)
granaatappel macht over veel mensen (koningshuis, kerk), vruchtbaarheid (veel zaadjes), kundalini-energie (yoga)
helichrysum duurzame schoonheid (Griekse helios-chrysos is zon-goud)
heliconia schoonheid, eeuwige jeugd
hibiscus uitzonderlijke / zeldzame schoonheid, vreugde, genegenheid, liefde, geluk
hortensia harmonie, dankbaarheid, gratie, schoonheid, verrassend, begrip, impulsiviteit, instabiliteit
huislook (donderblad, donderbaard, sempervivum) lang leven (semper-vivum is altijd-levend), bescherming tegen blikseminslag
(net als sedum geschikt voor groendaken)
hulst (ilex) leven, vriendschap, warmte, liefde, vreugde, licht; 
de wintergroene bladeren en rode bessen verwijzen naar eeuwig leven en vooruitziendheid
(Christelijk: stekelige bladeren staan voor het lijden van Christus en de doornenkroon)
hyacint vrede, trots, toewijding, schoonheid, macht
hypericum (hertshooi, Sint-Janskruid) genezing, bescherming, geluk
iris mannelijkheid, wijsheid, optimisme, vertrouwen, "ik heb een boodschap voor jou", pijnappelklier (yoga)
jasmijn hoop op wederzijdse gevoelens, puurheid, vriendschap, tederheid, bescheidenheid, liefhebben van je naaste
(Perzische yasmin is geschenk van God)
kamperfoelie betrouwbaarheid, toewijding, verbondenheid
klaproos, papaver dood (i.v.m. slaapverwekkende eigenschappen: de slaap des doods), gesneuvelden in de Eerste Wereldoorlog (in WO I meende men dat de klaproos op de akkers verscheen door het bloed van de gesneuvelden); de klaproos is regenvoorspeller (bij regen klapt zij dicht); kortstondigheid van het leven (tere klaproos verwelkt snel)
klaverblad geluk (i.v.m. de drie-eenheid van het blad?; verg. driepas), afscheid (i.v.m. het gebruik van klaver op graven)
(Christelijk: drie-eenheid d.w.z. vader, zoon en heilige geest)
klimop verbondenheid, trouw, eeuwig leven (i.v.m. altijd-groene bladeren: klimop, laurier en taxus), volharding (i.v.m. altijd-groen en stevig hechten aan de ondergrond)
kool moederschoot, geboorte
korenbloem leven, vruchtbaarheid; ook onafhankelijkheid en fijngevoeligheid?
krokus lente, nieuw begin, "kwets mij niet"
kruidje-
roer-mij-niet
lichtgeraakt
laurier roem, overwinning, onvergankelijkheid (i.v.m. altijd-groene bladeren: klimop, laurier en taxus)
lathyrus, siererwt, pronkerwt fijngevoeligheid, zachtaardigheid, vriendschap
lathyrus orodatus zie bij reukerwt 
leeuwenbek liefde voor de wetenschap, geheimen bewaren, kracht, beschermt ons tegen afwijzing
lelie (vooral wit) lente, onschuld, zuiverheid en reinheid, vrouwelijkheid, vruchtbaarheid, waardigheid, geluk, liefde, vergankelijkheid;
de, soms geknakte, lelie komt veelal voor op kindergraven (de "bleke" dood)
(Christelijk: barmhartigheid, Maria i.v.m. de drie bloemblaadjes die de drie-eenheid aangeeft)
(zie ook gloriosa, d.w.z. klimlelie)
lelie, franse lelie zie bij fleur-de-lis
lelietje-van-dalen, meiklokje zuiverheid, liefde
(Frankrijk, op 1 mei: bosje lelietjes-van-dalen om te tonen dat je iemand liefhebt)
(Christelijk: Christus als brenger van heil en evangelie)
lisianthus, eustoma waardering, dankbaarheid
lotus zuiverheid (puurheid), perfectie, Boeddhisme
madelief onschuld, reinheid (maagdelijkheid), trouw
margriet onschuld, liefde, "je maakt me gelukkig"
mariabloem zuiverheid, onschuld (er zijn allerlei bloemen die een mariabloem zijn)
metselteken muurteken (zie metselteken)
mimosa gevoeligheid (zachtheid), kwetsbaarheid, vriendschap, trouw
muurteken zie metselteken
narcis ijdelheid, zelfzucht, nieuw leven
(Oosten: treurige liefde)
