home joostdevree.nl

home

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


adverteren via Google
 disclaimer / ©
contact

houtbeurs in de ahoy rotterdam

Baksteen algemeen

 

baksteen, algemeen


1. Metselverbanden of steenverbanden
2. Historie van de baksteen

3. Wat is baksteen?
4. Types baksteen
5. Voornaamste eigenschappen van baksteen
6. Formaten

7. Musea

8. Voegtypen (andere pagina)

9. Baksteenfabricage (andere pagina)

10. Steenfabrieken/leveranciers (andere pagina)




1. Metselverbanden of steenverbanden (klik naar andere pagina)



2. Historie van de baksteen *)

Zesduizend jaar geleden was de baksteen al in gebruik, tweeduizend jaar geleden voerden de Romeinen het baksteenbedríjf in, in een groot deel van Europa. Deze bedrijven ontstonden vooral in die streken waar de ondergrond goede potaardeklei bevatte. De grote ontwikkeling van het steenbakkersbedrijf in onze gewesten dagtekent van de 8e eeuw en bleef daarna eeuwenlang ongeveer op hetzelfde peil zonder merkbare vernieuwing. Op het einde van de 9e en het begin van de 10e eeuw kwam het machinaal bedrijf tot stand en verdrong de met de hand gevormde steen. Eeuwen lang heeft de baksteen bewezen zeer goede hoedanigheden te bezitten welke hem meer dan enig ander materiaal geschikt maakt voor het bouwen van muren.

Middeleeuwse steenbakkerij, twee sjouwers met manden met klei, aan de vormtafel drukt de vormer klei in houten ramen, op de voorgrond slaat een helper de nog zachte klei uit het raam op het droogveld om de klei te laten drogen. Na drogen gaan de stenen in de rechts afgebeelde oven.
 
Kleibewerking voor een steenfabriek in Denemarken, ca. 1860.
 
Afbeelding van Jetses van een steenfabriek aan de Hollandse IJssel. Centraal staat het pershuis met schoorsteen wat noodzaakte om de vormelingen per kar ter vervoeren. Uniek in Europa is dat hier baggerklei werd gebruikt die geelbakkend was.


Met dank aan Wonink Woonkeramiek en Vandersanden Steenfabrieken.



3. Wat is baksteen? *)

Baksteen wordt verkregen door het bakken van klei op een temperatuur van 850 tot 1200 graden. 

De verschillende bewerkingen die de klei daartoe ondergaat zijn de volgende: 

1 Klei uitgraven 
2 Klei homogeen maken (kneden) 
3 Steen vormen 
4 Steen drogen 
5 Steen bakken 

Deze vijf basisbewerkingen zijn in de loop van zestig eeuwen onveranderd gebleven. 

Wel zijn in de laatste honderd jaar de mechanische hulpmiddelen veelvuldiger geworden. Vroeger gebeurde alles met de hand thans wordt de klei mate uitgegraven met behulp van baggermachines. 

Klei kneden gebeurt eveneens machinaal en heel wat beter dan vroeger. Het vorsten van de steen is de bewerking die het meest het later uitte zicht van de steen beïnvloedt. 

Tot voor honderd jaar bestand enkel het vormen met de hand. De vormer man een hoeveelheid klei en sloeg deze in een houten voorraampje. Deze manier van vormen wordt thans enkel nog toegepast voer het maken van gevelsteen. 

Handvormsteen heeft een onregelmatig oppervlak (generfd) en is bijzonder weerbestendig. Sedert enkele jaren wordt ook heel wat gevelsteen gevormd met behulp vormbakpersen. Dit zijn machines die het vormen me de hand nabootsen. De eigenschappen van vormbakperssteen zijn ongeveer dezelfde als die van handvormsteen, doch de nerven zijn minder dieps de hoeken zijn kantiger en de mechanische weerstand is meestal iets hoger. 

