De Amsterdamse School gebruikte veel
verticale
accenten in de gevelindeling. Men gebruikte "eerlijke" materialen, zoals
baksteen en hout. Beton
en staal komt bij de Amsterdamse School niet
in het zicht, die men niet vond passen bij het handwerk dat men in het gebouw
tot uitdrukking wilde brengen. De bouwwijze was expressief, veel
siermetselwerk van handvormstenen.
Ook wordt de stijl gekenmerkt door
grillige kozijnvormen in zwaar hout, vaak laddervensters
met meerdere horizontale roeden, ramen in glas-in-lood en accenten bij
deuren, portieken en doorgangen. Men bouwde golvende
gevels, en men
paste veel materialen onconventioneel toe, zoals dakpannen als
muurbekleding. De daken zijn veelal steil en soms met torentjes versierd.
De horizontale lijn is één van de meest
karakteristieke eigenschappen van de Amsterdamse School, vaak met
verticale accenten waardoor de Amsterdamse School wat weg heeft van de Art
Deco. Door nieuwe,
juist niet zichtbare constructies van gewapend beton of staal was het nu mogelijk een raam
in een bakstenen muur breder te maken dan de hoogte.
De
Amsterdamse School grijpt, wellicht onbewust, terug op de
Middeleeuwen: baksteen, massieve vormen, bogen, torens. Maar er komen
ook wel witgepleisterde gevels voor.
Het functionele is ondergeschikt aan de vormgeving.
Bij landhuizen in deze bouwstijl zijn de daken merendeels van riet en
plastisch gemodelleerd.
voorbeeld van "de horizontale lijn", golvende gevels en torens (spaardammerbuurt):
voorbeeld van de verticale accenten:
De stroming is een reactie op het rationalisme van Berlage die
in de mening van de architecten van de Amsterdamse School te strak en te zakelijk
was.
De Amsterdamse School streefde naar fantastische vormen. Dit was een
protest tegen de eisen van het gebruik en de constructie. Men vond dat
er geen rekening werd gehouden met de bewoners en met de vormgeving en
indeling van het gebouw. Ook is het gebouw pas compleet wanneer het is
ingericht. Toch zou ook in deze periode blijken dat
de architecten zich meer zagen als kunstenaars die wel weten wat goed zou zijn voor de
burger (een denkbeeld dat nog steeds aanhangers vindt).
Deze expressionistische bouwstijl beheerste vanaf ongeveer 1910 tot eind jaren twintig de
architectuur (vooral woningbouw, scholen en bruggen) in Amsterdam en
de directe invloedsfeer, zoals het Gooi, het kunstenaarsdorp Bergen en
het tuindersdorp Aalsmeer. Verder heeft deze stijl het bouwen alleen
in Groningen in hoge mate beïnvloed.
Belangrijkste architecten van de Amsterdamse School zijn M. de
Klerk, P.L. Kramer, J.M. van der Mey en J. Crouwel. In
Duitsland zijn expressionistische architecten o.a. Fritz Höger, Erich
Mendelsohn, Hans Poelzig en Bruno Taut.
Er zijn veel bouwwerken in de bouwstijl van De Amsterdamse school opgericht
omdat er in Amsterdam door de toename van het aantal minder draagkrachtige
inwoners een groot woningtekort was van redelijke woningen en de
socialistische gemeente daarop inspeelde met veel nieuwbouw (bv. wethouder
Wibaut).