nerine humor, verbinding, recht uit het hart
nigella, nigella damascena, juffertje-
in-het-groen
verlegenheid
olijf, olijftak vrede, liefde, trouw, eendracht, gerechtigheid
(Christelijk: vroomheid, gods zorg voor zijn kinderen)
oranjebloesem vruchtbaarheid, zuiverheid, onschuld
orchidee vruchtbaarheid, elegantie, zuivere vriendschap, liefde, vrouwelijkheid, verbondenheid, aanhankelijkheid, schoonheid, rijkdom, wijsheid, kracht
ornithogalum,  vogelmelk zuiverheid, gids
palm, palmboom onsterfelijkheid, paradijs, maagdelijkheid, zuiverheid, martelaarschap
palmtak vrede en overwinning (bijvoorbeeld voor overwinnaars van de antieke Olympische Spelen), martelaarschap, pelgrim, attribuut van Nike (Romeins Victoria), verg. kroon met kruis op palmtakken 
papyrus vruchtbaarheid, vreugde, Beneden-Egypte
passiebloem opoffering, vrede (geneeskrachtige werking, tegen stress)
(Christelijk: lijden van Christus)
petunia "ik waardeer je gezelschap"
pijnappel, dennenappel onsterfelijkheid (op graven)
pioen, pioenroos gelukkig leven, liefde, romantiek; gezondheid, eer, waardigheid, verlegenheid, bescherming
(Christelijk: Maria i.v.m. roos zonder doornen)
primula hoop, nieuw begin, groei 
ranonkel charme, glans, aantrekkelijkheid
reukerwt (lathyrus orodatus) zachtaardigheid, subtiel genieten
roos liefde en romantiek (vooral de rode roos), genegenheid, geluk, vreugde, macht (i.v.m. koningin van de bloemen), dapperheid, vergankelijkheid (op grafstenen en zerken bijvoorbeeld)
(zie ook bij bloemkleuren!)
(Christelijk: Maria ("roos zonder doornen"), lijden van Christus (vijf blaadjes is vijf wonden van Christus)
roos: geknakte of gebroken roos afgebroken leven, dood
roos: verdord (verwelkt) verwelkt leven
scabiosa ongelukkige liefde; soms: puurheid en vrolijkheid (?)
sering verliefdheid, eerste liefde, onschuld, geluk
sinaasappel kennis van goed en kwaad, "Van Oranje" (stadhouders, koningen)
solidago geld, succes, geluk, steun in moeilijke tijd
sneeuwklokje hoop, vrede, puurheid, macht
strelizia, paradijsvogel-
bloem
vrijheid, onsterfelijkheid
strohalm onsterfelijkheid, verbintenis in het huwelijk
strobloem onsterfelijkheid
tanacetum, boeren-
wormkruid
rust, onsterfelijkheid, sterkte, volgzaamheid
taxus onvergankelijkheid, rouw, dood (i.v.m. altijd-groene bladeren: klimop, laurier en taxus)
treurwilg rouw en verdriet van de nabestaanden (geldt ook voor een treurende figuur)
(Germanen: de wilg staat voor de dood)
tulp "ik bid voor u", "Nederland"
(zie ook bij bloemkleuren!)
tulp: gele tulp blijdschap, vrolijkheid
tulp: rode tulp perfecte liefde
tulp: paarse tulp koninklijk
tulp: witte tulp vergeving
vanda (een orchidee, koningin van de jungle) zuivere vriendschap, vrede
veldbloemen Christelijk: Maagd Maria
vergeet-me-nietje (myosotis) eeuwige liefde, toegewijde liefde (Griekse mus-ous (otos) is muis-oor, dus muizenoor, naar het uiterlijk van de blaadjes)
viburnum (Gelderse roos) trots (fierheid)
viool, viooltje voorjaar, jong of nieuw leven, geluk, vertrouwen
(Christelijk: Maria i.v.m. zuiverheid en zedigheid)
waterlelie (wit) schoonheid, zuivere liefde
zantedeschia, calla zuiverheid, sympathie
zonnebloem,  helianthus vitaliteit, levenslust, gezondheid, toewijding, bewondering, loyaliteit, de gulden snede (i.v.m. zaden in bloem)
(bloem keert zich naar de zon; Griekse ilios-anthos is zon-bloem; de niet-aflatende toewijding komt van de Griekse Cytia die verliefd wordt op de zonnegod Apollo die helaas alleen maar belang stelt haar zus Leucothea)
zie eventueel ook zon
   