Ongeveer 90% van de baksteen wordt thans gevormd met behulp van Strengpersen. In de strengpers wordt de klei onder de vorm van een balk gevormd, een streng draden snijden de balk in stukken zodat de bakstenen bekomen worden. Deze hekstenen moeten nu gedroogd worden. Het drogen van de steen gebeurde vroeger in openlucht thans bijna uitsluitend in droogkamers. Het bakken van de steen is tenslotte de laatste bewerking: ongeveer 95% van de bakstenen warden in zogenaamde continu-ovens gebakken waarin het vuur nooit uitgaat, waardoor de steen op gelijkmatige manier gebakken wordt. Voor gevelsteen werd ook nog gebruik gemaakt van discontinue oven waarvan het oudste type de klampoven is. In de klampoven wordt de gedroogde steen opgestapeld terwijl kolen tussen de lagen gestrooid worden. De oven wordt pas aangestoken nadat hij volledig vol is. Na het opbranden van de kolen en afkoelen van de oven (wat enkele weken duurt) moet de steen gesorteerd worden. 

Na sorteren heeft men: 

1 Gewone klampsteen 
2 Grijze klampsteen 
3 Klinkaert. 



4. Types baksteen *)

Het is gebruikelijk de vaksteen volgens de streek van herkomst te klasseren. 

Zo spreekt men van Scheldesteen, Boomse steen, Kempische steen, Kuststeen Lokale baksteen, enz 

Deze manier van klasseren is in feite achterhaald daar de steenbakkerijen in alle streken van het land aan dezelfde normen gebonden zijn en ook de productiemethoden veelal genormaliseerd zijn. De bestaande verschillen hebben vooral betrekking op de sortering. 

Het is beter de baksteenproducten volgens hun types te klasseren. 

1 VOLLE BAKSTEEN 

De volle baksteen is volgens NBN II8, een baksteen met minder den 15% perforaties. (een steen met een paar gaten in, is dus niet noodzakelijk als geperforeerd te beschouwen) Deze stenen zijn meestal van tamelijk klein formaat. Tot verscheidene jaren na de tweede wereldoorlog maakte de "volle baksteen" bijna de totaliteit uit van de Belgische baksteenproductie. Thans bestaat nog slechte 30 a 40% van de productie uit 'gewone volle baksteen". Deze steen is meestal zeer haard, handig in het gebruik en vorstbestendig. 

2 GEPERFOREERDE STEEN 

Volgens NBN 476 is als "geperforeerde baksteen" te beschouwen: 

Elke baksteen met 15 a 40% perforaties. Geperforeerde baksteen wordt meestal gebruikt voor binnenmuren; als mede voor de binnenwand van de spouwmuren. 

3 HOLLE BAKSTEEN. 

Deze Stenen hebben meer dan 40% holle ruimte. Deze steen kan niet gebruikt worden voor dragende muren. Het voordeel ligt in het licht gewicht en de grote afmetingen waardoor het metselwerk snel opschiet. 

4 GEVELSTEEN 

Ook: voorwerker. Het is zeer moeilijk een definitie te geven van gevelsteen. Vroeger was gevelsteen een bijzonder verzorgde steen die men ook siersteen noemde. Deze definitie is te eng omdat gevelsteen ook een rustiek en gewild ruw aspect kan hebben. 

Thans is men eerder geneigd elke baksteen die vorstbestendig is als gevelsteen te klasseren. Deze definitie is echter te ruim, omdat men kan aannemen dat minstens drie vierde van de baksteen die in België geproduceerd wordt daaraan beantwoordt. 

Traditioneel onderscheidt men echter volgende types: 
- Handvormgevelsteen: dit is volle baksteen die met de hand gevormd werd. 
- Vormbaksteen: dit is de machinale nabootsing van de handvormsteen
- Strengpersgevelsteen vroeger ook wel "machinale of mechanieke gevelsteen" genoemd: dit is steen met een uiterst verzorgd oppervlak. Strengpersgevelsteen kan glad, bezand, geschorst of geschorst en bezand zijn. 

5 TRADITIONELE PRODUCTEN. 

Een oude industrie als de baksteenindustrie heeft uiteraard ook producten die om de een of andere reden een algemeen of regionaal bekende traditionele naam hebben en daarom ook dikwijls zo in de bestekken beschreven word. Sommige van deze normen zijn onduidelijk gedefinieerd en geven dan eek nogal eens aanleiding tot verwarring en discussies. 

