home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Jugendstil

 

Jugendstil, Art Nouveau, Nieuwe Kunst (1890-1914)

Omstreeks 1890 vinden jonge vormgevers en wat later ook architecten dat het welletjes is geweest met het hergebruik van historische (neo)stijlen. In vergelijking met architectuur hebben objecten van de kunstnijverheid (toegepaste kunst) een kortere tijd om op de markt te komen en zijn relatief goedkoop, waardoor zij zich goed lenen voor vernieuwingen. Wellicht vinden we daarom Jugendstil-kenmerken eerst in de toegepaste kunst en pas een aantal jaren later in de architectuur.
In de architectuur kondigt zich rond 1896 deze nieuwe stijl aan, in Nederland, Duitsland en Oostenrijk vooral bekend als Jugendstil of, soms, als Nieuwe Kunst. In BelgiŽ, Frankrijk en Engeland spreekt men voornamelijk over Art Nouveau. We zullen hier vooral de term Jugendstil gebruiken.

De Jugendstil spreekt vooral tot de verbeelding door de asymmetrische, organische vormen, het soms dromerige karakter, de artistieke vrijheid om te spelen en te ontwerpen, blij te zijn en onconventioneel, een vrijheid die zich in veel kunstrichtingen kan ontplooien.

Kenmerken Jugendstil

De Jugendstil heeft een voorliefde voor vrije vormen en is te kenschetsen als:
- Het decoratieve aspect speelt een grote rol. 
- Kleuren en gebogen vormen zijn zeer belangrijk, maar ook het ritme van een serie gebogen lijnen zoals van lange haren of een Japanse stenentuin. Kleuren vooral groen, bruin, geel, oranje, blauw.
- De vormgeving wordt vooral gekenmerkt of geÔnspireerd door de natuur met haar impliciete asymmetrie, al of niet gestileerde plantenmotieven, en de groeivormen van planten met organische vormen. Voorbeelden zijn bomen met veel takken (opgaand maar ook wel afhangend zoals bij treurwilgen), plantenstengels, bloemen, bladeren, insecten, pauwen, zwanen, en andere soorten vrije gebogen lijnen. En in de toegepaste kunst affiches (posters), boekomslagen, meubels, sieraden e.d., maar ook bijvoorbeeld in de architectuur bij delen van een gevel.
- In de architectuur laat men soms de constructie zichtbaar, nu gecombineerd met decoratieve elementen. In Nederland zijn bepaalde soorten witte, rode, gele of oranje gladde verblendsteen geliefd, en gietijzer, smeedijzer en glas. Afgewisseld met geglazuurde banden geven de muren de nieuwe architectuur een kleurig aanzien (de stenen van de gevel zelf zijn meestal niet geglazuurd); door de toepassing van lichte kleuren en het gladde karakter van de verblendsteen komen de decoraties op de gevel nog beter tot hun recht. Ook zijn er vaak geglazuurde dakpannen. Er wordt veel gebruik gemaakt van balkons, erkers, loggia's, torentjes, iets terugliggende vensters, dakkapellen e.d. Een raampartij wordt vaak omgeven door een gedecoreerde boog. De hekwerken van balkons hebben organische vormen, in hout of siersmeedwerk. De opkomende winkelstand manifesteert zich in grote ramen, woningen hebben vaak bovenlichten met roedenverdeling en geel kathedraalglas (extra lichtinval, sfeervol, zonwering). 
