home

discl. / , lid NVJ

 


overstek, dakoverstek

 

overstek

1. Ook: dakoverstek; Vlaams: oversteek. Een overstek is het overhangende gedeelte van het dak, van een verdieping of een gootconstructie. 
Het voordeel van een overstek is:
- zonwering (functioneel)
- bescherming kozijnen en gevel tegen zon en vooral tegen regen (functioneel)
- verzachten van de overgang tussen binnen en buiten (architectonisch).

Bij oudere huizen en bij schuren is in het overstek vaak de goot gentegreerd. Bij dakkapellen is dit het gedeelte dat nog iets doorloopt over het kozijn en de wangen.
Wanneer het overstek geleidelijk verloopt, wordt over uitkragen gesproken.

Bij (zeer) oude huizen fungeerde de overstek vooral om de houten pui met de vele glas-in-lood-ramen enigszins te beschermen tegen doorslag van hemelwater en daarmee het kozijnhout tegen verrotting; zie bij blokkeel. Bij zulke oude huizen is ook een combinatie van overstek en op vlucht mogelijk: de verdieping(en) boven de begane grond hellen enigszins naar voren terwijl de eerste verdieping een overstek heeft met de begane grond. 


overstekken die lijken op die van het prairiehuis van frank lloyd wright (bouwbedrijf horevoorts, alphen nb):


overstek bij begane grond (keralit):


overstek met vensters, bij een verdieping (foto joostdevree):


overstekken, oostende (noa architecten):


forse overstek met venster (milin):


Documentatie
- Voorpui-overstekken en gevels op vlucht (Ruud Meischke, uit Monumenten en Bouwhistorie, Jaarboek Monumentenzorg 1996)


Zie ook zonwering, overbouw, op vlucht, luifel, waterlijst, blokkeel.

Eng. boven kopgevel: verge; onderrand van uitkragend dakschild: eaves; uitkragende verdieping: overhang; uitkragende verdieping in vakwerkbouw: jetty


2. Het overstek is ook de mate waarin iets in overstek is ("uitsteekt"), dus het aantal meter bijvoorbeeld.


3. In het algemeen is overstek het verschijnsel dat (en de afstand die) een bouwelement uitsteekt over een ander bouwelement.