- Klampsteen 

Gevelsteen gebakken in de klampoven. (wordt enkel gemaakt in de Rupelstreek) 
De Klampstenen worden volgens de aloude en beproefde methode in de traditionele klampovens gebakken. Ze worden gesorteerd in rood dominerende, geschakeerde en grijs dominerende kleurselecties. 
De rode klampsteen wordt doorgaans gewone klampsteen genoemd Bij de geschakeerde klampsteen wordt onderscheid gemaakt naargelang het percentage grijze vlammen d.w.z. – 25% 50% of 75% grijs geschakeerde De duurste is de 100% grijze klampsteen 
Alle klampstenen zijn hoogwaardige gevel- en decoratiestenen. 
De klampstenen kunnen zowel met de hand gevormd zijn als in de vormbakpers gevormd zijn. De enen zijn ruwer, de anderen zijn gelijkmatiger van aspect. De hoedanigheid en de kleurschakeringen zijn volkomen gelijkwaardig vermits grondstoffen en bakproces dezelfde zijn. 

- Paepesteen. 

Deze van oudsher bekende steen werd in de middeleeuwen door de monniken in een "paepeoven" gebakken. (Vandaar de oorsprong van de benaming: Heden ten dage wordt deze steen in een ringoven gebakken) 
Er bestaat rode en blauwe paepesteen; beiden gebruikt als hoogwaardige gevel- en siersteen. Wordt vervaardigd in de Rupelstreek. Zoals bij de klampsteen bestaan er hier ook met de handgevormde en in de vormbakpers gevormde paepestenen. 

- Klinkaert. 

Zeer hard gebakken Klampsteen noemt men klinkaert. De klinkaert is bruin tot paarsachtig getint en heeft een hoge druk en slijtage weerstand. Hij wordt hoofdzakelijk gebruikt voor onderbouwen, waterwerken en analoge toepassingen. Voor plinten, deurdorpels en bevloeringen wordt hij eveneens aangewend. Men onderscheidt ook hier handvormsteen en met de vormbakpers gevormde steen. 

- Kempische voorwerkers. 

Dit is gewone strengperssteen uit de Kempen, rood van kleur doch in gevelsteenkwaliteit gesorteerd. Deze stenen worden soms ook " Boerse brikken" genoemd. 

- Veldovensteen. 

Een typisch product van Schelde- en Dendervallei. Deze stenen worden gebakken in veldovens. De veldovensteen wordt steeds minder geproduceerd daar de veldovens zeer schaars geworden zijn. 
Deze steen wordt soms ook "lokale steen" genoemd. 



5. Voornaamste eigenschappen van baksteen *)


1 Drukweerstand 

De drukweerstand van baksteen hangt af van de gebruikte kleisoort alsook ven het aantal perforaties. Volle baksteen heeft een drukweerstand van minstens 150 Kg/cm2 De weerstand van het metselwerk wordt bepaald door de gemiddeld weerstand van de baksteen en van de mortel. 

Met de in België gebruikelijke geperforeerde baksteen en mortel C300 of C400 kaai men op metselwerk een breukweerstand bekomen gaande van 80 tot meer dan 200 kg/cm². 

2 Thermische isolatie 

Bij baksteen is de verhouding thermische isolatie geleidbaarheid - eigengewicht het laagst, daarom is baksteen buitengewoon geschikt voor gebouwen met goede thermische isolatie voor elk jaargetijde. 

3 Duurzaamheid 

Dat baksteen eeuwenlang intact kan blijven is door ontelbare gebouwen bewezen. Er zijn voldoende soorten vorstbestendige bakstenen in de handel. Baksteen weerstaat ook aan de inwerking van de meeste scheikundige producten, agressieve atmosfeer, mechanische schokken e.d. 

4 Verwerkbaarheid

De relatief kleine afmetingen van baksteen maken ze voor alle werk geschikt. 

5 Stabiliteit

De vormstabiliteit van baksteen wordt door geen enkel ander materiaal bereikt: zeer lage thermische uitzettingscoëfficient, geen krimp, geen kruip. Met baksteen kan men muren maken tot 40m lengte,' zonder dilatatie voeg. 