Decoraties aan de buitenzijde van het gebouw komen vooral voor bij alle gevelelementen zoals balkons; soms loopt de decoratie van het ene gevelelement over naar het andere.
- De lieftallige, mysterieuze vrouw met lang haar en met draperieŽn als kleding (als perfecte schoonheid), soms in een mythologische context, vaak als een vrije, zelfstandige, zelfverzekerde vrouw. De zogenoemde reformkleding van de dames heeft een soepele stof, is lang en valt losjes, als reactie op de (te) nauw sluitende corsetten van die tijd. De draagsters van die kleding leggen de nadruk op eenvoud, terwijl de Jugendstil juist zo uitbundig is, maar het belangrijkste is waarschijnlijk dat zij de vrijheid nemen zich te kleden zoals zij dat willen.
- Het ideaal van de Nieuwe Kunst is het maken van een Gesamtkunstwerk (Total art-work): een samenhangend kunstwerk waaraan verschillende vakdisciplines samenwerken. Niet alleen de gevel van een gebouw wordt verluchtigd met organische vormen, ook bijvoorbeeld tapijten, behang, trappenhuis, meubels, tafelzilver en soms zelfs de kleding van de bewoners worden in de nieuwe stijl vormgegeven (architect Henry Van de Velde ontwerpt ook reformkleding). Denk hierbij aan het Horta huis in Brussel.
- Vakmanschap en ambacht spelen een rol, maar het gaat om het resultaat en moderne technieken worden zeker niet geschuwd (bijvoorbeeld een betonnen gebouw met sgraffito Jugendstil versieringen).
- Land- en streekgebonden kenmerken: In BelgiŽ uit de Jugendstil zich vaak als een Gesamtkunstwerk, terwijl in Nederland vaak alleen de gevel Jugendstil-kenmerken heeft (wat een beetje doet denken aan faÁade-architectuur). In BelgiŽ wordt vaak sgraffito toegepast. Brussel heeft met zijn vele Art Nouveau huizen een aantal interessante wandelroutes. In Nederland heeft vooral Den Haag veel Jugendstil-gebouwen, mede door de rijkere bevolking en door de stadsuitbreidingen rond 1900. Frankrijk en Spanje hebben weelderige, zwierige decoraties. In Duitsland en Oostenrijk hebben de decoraties minder zwier, zijn meer geometrisch. In Oostenrijk heeft Wenen door de sloop van oude gebouwen, door stadsuitbreidingen en de kunstbeweging Sezession (1897) veel gebouwen in de stijl van de Jugendstil, maar niet lang na 1900 zorgt de Wiener Werkstštte met Josef Hoffmann voor een veel strakker, geometrischer stijl, terwijl na 1910 in Wenen het decoratieve weer terugkomt maar nu van de Art Deco. Ook in Oostenrijk is er een mix van Jugendstil en rustieke huisstijl bij woningen en meer classicistische stijl bij officiŽle gebouwen. Riga in Letland heeft veel prachtige Art Nouveau huizen en is in 1997 geplaatst op de Unesco-lijst van Werelderfgoedlocaties als "hoogste kwaliteit concentratie van Art Nouveau-gebouwen".
Denemarken heeft de SkÝnvirkestil ("mooi werk stijl"), een mix van Jugendstil, Arts and Crafts en nationale romantiek. Ook in de andere Scandinavische landen zijn Jugendstil en nationale romantiek gemengd (Ňlesund in Noorwegen). Andere landen met bijvoorbeeld Jugendstil-gebouwen zijn AustraliŽ (Melbourne), ArgentiniŽ (Buenos Aires), Zuid-Afrika (NamibiŽ), Marokko (Spaanse enclave Melilla), TunesiŽ (Tunis), Uruguay (Montevideo), Japan en VS.