Dieren 
   
aap duivel, ketterij, ontucht, welstand (rijkdom)
adelaar visie, perspectief, kracht, macht, weerbaarheid, vrijheid, vermogen tot "overzien"
(Christelijk: evangelist Johannes, Christus)
arend visie, perspectief, kracht, macht, weerbaarheid, vrijheid, vermogen tot "overzien"
beer zelfstandig, sterk, agressie, onvoorspelbaar
bever bouwen, werklust, wijsheid, vindingrijkheid, gemeenschap, evenwicht met natuur, aanpassen natuur, een wijze leraar en gids
bij werklust, toewijding, sociale verbinding, ordening en organisatie, overvloed, gemeenschap, samenwerking (bijenkorf = samenwerking), onsterfelijkheid, wedergeboorte, reinheid en zuiverheid
(Chinezen: vlijt en spaarzaamheid)
(Egyptenaren: "levengevers", geboorte, dood, wedergeboorte; de tranen van de zonnegod veranderden in werkbijen)
(Grieken: ijver en welstand, onsterfelijkheid, reinheid, inspirator voor kunstenaars)
(Kelten: geheime wijsheid)
(Romeinen: adem van het leven, democratie, een bijenzwerm is ongeluk)
bok wellust, ontucht, vrekkigheid, verworpenen van de hel
dolfijn intelligentie, problemen oplossen, gratie en schoonheid, vreugde en spel, genezing, spirituele gids, beschermer, verbondenheid, gemeenschap
duif
(verg. tortel)
vrede, hoop, zuiverheid (reinheid), onschuld, levensgeest (adem, ziel), vrouwelijkheid, moederlijkheid, eenvoud
(China en Japan: lang leven, eerbewijs)
(Christelijk: Heilige Geest, Heilige Maria, de ziel van een "uitverkorene")
(Egypte: onschuld)
(Grieken en Romeinen: liefde voor vernieuwing van het leven)
(Hindoe´sme: boodschapper van de god van de dood)
(Joods: verzoening, reiniging)
(India: zwarte duif is dood en ongeluk)
(Perzen: hoort bij god van de oorlog, maar duif die zwaard draagt is einde van de strijd)
duif: met olijftak vrede en verzoening
duif: opvliegend Christelijk: door de stralenbundel vliegend vindt hij zijn weg naar de hemel
duif: witte duif pure goedheid
eekhoorn vindingrijkheid, behendigheid (beweeglijkheid), paraatheid, aanpassingsvermogen, snel denken, milieubehoud (verspreiden zaden, fragiele uiterlijk), geluk en voorspoed, maar ook hebzucht en vrijgevigheid
egel wijsheid, intelligentie, bescherming, verdediging, zelfbehoud, onderbewustzijn (vanwege nachtdier), onschuld
(Christelijk: toorn, boosheid, razernij)
ekster nieuwsgierigheid, aandacht, verbinding hemel en aarde, openstaan voor nieuwe ervaringen
eland (witte eland) het voorspellende
everzwijn
(verg. varken)
zon en maan, vruchtbaarheid
(Germanen: heilig dier)
(Japan: moed, succesvolle agressiviteit)
(Joden: vijand van het volk i.v.m. vertrappen van de wijnstok
(Kelten: kop van een ever is gezondheid en bescherming tegen gevaar)
everzwijn: wit zwijn vrouwelijke maan
everzwijn: zwart zwijn mannelijke zon
ezel luiheid, dwaasheid, stuursheid (dwarsheid)
fabeldier zie fabeldier bij Diverse
flamingo gratie en schoonheid, veerkracht, evenwicht en harmonie, onderscheidingsvermogen, aanpassingsvermogen
(oude Egypte: vitaliteit, warmte, leven)
gans waakzaamheid / bewaking (ganzen gakken als er onraad dreigt; verg. haan), praatzucht (ganzen gakken veel), winter
gier roofzucht, gulzigheid
(Christelijk: demonen)
haan trots, waakzaamheid / bewaking (alertheid; verg. gans), kracht, veerkracht, verstand, moed, toorn (boosheid), dageraad / wekker (kraait bij de eerste zonnestralen), overwinning na tegenslag, overwinning na duisternis, seksualiteit, macho, mannelijke wellust, ontucht, onreinheid, brandweer (vuurrode kam)
(China: geluk en trouw)
(Christelijk: berouw en verlossing; windhaan / torenhaan staat bovenop de kerktoren; wederopstanding, Pasen)
haas 
(verg. konijn)
vruchtbaarheid, snelheid / beweging, intu´tie, elegantie, angst, lafheid
heremietkreeft kluizenaar
hermelijn rijkdom, matigheid, zuiverheid
hert verbinding met natuur, alertheid, vrees, intu´tie, waardigheid, zachtheid, volgen van je innerlijke leiding, genade, boodschapper, spreekt taal van het hart ("het verwerpen van alles waaraan geen liefdevolle intentie ten grondslag ligt"), brug tussen fysieke en spirituele, vernieuwing (gewei), vrouwelijke aspecten
(Christelijk: heilbegeerte, godsvrucht, Christus, "geestelijke mens")
hinde barmhartigheid, zachtmoedigheid
hond trouw (loyaal), waakzaamheid, bescherming, gezelschap, huiselijkheid, vriendschap, onvoorwaardelijke liefde en toewijding (dienstbaarheid), (vroeger) wellust
hond: Duitse herder beschermer, politie
hond: golden retriever, labrador retriever vriendelijkheid, speelsheid
ijsvogel zuiverheid
jachthond jacht, rechtvaardigheid, waarheid
kalkoen moed, overvloed
kat, poes trots, onafhankelijkheid, flexibiliteit, beweeglijkheid, intu´tie, verbinding met het spirituele, gratie, aaibaarheid, behaagzucht, geheimzinnigheid, vrouwelijkheid, verleidelijke charme, (vroeger) wellust
