home joostdevree.nl
bouwencyclopedie
nieuws

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


adverteren via Google
 disclaimer / ©

lid NVJ

gotiek

 

gotiek (1135-1500)

Ook, soms: Gotiek. De Gotiek is de in het begin van de 12e eeuw in Frankrijk ontwikkelde bouwkunst, de opvolger van de Romaanse bouwkunst. Zeer belangrijk is de nieuwe constructiemethode waarbij de massa van de overspanning d.m.v. ribben, zuilen en luchtbogen wordt gedragen. De muur verloor hierdoor haar dragende functie en kon van grote vensters worden voorzien. Een gotisch gebouw zou als een voorbeeld van skeletbouw gezien kunnen worden.  

Kenmerken van de Gotiek:
- kathedralen in de vorm van kruiskerken (basilieken), met hoofdaltaar en zijaltaren
- skeletconstructie van bogen en kolommen; het geraamte is deels buiten het gebouw door de luchtbogen
- door de hogere ramen treedt meer licht naar binnen
- het meest typerende motief is de spitsboog (de spitsboog geeft de belasting beter door dan de Romaanse boog, minder spatkrachten van het gewelf)
- luchtbogen (om de binnenruimte licht en ruimtelijk te houden is de constructie naar buiten gebracht)
- roosvensters, vaak een groot roosvenster boven het portaal
- hoge glas-in-lood-ramen met vaak gebrandschilderd glas
- vernieuwende gewelftype is het kruisribgewelf; vooral in de late Gotiek ook vaak sterwelf, netgewelf en waaiergewelf

- kooromgang en straalkapellen
- in de latere Gotiek gaan de ribben van het gewelf vloeiend over in de ribben van de kolommen (bundelpijlers)
- naast religieuze motieven werden lokale symbolen toegepast voor beeldhouwwerk (monsters, fabeldieren)
- decoraties in de vorm van hogels, kruisbloemen, koolbladen, wimberg, driepas, ajour e.d.
- de late Gotiek kenmerkt zich door de flamboyantstijl
- het omhoogstrevende karakter past goed bij de godsdienstige betekenis (verticaal stond in de middeleeuwen voor het spirituele, horizontaal voor het materiele), hoewel ook wel burgerlijke bouw in deze stijl werd uitgevoerd.

De eerste "gotische" bouwwerken zijn de kathedraal St. Étienne van Sens (1135, op initiatief van aartsbisschop Henri Sanglier, gebruik van het kruisribgewelf) en de abdijkerk van St. Denis (1140, ten noorden van Parijs, de abt Suger laat de kerk verbouwen, beide in het Ile de France. Over het algemeen wordt St. Denis als eerste genoemd.
Perioden in de Gotiek in de bouwkunst die elkaar, zeker internationaal, overlappen: 
1135 - 1200 vroege Gotiek (Romano-Gotiek, eenvoudige raamtraceringen)
1200 - 1400 Gotiek, hoge Gotiek of hooggotiek ("art rayonnant")
1400 - 1500 late Gotiek of flamboyante Gotiek.

De benamingen van de Gotiek in Engeland zijn:
1170-1240 Early English (te vergelijken met de vroege Gotiek; karakteristiek zijn het dubbele dwarsschip en de zogenoemde schermgevels waarbij de torens minder hoog zijn)
1240-1330 Decorated Style (accent op versieringen i.p.v. structurele vernieuwingen)
1330-1500 Perpendicular Style (veel verticale en horizontale lijnen, smalle panelen, zeer grote raampartijen; perpendicular betekent "loodrecht"; in de 15e eeuw meer gotische colleges dan kerken).

De naam Gotiek betekent "afkomstig van de Goten" (van het Italiaanse "maniera del Goti", barbaars). De Goten hebben echter niets met de gotische architectuur te maken gehad. "In Italië, dat nooit erg gotisch is geweest, gebruikte men sedert de 16e eeuw het bijvoeglijk naamwoord gotico (gotisch) als scheldwoord met de betekenis 'middeleeuws, onbeschaafd, smakeloos, achterhaald' voor alle kunstwerken die tot het eind van de Middeleeuwen door de Goten, d.w.z. alle volken ten noorden van de Alpen, waren voortgebracht." De (voor Italië interessanter) klassieke grieks-romeinse Renaissance volgde als bouwstijl de Gotiek op. (Aangehaalde tekst gedeeltelijk van Etymologiebank.)



Zie voor afbeeldingen ook bijvoorbeeld Gotique de France.
Verg. neogotiek.
Met dank aan Geschiedenis van de Bouwkunst (Van Heuvel en Verbrugge, 1996), Grote Nederlandse Larousse Encyclopedie, Steve CadmanEric de Paris, Boston College.
Eng. Gothic (style)



beurzen, beeldbanken, barters e.d.