6 Geluidsisolatie

Door zijn relatief hoog gewicht, en amorfe structuur vormt de baksteen een goede afscherming tegen geluidsoverdracht. 

7 Brandveiligheid

De hoogste klasse van brandweerstand (6 uur) wordt reeds bereikt met baksteenmuren van 19cm dikte. 

8 Inertie 

Baksteen is een materiaal met bijzondere inertie eigenschappen waardoor een regelmatig klimaat gewaarborgd wordt. In een woning uit baksteen is het stookregime minder afhankelijk van de schommelingen van de buitentemperatuur.

7 Esthetiek

Er bestaan zonder twijfel zeer mooie soorten bakstenen welke uitstekend geschikt zijn voor siermetselwerk. 


CELLENBAKSTEEN. 

Voor het produceren van cellenbaksteen wordt aan de klei geëxpandeerde polystyreenkorrels toegevoegd. Tijdens het bakken vergassen deze korrels restloos en laten poriën na. De bedoeling is een lichte cellulaire baksteen te bekomen gekend onder de benaming Poroton en Porobrick. Zelfde afmetingen als vermeld in het modulair systeem. Volumegewicht 700 kg/m3 en drukweerstand 75 kg/m2



6. Formaten


De genormaliseerde afmetingen van baksteen zijn afgestemd op een modulair systeem met als basis 10 cm. Dit betekent dat elke afmeting van de steen + 2 halve voegen gelijk moet zijn aan 100 mm of een veelvoud daarvan. Indien een afmeting kleiner is dan 10 cm moet men meerdere afmetingen samentellen om een moduul te vormen.

De nominale afmetingen van de baksteen die in onderstaande tabel worden opgegeven stemmen niet overeen met de werkelijke gemiddelde afmetingen waarin hij wordt geproduceerd. Dit heeft zijn reden: in het modulair systeem werd gerekend met een nominale voegdikte van 10 mm. In de praktijk is evenwel gebleken dat deze voegdikte wel eens voor problemen zorgt en een voeg van 12 mm gemakkelijker te realiseren is en zich beter gedraagt.

Theoretisch is de modulaire afmeting van vb. 300 mm samengesteld uit: nominale afmeting van de steen 290 mm + 2 maal een halve voeg van 10 mm; in de praktijk zal dit zijn: werkelijke afmeting van de steen 288 mm + 2 maal een halve voeg van 12 mm = ook 300 mm.

De verschillende formaten In het onderstaande overzicht van de formaten waarin de verschillende steensoorten in België worden geproduceerd, zijn de nominale afmetingen opgegeven in mm en in de volgorde lengte * breedte *  hoogte.

Berekening via internet, ook hoeveel cement benodigd is enz. enz. (G.Tombeur)

Standaard formaten

Standaardformaat
(L(strek) x B(kop) x H

Benaming

Benadering **)
aantal per m2

190*90*50 moduul 83
190*90*57 moduul? 75
190*90*65 moduul 67
190*90*90 moduul 50
290*90*65 44
290*90*90 33
290*90*140 22
290*140*90 33
290*140*140 22
290*140*190 17
290*190*90 33
290*190*140 22
290*190*190 17
590*90*190 8
590*190*140 11
590*190*190 8


**) Berekening van het aantal stenen per m2, gerekend met 10 mm voeg
(1/((lengte+voeg)/1000)) * (1/((hoogte+voeg)/1000))


Specifieke formaten

Deze benamingen kunnen van regio tot regio wel eens verschillen, zo wordt het vechtformaat elders wel eens Romeins formaat genoemd.

Specifiek formaat
niet genormaliseerd

L(strek) x B(kop) x H

Benaming

Benadering **)
aantal per m2

150*70*30
160*75*35 (ca.) ijsselsteen 131
173*80*48 klampsteen 94
175*85*45 derdeling 98
175*85*50   90
180*80*45 (ca.) drieling (Hollands) 96
180*85*50 rijnvorm 88
180*85*65 boerkens 70
180*85*90 superboerkens 53
200*95*60 Brussels formaat 68
210*100*40 vechtformaat 91
210*100*65 kustvorm; dikformaat 61
214*102*65 dikformaat (Caprice; ook o.m. 212 lang) 60
215*102*50   74
215*102*65 engels formaat 59
215*100*70 virginia formaat 56
220*105*40 Romeins formaat 87
220*105*50 waalformaat 72
220*105*65 Frans formaat 58
240*90*50 Spaans formaat 67
240*100*69 euroformaat? 51
240*115*40 dunformaat 80
240*115*53 bundesdünn 63
240*115*70 normaal formaat 50
240*300*240   16
260*125*60 (ca.) rooswinkel 53
290*90*62 campina formaat 46
300*240*240   13
320*100*70 forsala formaat 38