(zwarte kat = ongeluk en hekserij, maar ook bescherming en geluk)
(Tempeliers: de duivel)
kikker 
(verg. pad)
vruchtbaarheid, liefde, transformatie en wedergeboorte (metamorfose), bewoners tussen werelden, communicatie, aanpassingsvermogen, hoogmoed (Aboriginals: schepper en beschermer van waterbronnen) 
(China: yin en daarmee overvloed, voorspoed, geluk)
(Japan: boodschapper van liefde)
koe Grote Moeder, hemels (horen is halve maan) en aards (melk is voedende kracht), vruchtbaarheid, rust en vrede (door haar kalmte)
koe: grazend voedende kracht van de aarde, melkwinkel (reclame melkboer)
kolibrie gratie, veerkracht, vreugde, vervulling, vluchtigheid van het leven (Azteken: kracht, vitaliteit, wedergeboorte) (India: boodschapper tussen hemel en aarde) (Zuid-Amerika: liefde, vreugde, feest)
konijn 
(verg. haas)
vruchtbaarheid (lente, nieuw begin, snelheid van voortplanting), overvloed, speelsheid (jeugdige energie), ondeugend (spontaniteit), bedriegertjes, levensvreugde, waakzaamheid, nieuwsgierigheid, avontuurlijk
kraai wijsheid, intelligent (kennis), voorspellend (vooruitziend), waarheid en realiteit, naderend onheil (ongeluk), hiernamaals, mysterie, bedrog, diefstal
kreeft lang leven, voorspoed, heksen, onderbewustzijn, verborgen verlangens, zonde, kwetsbaarheid, kracht 
(zie ook heremietkreeft)
lam
(verg. schaap)
onschuld, nederigheid, geduld, zuiverheid, hoop, zachtmoedigheid (Christelijk: Christus, van de apostelen; afgebeeld met kruis en nimbus: offerdood van Christus i.v.m. lam als offerdier) 
leeuw moed, kracht, macht, leider, koning, gezag, strijd, sterkte van karakter, wijsheid, bewaker (beschermer, bewaakt poorten en domeinen); de heraldische leeuw heet liebaard; leeuw is een koninklijk symbool (zie bij kroon)
leeuw: gevleugeld Christelijk: de evangelist Marcus
leguaan hoop, groei, wedergeboorte (regeneratie), veerkracht, aanpassingsvermogen (flexibiliteit), vindingrijkheid, geduld (kalmte)
libelle verandering (transformatie), licht en zuiverheid, boodschapper geestenwereld, reflecteren (op eigen krachten en valkuilen), water, beweeglijkheid
mier werklust
mol  isolatie, veiligheid, onderbewustzijn, veerkracht, vastberadenheid (doorzettingsvermogen), gevoeligheid, zachtheid, kwetsbaarheid, soms: wijsheid, intu´tie (China: voorspoed en geluk)
muis nieuwsgierig, intelligent, nederig, verlegen, vindingrijk, flexibel, moed, overleven, veerkracht, diefstal, ongedierte
mus vrijheid, gezelschap, ingetogen (bescheiden), verlangen naar onafhankelijkheid, zorg, gemeenschap (saamhorigheid), vriendschap, romantische toewijding, trouw
nachtegaal onwetendheid (Christelijk: avondgebed, nachtgebed)
olifant kracht, wijsheid, spiritualiteit, ontzag, geheugen, gemeenschap, standvastigheid (vastberadenheid)
(Afrika: boodschapper tussen hemel en aarde)
(Boeddhisme: witte olifant is zuiver, wijs, spiritueel)
ooievaar geboorte (bezorger van baby'tjes), vruchtbaarheid, moederschap, familie, hoop, vernieuwing, wedergeboorte (komt in het voorjaar weer terug), wijsheid, lang leven, voorbode geluk en bescherming, spirituele betekenis (meditatie en contemplatie i.v.m. staan op ÚÚn poot), Den Haag (Christelijk: Pasen, wederopstanding)
paard kracht, macht, gratie, fierheid (trots), vrijheid, avontuur, trouw (loyaliteit), intu´tie, fascinatie, hoogmoed, waanzin, levensloop (?), spirituele betekenis (paardenschedel aan gevel: onheil werend)
en voor bezitter van een paard: onafhankelijkheid, vrijheid, adel, aristocratie
(Germaans: heilig dier)
paard in de wieg plaats om te bevallen; bordeel 
pad 
(verg. kikker)
geduld, terughoudendheid, verandering (groei, transformatie), contact met de aarde 
(Christelijk: duivel, boze geest)
panda onschuld, zuiverheid, vrede, geluk, evenwicht, rust, harmonie, gevoeligheid, mededogen, empathie, onvoorwaardelijke liefde
panter macht (autoriteit, dominantie), kracht, behendigheid (beweeglijkheid), snelheid, moed, vastberadenheid, gratie (sierlijkheid), mysterie, sensualiteit en verleiding
papegaai imiteren, na-praten, wijsheid, leergierigheid, communicatie, spiritualiteit, aanpassingsvermogen, loyaliteit, trouwe metgezel, vreugde, exotisch
(Aboriginals: bedrieger die ons vermaakt)
(BraziliŰ: vrijheid, levendigheid)
(China: voorspoed en geluk)
patrijs wellust
pauw, pauwenstaart, pauwenveer trots, arrogantie (ijdelheid), mysterie, onsterfelijkheid, schoonheid, onsterfelijkheid, alwetendheid, vernieuwing, pronkzucht, ijdelheid
(Boeddhisme: mededogen en onsterfelijkheid)
(China: schoonheid, waardigheid, vrede)
(Christelijk: Christus' opstanding, wederopstanding en onsterfelijkheid; staart / veer: heelheid van de hemel)
(Grieken en Romeinen: "alziend oog")