Men past bij de Jugendstil drie typen ornamentatie toe:
- de florale (motieven uit natuur
- de lineaire (zoals zweepslaglijnen, "slaoliestijl", zie affiche
- de geometrische (ontstaan uit wiskundige methodes, wat zakelijker).

Een aantal voorbeelden, voornamelijk van Rondom1900 van Jalf Flach:


asymmetrisch:

banden:

bovenlicht:

doorlopend
ornament:

doorlopend
ornament:

draperie, kleur
en natuur

draperie en
symboliek:

natuur en 
kleur:

gebogen vormen, en smeedwerk:

gebogen
vormen:

geglazuurde
banden:


geometrisch:


geometrisch:

gesammt-
kunstwerk:

gesammt-
kunstwerk:

grote ramen bij
etalages:


kleuren:


japanse invloed:

lang haar:

lang haar

natuur:


natuur:


ritme en lineair:

rond raam, erker
en torentje:


sgraffito:

krullen in
schaduw:

smeedijzer,
smeedwerk:


smeedijzer:


smeedijzer:

tegeltableau en
kleuren:

symbolisme:

verblendsteen:

weelderig:

weelderig:

weelderig:

zwanen:


Ontstaan Jugendstil

De Jugendstil is duidelijk:
- een reactie op massaproductie / industrialisatie die vanaf het midden van de 19e eeuw opkomt (industrialisatie is zielloos en blokkeert het vrije uitvindersgevoel)
- een reactie op oude stijlen die steeds herhaald of gemengd worden (neostijlen met een verplichte vorm die voor kunstenaars als een keurslijf kan werken)
- wellicht een reactie op het feit dat de fotografie de werkelijkheid goed kan afbeelden (voor het uitbeelden van de realiteit heb je geen schilder of tekenaar meer nodig dus de kunstenaar kan vrijer ontwerpen)
- iedereen is op zoek naar een nieuwe stijl
- een voortbouwen op de Arts and Crafts Movement met zijn ethiek van ambacht en vakmanschap uit de Middeleeuwen
- sterk beÔnvloed door Japanse tekeningen waar ook de natuur een grote rol speelt en zwierige maar scherpe lijnen de hoofdtoon vormen
- een kunstrichting met een nieuwe vormgeving in architectuur en ornamenten (vooral de natuur, als tegenhanger van koud rationalisme)
- een streven naar een Gesamtkunstwerk, in de bouwkunst en een "alomvattend artistiek herontwerp van alledaagse dingen".

Waar de Arts and Crafts beweging zich vooral richt op handwerk en (vermeend) maatschappelijk belang, heeft de Jugendstil meer oog voor sierlijke, organische vormen. De Jugendstil is organischer, vrijer en verfijnder dan Arts and Crafts dat vooral in de architectuur toch wat grof overkomt.

Paul Greenhalgh, Brits historicus en auteur van kunstboeken, onderkent een aantal evenementen waardoor de Jugendstil steeds meer aandacht kreeg. Aangevuld met andere bewegingen:
- In Brussel worden door de Les XX (soms: Groupe de Vingt) al vanaf 1884 tentoonstellingen georganiseerd van werken van avant-gardistische kunstenaars die door de reguliere salons als L'Essor Salon en Antwerp Salon zijn geweigerd. De tentoonstellingen bevatten niet alleen schilderkunst, maar ook beeldhouwkunst en decoratieve kunst (meubels, glaskunst, sieraden e.d.). Na 1893 valt de groep van twintig kunstenaars uiteen en gaat Octave Maus met de alternatieve tentoonstellingen verder onder de naam La Libre Esthťtique. Het gaat bij deze tentoonstellingen vooral om impressionisme, maar het geeft de grote wilskracht en botsende karakters weer van de kunstenaars van die tijd, nťt voor de Jugendstil.
- Het eerste nummer van The Studio (1893), met Jugendstil-achtige tekeningen van Aubrey Beardsley, trekt de aandacht van de avant-garde in zowel Europa als de VS.
- In Brussel voltooit Victor Horta het Art Nouveau herenhuis van …mile Tassel (1893). Het Huis Tassel (HŰtel Tassel) heeft gebogen lijnen, ranken van ijzer, meubels en tapijten die passen bij de architectuur, kortom de geboorte van het Gesamtkunstwerk.
- In 1894 publiceert Henry Van de Velde in Brussel het pamflet Dťblaiement d'art (opruimen, opschudden van de kunst) waarin hij pleit voor de ontwikkeling van een nieuwe kunst, die zowel vitaal als moreel zou moeten zijn, zoals de grote decoratieve kunsten uit het verleden, maar wel met eigentijdse middelen. "De uitdrukking Art Nouveau wordt voor het eerst gebruikt door Edmond Picard, in 1894, in de Belgische recensie L'Art moderne, om de artistieke productie van Henry van de Velde te beschrijven. De naam Art Nouveau wordt echter bedacht door Henry Van de Velde met Victor Horta, Paul Hankar en Gustave Serrurier-Bovy."
- De opening van kunsthandel en tentoonstellingsruimte Maison de l'Art Nouveau door Samuel Siegfried Bing, die de term Art Nouveau van de Belgen heeft overgenomen en die deze stijl onder de aandacht brengt van het grote publiek (Parijs, december 1895). Grappig is dat men in deze tijd juist in Frankrijk spreekt over Modern Style en in Engeland over Art Nouveau (misschien dat daarom Art Nouveau wel eens op z'n Engels wordt uitgesproken). Meer synoniemen voor Jugendstil.
- In Duitsland heeft het tijdschrift Jugend vanaf 1896 een grote invloed op verschillende vormen van de kunsten, w.o. de architectuur. Het tijdschrift geeft later zijn naam aan de Jugendstil, een term die vooral in Duitsland, Oostenrijk en ook Nederland wordt gebruikt.
- In Duitsland lijkt in 1897 de term Jugendstil voor het eerst gegeven te worden aan het paviljoen Nietzschmann-Wommer in Leipzig van architect Paul MŲbius.
- De Jugendstil slaat zů aan dat hij zich over heel Europa verspreidt, waarbij lokaal de stijl wordt aangepast aan de eigen mogelijkheden en ideeŽn. 

