Een
glijanker is een meestal metalen hulpmiddel waarmee bv. in een gevel de muurdelen aan weerszijden van een verticale dilatatievoeg
bijeen worden gehouden terwijl het hulpmiddel bij
temperatuurwisselingen in de "huls" heen en weer kan
glijden.
De functie van het glijanker richt zich dus enerzijds op de
stabiliteit (een soort verankering van de muurdelen aan weerszijden
van de dilatatievoeg), anderzijds op de flexibiliteit (de muren kunnen
enigszins bewegen).
Indien mogelijk wordt het glijanker in de horizontale metselmortelvoeg
gelegd (afbeelding boven).
Het glijanker is voor een goede krachtverdelende werking vaak 300 of 400 mm
lang; het metaal van 6 mm diameter kan gemaakt zijn van rvs
of van gegalvaniseerd (verzinkt) of
plastic-gecoatstaal
en de mof is een kunststoffen mof (plug, huls) of krimpslang. Glijankers worden
meestal om de 500 mm aangebracht (tussenruimte, boven elkaar), maar dat is
afhankelijk van de situatie.