Een kameeldak is een dak met een duidelijk hoger gedeelte maar waarbij er een glooiende
overgang is.
"In de negentiende eeuw overstroomde het Zuidhollandse rivierengebied herhaaldelijk.
Het gevolg was dat de boeren zich tegen dit gevaar gingen wapenen. Er werd
bijvoorbeeld een waterzolder in de boerderij gemaakt, waarop hooi en vee droog
bleven. Het bedrijfsgedeelte kreeg daardoor een hoger dak. In de Alblasserwaard
werd het niveauverschil tussen de daken van het woonhuis en het bedrijfsgedeelte
vaak vloeiend overbrugd, waardoor er een opwelvend dak ontstond. Dat wordt 'kameeldak' genoemd."
Foto en tekst van Landleven.
Kameeldaken uit Giethoorn
(bron pps Giethoorn, dorp zonder straten van Aime
Speleers):
Een dak in de vorm van een kegel; hier de de conische daken van dezgn. trulli
(enkelvoud: trullo) zoals in Italië in Alberobello, die gevormd worden
door overlappende kalksteen:
Een verspringend lessenaarsdak bestaat uit twee lessenaarsdaken die ten opzichte van
elkaar verspringen waardoor verticale daglichtopeningen gemaakt kunnen worden.
Verg. zaagtanddak of sheddak.
Een mansardedak
is een zadeldak of schilddak waarvan elk dakvlak geknikt is. De ondervlakken zijn steiler dan de
bovenvlakken waardoor meer ruimte op de dakverdieping ontstaat.
De naam is afgeleid van de 17e-eeuwse metselaar, beeldhouwer en
architect Francois Mansart die vaak dit type gebouw ontwierp.
Ook het Franse woord mansarde (zolderkamer, dakkamer) is wellicht
van Mansart afgeleid.
En een interieuropname waaruit duidelijk te zien is dat
er meer ruimte beschikbaar is op de mansardedakverdieping dan bij een
zadeldak.
Een segmentdak is een reeks zadeldakken die in segmenten aan elkaar vastzitten.
Een segmentdak is ook een dak dat gebogen is, niet
halfrond, maar slechts een deel van een cirkel in doorsnede,
en behoort
in dat geval tot de gebogen daken.
Stolpkappen of stolpdaken zijn zo genoemd omdat deze interessante dakvorm als
een stolp over het gebouw lijkt te sluiten; zowel de daken als de (zij)gevels
zijn bedekt met leien.
De afbeelding toont stolpwoningen in Vijfhuizen (architect Marlies
Rohmer, foto Ruben
Schipper).
Bij het tentdak komen alle vier de dakvlakken samen uit in één punt. Verg.
het torendak waar het om een steilere dakhelling gaat
en vaak om meer dakvlakken.
Meerdere zadeldakken achter elkaar geplaatst met twee verschillende
dakhellingen. In de steilste dakvlakken, gesitueerd op het noorden,
wordt meestal glas aangebracht voor een gelijkmatige lichtinval.
Vroeger werden zaagtanddaken
(sheddaken) vaak toegepast bij fabriekshallen.
Een zadeldak-in-carré zou de term kunnen zijn voor een
dak dat is samengesteld uit vier zadeldaken.
zadeldak-in-carré, hoorn:
een variant die geen zadeldaken in carré omvat, maar
drie zadeldaken en een muur, het "gezellenhuis" of "huis
verloren", kerkstraat hoorn (google maps):
*) Met dank aan Woonhelp
voor tekeningen van de dakvormen en veel verklarende teksten en aan Monier
voor de tekeningen van de dakvormen.