Einde Jugendstil

- Vanaf 1900 wordt de uitbundigheid en vrijheid van de Jugendstil steeds vaker aangevallen door bijvoorbeeld kunstcritici. De zure critici vinden dat de versiering van een object ondergeschikt moet zijn aan zijn functie. (Een enkele keer wordt de ornamentiek zeer ver doorgezet, waardoor het een beetje Efteling-achtig wordt.)
- Extreemrechtse groeperingen vallen (letterlijk) de beweging aan, ongekende gebeurtenissen (1904-1905).
- Vanaf ca. 1905 blijkt de Jugendstil wat bourgois-achtig te worden en veel kunstnijverheidsproducten zijn eigenlijk massapoducten geworden, waardoor niet alleen het ťlan van de kunstenaars slinkt, maar waardoor ook de rijken en machtigen de Jugendstil gaan negeren.
- Misschien speelt ook een rol dat heel veel gevels die Jugendstil genoemd worden, decoraties hebben die wel erg symmetrisch of eenvoudig zijn en daarmee toch afbreuk doen aan de geest van de oorspronkelijke florale Jugendstil.
- Door de nationale en lokale invulling heeft de Jugendstil teveel stijlvarianten en wordt daarmee als "stijl" eigenlijk heel rommelig, wat de wens kan aanjagen naar strakkere vormen.
- In Duitsland benadrukt de oprichting van de kunstenaarsvereniging Die BrŁcke (1905) op een meer expressionische benadering en de oprichting van de Deutsche Werkbund (1907) verlegde de aandacht van veel ontwerpers naar eenvoud, zakelijkheid en degelijkheid. En dus duidelijk niet op decoraties, ornamentiek, vrije gebogen lijnen.
- Al vůůr de Eerste Wereldoorlog wordt de aandacht van de Jugendstil verlegd van het florale naar het meer geometrische, vooral in Nederland, Duitsland en Oostenrijk. Door de stilering van de ornamentiek wordt het eigenlijk al een overgangsvorm naar de Art Deco.
- De Jugendstil is dus al tanende, zeker in West-Europa, maar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog is er geen echte vrijheid en creativiteit om de positieve, soms frivole Nieuwe Kunst uit te voeren. Door een tekort aan grondstoffen wordt ook niet veel gebouwd. Er is ook niet veel gelegenheid meer voor de decoraties van deze bouwvorm en sierkunst, omdat de welvaart inzakt.
- Door het vele handwerk is de architectuur van de Jugendstil alleen interessant voor degenen die zich dat kunnen permitteren, voor de rijken. Alleen zijn die door de oorlog en veranderde maatschappij verarmd en als dat niet zo is, dan zijn ze nogal snel verveeld en willen weer wat anders, wat nieuws.
- Na de Eerste Wereldoorlog is er in de architectuur in Nederland meer aandacht voor bijvoorbeeld de Amsterdamse School (een soort Art Deco, alles wordt wat rechter, strakker, ondanks de decoraties toch veel minder weelderig dan bij de Jugendstil) en de Nieuwe Zakelijkheid (beton, staal, glas, blokkendozen, men verfoeit decoraties). De vrije, luchtige, losse, wispelturige, jonge geest van de Jugendstil komt voor de bouwkunst niet meer terug, maar handhaaft zich vooralsnog voor interieurs, handwerkproducten, sieraden e.d. tot ca. 1925.

Opleving Jugendstil

Er is altijd veel interesse in de Jugendstil, maar die uit zich niet in de bouwkunst. In de jaren '60 van de 20e eeuw is er een kortstondige opleving van de Jugendstil, vooral in kleding en grafische producten, wellicht door de flower-power-tijd en omdat met merkt dat veel oude gebouwen zonder nadenken gesloopt worden en er koude, zakelijke gebouwen voor in de plaats komen. In deze tijd hebben wel wat andere kleuren de voorkeur, vaak met oranje erbij. Voorbeeld.