(Hindoe´sme: rijkdom, voorspoed, kennis, creativiteit)
pauw: twee pauwen twee pauwen die uit ÚÚn kelk drinken is geestelijke wedergeboorte
pax vrede (Latijns), Christus die vrede op aarde bracht 
pelikaan moederlijke zorg (verhaal dat vogel jongen voedt door eigen borst open te pikken zodat de jongen het bloed kunnen drinken)
(Christelijk: lijdende Christus, eucharistie)
raaf onvoorzichtigheid, diefstal, droefenis, begeleidt zielen naar de onderwereld (het hiernamaals, zie ook bij Magere Hein), rusteloos zwerven, eenzaamheid
(China: driebenige raaf staat voor de zon opkomst, zenit en ondergang)
(Christelijk: duivel, profeten, zonde)
(Joods: onrein, boosheid, het kwaad)
(Kelten: waarzeggen, overwinnen in de strijd, vruchtbaarheid, raaf met witte vlek brengt geluk)
(ScandinaviŰ en Germanen: Odin/Wodan heeft twee raven op zijn schouders die hem alles vertellen wat ze zien, Hugin is denker en Munin is gedachtenis)
ram kracht, enthousiasme, moed, vastberadenheid, leiderschap, aangaan uitdagingen, vechtlust, vruchtbaarheid, overvloed, pioniersgeest, spirituele transformatieambitie (goddelijk ingrijpen)
rat intelligent, sluw, overleven, vindingrijk, aanpassingsvermogen (flexibel), vastberadenheid, doorzettingsvermogen, overwinnen van obstakels, bedrog (verraad, oneerlijkheid), verderf, vraatzucht, hebberigheid, ziekten en plagen (de pest, de zwarte dood)
(Christelijk: duivel)
(China: overvloed, rijkdom, voorspoed, water, leven, energiestroom, snelheid van voortplanting)
reiger rust, geduld, wijsheid, evenwicht, intu´tie, eenzaamheid wordt kracht en persoonlijke groei, milieubehoud
(Egypte: wijsheid, intelligentie, inzicht, bewaarder van kennis, schrijver van de goden)
reptiel Christelijk: duivel, ketterij
roodborstje liefde, wilskracht, groei, toewijding, territoriaal, wilskracht, moed
scarabee (mestkever) schepping, dood en wedergeboorte (zie ook bij Magere Hein), transformatie, eeuwige cyclus van leven en dood, geluk, bescherming, veerkracht 
(Egypte: veilige doorgang naar het hiernamaals, "zelfs in de donkerste tijden er altijd de mogelijkheid is voor een nieuw begin en groei")
schaap
(verg. lam)
onschuld, liefdadigheid
(Christelijk: apostelen en christenen)
schildpad wijsheid en kennis, lang leven, stabiliteit, geduld, volharding, aarding, water en land
(het schild staat voor bescherming, stabiliteit en veerkracht)
(China: het begrip "duizend jaar", dat een wens inhoudt voor een lang leven, voorspoed en geluk", het harde schild is yang, het mannelijke; de zachte buik is yin, het vrouwelijke)
(India: levenscyclus)
schorpioen Christelijk: ketterij
slak geduld, traagheid, zelfreflectie; soms: vrouwelijkheid
slak: met huis flexibiliteit, bescherming
slak: spiraal van huisje  universeel symbool voor groei, evolutie en de cyclische aard van het leven, de gulden snede
slang verleiding, zonde, kwaad, bedrog, vernietiging, duivel, sluw, wijsheid, gif, genezing en geneeskunde (zie ook esculaap en caduceus), wedergeboorte en onsterfelijkheid (i.v.m. afwerpen huid), onderwereld, dodenrijk, nijd, tweedracht, seksualiteit en vruchtbaarheid (i.v.m. vorm van de slang en band met de aarde), eeuwigheid (eeuwige cirkel van de slang die in zijn eigen staart bijt, de ourobouros)
(China: slang is evenwicht van yin Ún yang)
(Christelijk: het kwaad, de duivel)
specht ritme en betrokkenheid (beide begrippen door het gestage tikken op de stam), veerkracht, doorzettingsvermogen, aanpassingsvermogen (gemakkelijk naar boven en naar beneden op de stam)
(Indianen: bescherming, waarzeggerij en communicatie)
(China: geluk, kansen, rijkdom, overvloed)
spin,
spinnenweb
geduld, ambacht, volharding, concentratie, creativiteit (weven en scheppen), vernietiging (angst, duisternis, gevaar), magie, hekserij
(Christelijk: ketterij, hel)
(Indianen: de Spinvrouw is de Schepper van de wereld)
sprinkhaan veerkracht, behendigheid, geduld, vrijheid (springen en vliegen), transformatie, zelfexpressie (i.v.m. het geluid van de sprinkhaan)
stier, os kracht, mannelijkheid
tijger kracht (macht, gezag), gratie (schoonheid), duidelijke aanwezigheid, dominantie, moed, passie, sensualiteit, veerkracht, overleving (aanpassingsvermogen)
toekan communicatie, zelfexpressie, kracht, welsprekendheid (grote snavel), kleuren, feestelijkheid, exotisch, levendigheid, gemeenschap (samenwerking)
(Amerika: boodschapper tussen het menselijk rijk en de gidsenwereld, wijsheid, inzicht, intu´tie)
tortel
(verg. duif)
zuiverheid, zachtmoedigheid
uil wijsheid, intellect, kennis, nieuwsgierigheid, intu´tie (inzicht), vrouwelijkheid (zorg voor haar jongen), nacht, domheid, hekserij (uil is een nachtdier, houdt van duisternis "dus" verwijst naar duistere praktijken); soms: de dood (zie ook bij Magere Hein)