**) Berekening van het aantal stenen per m2, gerekend met 10 mm voeg

(1/((lengte+voeg)/1000)) * (1/((hoogte+voeg)/1000))


7. Musea


*) Met dank aan o.m. Mathys bvba en de Stichting Historie Grofkeramiek.




printvriend


kerken kijken in utrecht, klik voor de link

(t/m. monumentendag
zo. 12 september)


Bezuiniging 11

Stop die miljardenverslindende activiteiten rond CO2 nu eindelijk eens. Natuurlijk verandert het klimaat (dat doet het hier al 4 miljard jaar). Maar als rapporten van een paar VN-milieufreak/amateurs en een film van een Amerikaans voor het hoofd gestoten haantje door nitwit-Europa worden overgenomen om extreem dure CO2-verminderende activiteiten te ontplooien, dan is dat niet alleen kortzichtig maar economisch neigt dit naar roekeloosheid en stompzinnigheid.
De "onwaarheid" over de zure regen werd ook al aan de borst gedrukt door milieufreaks en door de bevriende overheid in dure, nutteloze wetgeving gegoten. 


Bezuiniging 10

Dat steeds van naam veranderen van bedrijven, productnamen enz., dat werkt ook niet gratis. Natuurlijk branden je vingers om de naam te veranderen als er meer onderdelen bijkomen of de inhoud enigszins anders is.
De IB-Groep die nu DUO-IB-Groep heet, het (toen vrij nutteloze) Arbeidsbureau dat, met nog CWI en UWV Werkbedrijf als tussennamen, nu Werkbedrijf heet, Monumentenzorg die RACM werd en nu Cultureelerfgoed heet, het sofinummer dat zo nodig BSN moest heten wat vrijwel alle ICT-bedrijven heeft getroffen (alleen maar omdat de Belastingdienst het sofinummer ook aan bedrijven toekende en die naam voor niet-natuurlijke personen niet wilde aanpassen.
Maar de consument of burger betaalt de nodeloze kosten. 


Bezuiniging 9

Wegwerkzaamheden die niet echt nodig zijn, moet je ook niet uitvoeren. Hoe vaak komt het niet voor dat een verkeersplein al na een paar jaar weer wordt "herontworpen" (die beleidsmedewerkers moeten ook wat te doen hebben, of ze hebben bij de eerste versie niet goed genoeg nagedacht). En als er eens echt iets verkeerd is ontworpen, dan duurt het jaren voordat de overheid toegeeft dat het beter had gekund.
De dbfm-methode voor gww-werkzaamheden is niet zo gek, maar waarom zijn er dan nog zoveel ambtenaren? 


Bezuiniging 8

Stop elke bijdrage aan de Joint Strike Fighter (Failure?) en ga voorlopig door met de oude straaljagers.
Als een gewone burger het financieel moeilijk heeft, dan koopt die ook geen nieuwe auto, zeker geen dure, en zeker geen dure auto die nog ontworpen wordt (bezuiniging waarschijnlijk 5 miljard euro).


Bezuiniging 7

Geen kilometerheffing op een moeilijke, belachelijk dure manier maar gewoon, zoals al vele jaren, via de accijns.
De kilometeromslag via de accijns is triest maar duidelijk en als iemand in een brandstofzuinige auto rijdt dan is dat voordeliger.
Het zal de files natuurlijk niet echt terugdringen maar zo kan tenminste iedereen zijn eigen vervoerswijze kiezen ipv. alleen degenen die buiten de spits kunnen rijden, degenen die genoeg financiële middelen hebben en de bestuurders van bedrijfswagens.