Bij de hedendaagse architectuur is de aandacht van kopers en bouwers vooral gericht op woningen in 30-er-jaren-stijl, vaak omdat men waardeert dat er over het algemeen meer tijd en zorg aan die categorie woningen besteed wordt. Die woningen hebben de charme van aandacht voor details, en hebben soms toch ook elementen uit de Jugendstil.

Vertegenwoordigers Jugendstil

De Belg Victor Horta laat steenbewerkers/beeldhouwers vaak van verkleinde voorbeelden gebruik maken (in echt natuursteen, zo lijkt het), omdat ze dan weten hoe iets er werkelijk uit moet gaan zien. In BelgiŽ zijn ook Paul Hankar als architect en meubelontwerper, Henry Clemens van de Velde als schilder, vormgever en architect en Gustave Serrurier-Bovy als architect werkzaam met bijvoorbeeld Art Nouveau huizen en meubels.
In Nederland is Jan Toorop een bekende vertegenwoordiger (tekeningen, posters e.d.), maakt G.W. Dijsselhof houtsnedes, maakt Chris Lebau grafisch werk en glaskunst, maakt J. Thorn Prikker allerlei kunstwerken, bouwt J. W. Bosboom in Den Haag een winkelpand, en W. Molenbroek in Rotterdam een woonhuis dat het Witte Huis heet. G.B. Broekema bouwt in Leeuwarden een apotheek. (Vaak wordt H.P. Berlage genoemd i.v.m. de Amsterdamse Beurs, maar dat kan toch eigenlijk geen Jugendstil genoemd worden.) 
In Duitsland zijn het Otto Eckmann (schilder, graficus, ook in het tijdschrift Jugend; de zwaan was zijn favoriete onderwerp en werd een hoofmotief van de Jugendstil), Paul MŲbius (architect, tentoonstellingspaviljoen Leipzig) en August Endell (architect), in de VS Louis Comfort Tiffany (glas-in-lood-lampen e.d.), in Spanje Antoni GaudŪ (architectuur, organisch bouwen, Sagrada Familia; weelderig), in Frankrijk Renť Lalique (glaskunst, sieraden) en Hector Guimard (Parijse metro-ingangen), in TsjechiŽ Alfons Maria Mucha (posters, boekomslagen e.d.), in Engeland Aubrey Beardsley (tekenaar, graficus) en Arthur Heygate Mackmurdo (architect, graficus), in ItaliŽ Pietro Fenoglio (architect), in Oostenrijk Otto Wagner (architect) en Gustav Klimt (schilder, tekenaar; symbolist).

De verspreiding van de toegepaste kunst van de Jugendstil is in belangrijke mate te danken aan winkels voor binnenhuiskunst; hier verkoopt men naast gebruiksvoorwerpen, meubels e.d. ook bijvoorbeeld schilderijen, posters e.d. zodat men zijn woning in ťťn stijl kon inrichten: 
Arts & Crafts in Den Haag, 't Binnenhuis in Amsterdam, Maison de l'Art Nouveau in Parijs.