(Jeroen Bosch: verlokking, misleiding)
(Azteken: begeleider van de overledenen naar het hiernamaals)
(Christelijk oude testament: onrein)
(Egypte: dood en wedergeboorte)
(Grieken: de steenuitl staat voor de godin van de wijsheid Athena, de oehoe staat voor de onderwereld)
(Hindoe´sme: welvaart, voorspoed, wijsheid, geluk, boodschapper van de dood)
(Indianen: bewaker van de gidsenwereld, spirituele bescherming, vooruitziendheid, de dood)
valk adel, scherpzinnigheid, jacht
varken, zwijn
(verg. everzwijn)
gulzigheid, vraatzucht, hebberigheid, onreinheid
vis het onbewuste, de levenschenkende kracht 
(astrologie: vrede, harmonie, opmerkingsgave, geduld, gezonde vruchtbaarheid)
(Christelijk: analoog aan ichthus dus Christus)
(Germanen: de godin Freia)
(oude religies: attribuut van de godin van de liefde)
(psycho-analyse: "eenogige vis" ofwel de penis)
vleermuis intu´tie, illusie, deugd, nacht, kwaad, dood, duisternis, duivel, gevleugelde boze geest van gierigheid en nijd
vlieg kwaadsprekerij, bederf
vlinder verandering (transformatie rups/vlinder), vrijheid en bevrijding, zorgeloosheid (fladderen), lichtzinnigheid, hiernamaals (op gedenkkaarten bij overlijden, zie ook bij Magere Hein), schoonheid (kleuren, vreugde, optimisme), kwetsbaarheid, menselijke ziel (Griekse psyche), milieubehoud (kwetsbaarheid van de natuur)
(Christelijk: Adam; onsterfelijke ziel "voor christenen is de dood de overgang naar een beter leven" en in het stervensuur stijgt de ziel uit het lichaam naar de hemel als een vlinder uit een pop)
vlinder: blauw rust, hemel, genezing, kalmte, communicatie
vlinder: bruin bescherming, mysterie, nieuw begin
vlinder: oranje noodzaak tot veranderen, genieten van het leven
vlinder: wit afscheid nemen, troost bieden
vlinder: zwart moeilijke tijden, donkere tijden, dood, wedergeboorte
vogel lucht, vrijheid, bovenaardse, nauwelijks bereikbare
vogel: op boom onderlinge liefde
vogel: in kooitje maagdelijkheid
vogel: kooitje open maagdelijkheid is niet meer; eigenaar heeft afspraakje buitenshuis
vogel: (grote) roofvogel vermogen tot "overzien" (hoog in de lucht, langzaam vliegend op de thermiek)
vos sluwheid, slimheid, bedrog
(Christelijk: de duivel)
walvis kracht, intelligentie, wijsheid, communicatie, gemeenschap (sociale leven), uithoudingsvermogen, kalmte, soevereiniteit, harmonie, bewaker en beschermer van de zee en haar bewoners
wolf trouw, saamhorigheid, moed, individualiteit en zelfredzaamheid, vrijheid, intu´tie, overwinning, agressie, roofzucht, wild, duisternis, gevaar
(allerlei culturen: wolf en raaf zijn begeleiders van de goden van de dood, zie ook bij Magere Hein)
(China: hebzucht, roofzucht)
(Christelijk: de duivel, verstrooier van de kudde, vraatzucht)
(Romeins: ondanks de voedster van Romulus en Remus is er de zegswijze "homo homini lupus" ofwel "de ene mens is voor de ander een wolf", d.w.z. we verslinden elkaar)
zebra dualiteit (zwart en wit), evenwicht, individualiteit (elke zebra een eigen zwart-wit-patroon), aanpassing, snelheid, beweeglijkheid, zoeker van innovatieve oplossingen uit diverse expertises (tegenwoordig), schaduwzelf of de donkere onbewuste aspecten van iemands persoonlijkheid (in de psychologie)
(Afrika: vrijheid, ongetemde geest van het wild)
(China: yin Ún yang)
zeepaardje gratie, elegantie, schoonheid, zachtheid, vaderschap (mannetje draagt en baart de nakomelingen), band tussen ouder en kind, familie, verzorging, geduld, toewijding, aanpassingsvermogen en overleven (camouflage door kleurverandering van de huid), milieubehoud (i.v.m. het gracieuze en tere wezentje, verliezen van de habitat en overbevissing)
zwaan schoonheid, gratie, partnerschap, liefde, trouw (hun leven lang), zuiverheid, transformatie (van lelijk eendje naar fraaie zwaan), streven naar kennis, mythologische vogel van de dood (vandaar "zwanenzang", het laatste werk of de laatste uiting van iemand; zie ook bij Magere Hein), eenzaamheid en goedertierendheid, water, Leda
(
vrouwelijke gratie vanwege de sierlijke bewegingen)
(Christelijk: Lutherse kerk, bijvoorbeeld als symbool als er een predikant begraven is)
zwaan: witte zwaan met rode vlag bordeel (Jeroen Bosch)
zwaan: twee zwanen verschijnt vaak op het uilenbord (meestal twee zwanen met de snavels naar elkaar toe)
zwaluw
(vooral vliegend i.v.m. herkenning zwaluw)
huiselijk geluk, trouw, standvastigheid, terugkomst (thuiskomst, vaak naar zelfde nest van vorig jaar, vernieuwing van leven in de lente), instinct, sierlijkheid (bewegen in de lucht), eeuwige liefde, romantiek
(Christelijk: opstanding, reis van ziel naar hemel, bescherming, boodschapper van de goden)
(Oosterse cultuur: huwelijksgeluk en voorspoed)
   
