Ook,
soms: Gotiek. De Gotiek is de in het begin van de 12e eeuw in Frankrijk
ontwikkelde bouwkunst, de opvolger van de Romaanse
bouwkunst. Zeer
belangrijk is de nieuwe constructiemethode waarbij de massa van de
overspanning d.m.v. ribben, zuilen
en luchtbogen wordt gedragen. De muur verloor hierdoor haar
dragende functie en kon
van grote vensters worden voorzien.
Een gotisch gebouw zou als een voorbeeld van skeletbouw
gezien kunnen worden.
Kenmerken
van de Gotiek:
- kathedralen in de vorm van kruiskerken (basilieken),
met hoofdaltaar en zijaltaren
- skeletconstructie van bogen en
kolommen; het geraamte is deels buiten het gebouw door de luchtbogen
- door de hogere ramen treedt meer licht naar binnen
- het meest typerende motief
is de spitsboog (de
spitsboog geeft de belasting beter door dan de Romaanse boog, minder
spatkrachten van het gewelf)
- luchtbogen (om de binnenruimte licht
en ruimtelijk te houden is de constructie naar buiten gebracht) - roosvensters, vaak een groot
roosvenster boven het portaal
- hoge glas-in-lood-ramen met vaak gebrandschilderd
glas - vernieuwende gewelftype is het kruisribgewelf;
vooral in de late Gotiek ook vaak sterwelf, netgewelf
en waaiergewelf
- kooromgang en straalkapellen
- in de
latere Gotiek gaan de ribben van het gewelf vloeiend over in de ribben van de
kolommen (bundelpijlers) - naast religieuze motieven werden lokale symbolen toegepast voor
beeldhouwwerk (monsters, fabeldieren)
- decoraties in de vorm van hogels, kruisbloemen,
koolbladen, wimberg,
driepas, ajour
e.d.
- de late Gotiek kenmerkt zich door de flamboyantstijl
- het omhoogstrevende karakter past goed bij de godsdienstige betekenis
(verticaal stond in de middeleeuwen voor het spirituele, horizontaal voor
het materiele), hoewel ook wel burgerlijke bouw in deze stijl werd uitgevoerd. De
eerste "gotische" bouwwerken zijn de kathedraal St. Étienne van Sens
(1135, op initiatief van aartsbisschop Henri Sanglier, gebruik van het kruisribgewelf) en de abdijkerk
van St. Denis (1140, ten noorden van Parijs, de abt Suger laat de kerk verbouwen,
beide in het Ile de France. Over het algemeen wordt St. Denis als eerste
genoemd.
Perioden in de Gotiek in de bouwkunst die elkaar, zeker internationaal,
overlappen:
1135 - 1200 vroege Gotiek (Romano-Gotiek,
eenvoudige raamtraceringen)
1200 - 1400 Gotiek, hoge Gotiek of hooggotiek ("art rayonnant")
1400 - 1500 late Gotiek of flamboyante Gotiek.
De benamingen van de Gotiek in Engeland zijn:
1170-1240 Early English (te vergelijken met de vroege Gotiek; karakteristiek
zijn het dubbele dwarsschip en de zogenoemde schermgevels waarbij de torens
minder hoog zijn)
1240-1330 Decorated Style (accent op versieringen i.p.v. structurele
vernieuwingen)
1330-1500 Perpendicular Style (veel verticale en horizontale lijnen, smalle
panelen, zeer grote raampartijen; perpendicular betekent
"loodrecht"; in de 15e eeuw meer gotische colleges dan kerken).
De naam Gotiek betekent "afkomstig van de Goten" (van het Italiaanse
"maniera del Goti", barbaars). De Goten
hebben echter niets met de gotische architectuur te maken gehad. "In
Italië, dat nooit erg gotisch is geweest,
gebruikte men sedert de 16e eeuw het bijvoeglijk naamwoord gotico
(gotisch) als scheldwoord met de betekenis 'middeleeuws, onbeschaafd, smakeloos,
achterhaald' voor alle kunstwerken die tot het eind van de Middeleeuwen door de
Goten, d.w.z. alle volken ten noorden van de Alpen, waren voortgebracht."
De (voor Italië
interessanter) klassieke grieks-romeinse Renaissance volgde als bouwstijl
de Gotiek op. (Aangehaalde tekst gedeeltelijk van Etymologiebank.)