Synoniemen voor Jugendstil

De Jugendstil kent vele synoniemen waarmee landelijk en regionaal een eigen variant wordt aangegeven, maar ook als minder positieve term van tegenstanders en waarschijnlijk ook van kunstenaars met zelfspot (met dank aan Skiouros):
Age of Doodling, Arte Joven (Catalaans), Art Nouveau (BelgiŽ, Nederland, Engeland), Bandwurmstil, Belgische stil, Darmstadt Stil, …cole de Nancy, Eel Style, Estilo Modernista, gereizter Regenwurm, Glasgow Style (meer lineaire stijl), Golfstijl, Jugendstil (Duitsland, Nederland), Leliestijl, Liberty Style (ItaliŽ, Spanje, Latijns-Amerika; naar winkels met dezelfde naam die producten uit deze beweging importeerden), Lilienstil, Lily style, Lo Stile Liberty (ItaliŽ), Modern Style, Modern (Rusland), Moderne Strumpfbanlinien, Modernisme, Modernismo (Spanje), Neustil, Neu Stil, Neudeutsche Kunst, Nieuwe Kunst (Nederland), Nieuwe Stijl, Noodle Style, Nudelstil, Palingstijl (Brussel), Peitschenstil, SchnŲrkelstil, Secesija, Secesja (Polen), Sezession (Duitsland), Secession (Oostenrijk), Sezessionsstil, Sezessionstil, SkÝnvirkestil (Denemarken), Slaoliestijl, Stile floreale (ItaliŽ), Stile Inglese, Studio Stil (Duitsland, naar het Engelse tijdschrift The Studio), Style 1900, Style Anguille, Style Coup de fouet, Style Guimard (vanwege Hector Guimard van de Parijse metro-ingangen), Style Liberty (ItaliŽ), Style Maxim's, Style Mťtro (naar de Guimard-ingangen van de metro in Parijs), Style nouille (d.i. noedel-stijl, spaghetti-stijl; Frankrijk), Style sapin (Zwitserland), Style tťnia (lintwormstijl; Frankrijk), Style vague (golfstijl), Szecessziů (Hongarije), Tiffany (VS), Veldeschstil (naar Henry Van de Velde), Wellenstil, Whiplash Style, Yachting Style (naar de scheepshutten bij de Wereldtentoonstelling van 1900 waar werken worden tentoongesteld van kunsthandel Bing), Zweepslagstijl.

Diverse

- Meer gegevens over de kunsten rond 1900: Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst 1900.
- Voor veel foto's van Jugendstil-gebouwen: Rondom1900 van Jalf Flach.
- Voor art-nouveau-behang, -stoffen, -sieraden e.d.: Maison l'Art Nouveau.
- Meer voorbeelden van Jugendstil (Art Nouveau).
- Wereld Art Nouveau Dag NL

- Voor een omvangrijk archief van foto's van Jugendstilgebouwen (maar helaas nog niet ontsloten voor het publiek): Stichting Behoud Nederlandse Jugendstilarchitectuur.


voorloper jugendstil: eerste nummer van the studio, tekening van de jonge aubrey beardsley, 1893:


voorloper jugendstil: stoel lacma van arthur heygate mackmurdo, duidelijke jugendstil-invulling van de rugleuning, terwijl de rest van de stoel nog sober (klassiek) is; ca. 1883 (tentoongesteld in 1885):


al echt jugendstil waarschijnlijk, "de bruid", 1892-1893 (thorn prikker):


florale jugendstil; hoe de jugendstil aan haar naam komt, het tijdschrift jugend van 1896 (wikipedia, university of heidelberg):


zweepslagstijl; hoe de wat gestileerde versie van de jugendstil aan haar bijnaam "
slaoliestijl" komt; de haren doen ook wel denken aan een japanse stenentuin; tekenaar jan toorop (bron europeana, met dank aan stedelijk museum):


floraal voorbeeld van een jugendstil-affiche (bron europeana):


boek over mucha's werk van tumoko sato, uitgave taschen:


jugendstilhuis in nova paka, tsjechiŽ (rondom1900):


jugendstil, hŰtel ciamberlani, elsene, brussel, arch. paul hankar, 1897; let op ronde bogen rond de ramen en op de gedetailleerde sgraffito;
klik voor groter (ben2, wikipedia):


jugendstil, centraal apotheek leeuwarden, voorstreek 58, leeuwarden, arch. g.b. broekema, 1905 (michiel1972, wikipedia):


jugendstil, centraal apotheek leeuwarden, de godin hygaea als symbool voor reinheid, hygiŽne (c. messier. wikipedia):


kampen, gasthuisstraat, met o.m. bovenlichten en rond ornament bij een raam (rondom1900):


jugendstil, versieringen woonhuis den haag (ellywa, wikipedia):


gebogen raampartij, hotel hannon, brussel (rondom1900):


decoratie over groot deel van de gevel, bijzondere dakondersteuning, praag;
klik voor groter! (rondom1900):


jugendstil, gustav klimt, de kus, 1907;
klik voor groter (wien schloss belvedere, oostenrijk):



op de overgang naar jugendstil:

ook een voorloper jugendstil: symbolisme-werk van gustav klimt, dat toch al neigt naar de jugendstil; allegorie der skulptur, 1889;
klik voor groter (wikipedia):