Goden (Grieks en Romeins)
   
Asclepius, Asklepios, Aesculapius god van de geneeskunde, profetie (waarzeggerij); zie ook esculaap
Amor (Rom.) god van de liefde (bij de Grieken Eros)
Aphrodite godin van de liefde, de schoonheid, de seksualiteit en de vruchtbaarheid (bij de Romeinen Venus)
Apollo god van het licht, de zon, de muziek, de schone kunsten, de geneeskunst, de boogschutters en het orakel van Delphi
Ares god van de oorlog
Artemis godin van de jacht, de bossen, de wilde dieren (bij de Romeinen Diana)
Athena,
Pallas Athena
godin van de wijsheid en de krijgskunst, beschermvrouwe van de kunsten en ambachten, beschermvrouwe van Athene (bij de Romeinen Minerva)
Bacchus (Rom.) god van de wijn en daarmee ook van de dronkenschap en de roes (bij de Grieken Dionysos)
Ceres godin van de landbouw en het graan (bij de Grieken Demeter)
Cupido (Rom.) god van de begeerte (bij de Grieken Eros)
Charon veerman van de onderwereld
Demeter godin van de landbouw en het graan (bij de Romeinen Ceres)
Diana (Rom.) godin van de bossen en de maan, beschermvrouwe van de kraamvrouwen (bij de Grieken Artemis
Dionysos god van de wijn  en daarmee ook van de dronkenschap (extase) en de roes, van de vegetatie en landbouw; soms: poŰzie, theater en muziek (bij de Romeinen Bacchus)
Eris godin van strijd en ruzie
Eros god van de liefde (bij de Romeinen Amor en Cupido)
Fortuna (Rom.) godin van de vergelding
Hades god van de onderwereld
Hebe godin van de jeugd
Hephaistos god van de smeedkunst, de vulkanen, het vuur en de ambachtslieden, smid van de goden (bij de Romeinen Vulcanus)
Hera godin van het huwelijk en de liefde (zus en echtgenote van Zeus)
Herakles, Hercules poortbewaker van Olympus
Herkate godin van de hemel, aarde en de zee
Hermes god van de handel, boodschapper der goden, beschermer van de dieven en de reizigers (bij de Romeinen Mercurius)
Hestia godin van de haard en het huis (bij de Romeinen Vesta)
Juno (Rom.) godin van het huwelijk en de liefde (echtgenote van Jupiter) (bij de Grieken Hera)
Jupiter (Rom.) oppergod, oorspronkelijk beschermer van wijngaarden en oogst (echtgenoot van Juno) (Zeus is de Griekse koning der goden)
Selema (Rom.) godin van de maan, genezing van ziekten, afwenden van de dood (bij de Grieken Selema)
Mars (Rom.) god van de oorlog (zijn maand, maart (mars), was de wedergeboorte van de gewassen en van de veldtochten) (bij de Grieken Ares)
Mercurius (Rom.) god van de handel en nijverheid (bij de Grieken Hermes)
Minerva (Rom.) godin van de wijsheid en de vindingrijkheid, beschermvrouwe van Rome (bij de Grieken Athena)
Nemesis godin van de vergelding
Neptunus (Rom.) god van de zee (bij de Grieken Poseidon)
Nike godin van de overwinning (bij de Romeinen Victoria)
Nyx godin van de nacht
Persephone, Proserpina godin van de onderwereld
Pluto god van de onderwereld
Poseidon god van de zee, het water, aardbevingen en paarden
Saturnus (Rom.) god van de landbouw
Selema godin van de maan, genezing van ziekten, afwenden van de dood (bij de Romeinen Luna)
Venus (Rom.) godin van de liefde (bij de Grieken Aphrodite)
Vesta (Rom.) godin van de haard en het huis (bij de Grieken Hestia)
Victoria (Rom.) godin van de overwinning (bij de Grieken Nike)
Vulcanus (Rom.) god van het vuur, de vulkanen, smeden en edelsmeden (bij de Grieken Hephaistos)
Zeus god van het hemelrijk, de lucht en het weer (zus en echtgenoot van Hera) (bij de Romeinen Jupiter)
   