Bezuiniging 6

"Europa" kost ons 140 miljard euro per jaar.
Als alleen al in de pietluttige, bemoeizuchtige zaken wordt gesneden, hoeveel levert dat op?
(het verbod op het Belgische lage BTW-tarief voor nieuwbouw,
dat gloeilampengedoe, gezeur over verplicht Europees aanbesteden enz.)


Bezuiniging 5

Denk nog eens na voordat we die FIFA-mafia Nederland en België binnenhalen.
Dat FIFA-gedoe kost de burger alleen maar geld en we blijven met te grote stadions zitten.


Bezuiniging 4

Vooral voor het Ministerie van Onderwijs (OCW), maar eigenlijk voor alle ministeries en gemeenten: ontdoe je van de meeste beleidsmedewerkers.
Natuurlijk zijn er mensen nodig die een vorm van beleid moeten uitwerken maar het is echt een wildgroei geworden van duurbetaalde om zich heen grijpende veranderaars.
Kenmerkend voor een beleidsmedewerker is dat deze uitsluitend wil veranderen om te veranderen (bij voorkeur zaken veranderen die goed werken), dat plannetjes doorgedrukt worden (hoe duurder hoe beter), dat het netwerk belangrijker is dan de maatschappelijke relevantie, dat deskundigheid zeker geen vereiste is (liever niet), dat verkopen en vergaderen hulpmiddelen zijn met het uitsluitende doel je te laten gelden.
Elke beleidsmedewerker minder betekent vele, vele ambtenaren minder omdat er dan geen wijzigingen zijn die over een paar jaar weer door dezelfde of een andere beleidsmedewerker weer worden teruggedraaid. 
En dan te bedenken dat beleidsmedewerkers alleen nodig zijn omdat de top al helemaal geen verstand van zaken heeft.

Bezuiniging  3

De doorgeslagen verantwoordingscultuur en het gebrek aan vakkennis bij het management in o.m. de zorg leidt ertoe dat medewerkers teveel tijd kwijt zijn met het invullen van formulieren en het rapporteren aan nutteloze tussenmanagers.
Het wantrouwen van het management naar de vakbekwame medewerker en het denkbeeld alles te moeten sturen en controleren is ridicuul groot en heeft alleen maar tot gevolg dat de werksfeer verpest wordt en minder handen het werk in minder tijd moeten verrichten.
Vertrouwen in de vakkennis en kunde van de medewerker is belangrijker dan een goed draaiende papierwinkel die veel tijd en geld kost en alleen maar nadelig werkt voor werksfeer en klanten.

Bezuiniging 2

Waarom worden niet meer die kleine goedkope huisjes gebouwd?
Omdat de epc-eisen te streng zijn? Omdat er geen eer aan te behalen lijkt? Omdat de grondkosten door de gemeenten toch veel te hoog worden gesteld?
Waarom wordt er veel landbouwgrond plotseling "natuur" ipv. goedkope grond voor sociale woningbouw?

Bezuiniging 1

Hef het NWO op. Duurbetaalde hoogopgeleide onderzoekers aan universiteiten zijn veel tijd en geld kwijt met het schrijven van voorstellen om fondsen te verwerven. Die voorstellen worden door duurbetaalde hoogopgeleide medewerkers van NWO beoordeeld . Dus velen zijn bezig met nutteloos geld opmaken.
Waarom hebben de eigen instituten van NWO bijvoorbeeld 125 miljoen gekost  (excl. de 36 miljoen voor het NWO-"bureau"...) terwijl de universiteiten maar 285 miljoen ontvingen uit deze geldstroom die toch feitelijk voor de universiteiten bedoeld is? (De cijfers zijn van 2007; de NWO is niet zo snel met cijfers op haar site.)
Als het niet zo treurig was, zou het lachwekkend zijn.
(Met dank aan een oplettende, boze ingenieur in De Ingenieur.)


Bouwfouten
op Bouwwereld

bouwfout afzuiger, winnaar juni 2010, www.bouwwereld.nl


Waterwolven
(over waterbeheer)


"De moderne stad is een vergissing" (artikel Cobouw)
(tikkeltje complottheorie maar toch...)


Iets héél anders:
weekday veg