Kleuren (bijvoorbeeld bij bloemen of in schilderijen)
   
blauw oprechtheid, trouw, verlangen, hoop, mysterie, het onbereikbare, oneindigheid, goddelijkheid, rust
blauw: hemelsblauw werkelijke trouw
blauw: korenblauw eeuwige trouw
blauw: viool-blauw nederige schoonheid
geel  zon, warmte, energie, goud, groei, kracht, voorjaar; blijdschap (vrolijkheid), licht, roem, jaloezie
geel: lichtgeel veranderlijkheid, wantrouwen
geel: goudgeel vervolmaking, onovertrefbaar (zoals de zon)
geel: zwavelgeel twijfelachtigheid, bedrog
groen natuur, milieu
oranje vitaliteit, sportiviteit, optimisme, kracht, plezier, extravert, warmte
paars  spiritualiteit, inspiratie, originaliteit, inventiviteit, passie, 
(Christelijk: de dood i.v.m. Pasen)
rood liefde, hartstocht, verleiding, romantiek, moed, vitaliteit, bloed, gevaar, woede
roze romantiek, zachtheid, liefheid, tederheid, blijdschap, onschuldig, ingetogen
wit reinheid, maagdelijkheid, puurheid, onschuld, stilte, ongereptheid, rouw
zwart duister, dood
   


Met dank aan o.m.:


- Betaalbare kunst

- Bloomgift

- Bronckhorst

- Dela

- Dodenakkers

- Etymologiebank

- Fleurop

- Heiligen.net

- Jennie Smallenbroek

- Mirrar

- MuseumTV

- Mystieke School

- Noeme Willem Visser Liturgie &cetera


Zie eventueel symbool, symbolen in bouwtekeningen, gevelsteen, uithangbord, merkteken, graffiti, metselteken, paringsteken, stiepelteken, telmerk, trotseerloodje, vlotmerk.