verblijfsgebied

Afgekort: VG. Een verblijfsgebied is een gedeelte van een gebruiksfunctie (bijvoorbeeld wonen) met ten minste n verblijfsruimte, bestaande uit n of meer op dezelfde bouwlaag gelegen ruimten anders dan een toiletruimte, een badruimte, een technische ruimte en een verkeersruimte. (Ook de onbenoemde ruimte behoort waarschijnlijk tot deze anders-dan-opsomming.)

Een verblijfsgebied is geen "oppervlakte" maar een ruimte of een groep van ruimten.

In de gekleurde tekening bij het trefwoord verblijfsruimte vormen de ruimten VR1, 2, en 3 samen het verblijfsgebied wonen (zie ook afbeelding hieronder).

Het Besluit bouwwerken leefomgeving Bbl *) vermeldt:

 

Algemeen:

Bestaande bouw **):

Nieuwbouw **):


verblijfsruimten vr1, vr2 en vr3 vormen samen het verblijfsgebied wonen, een voorbeeld (scala architecten):



Zie ook Bbl, gebruiksfunctie, gebruiksoppervlakte, onbenoemde ruimte, verblijfsruimte, verkeersruimte, woonoppervlakte.



*) Het tot 1-1-2024 geldende Bouwbesluit 2012 vermeldde o.m.: 
- Een te bouwen bouwwerk heeft een verblijfsgebied waarin de voor de gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten in een of meer verblijfsruimten kunnen plaatsvinden.
- Ten minste 55% van de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie is verblijfsgebied.
- Een verblijfsruimte heeft een breedte van ten minste 1,8 m.
- In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 m bij een breedte van ten minste 3 m.

**) Verbouwen: alleen de aanpassing zelf behoeft te voldoen aan strikte nieuwbouw-eisen. De Integrale Nota van Toelichting behorende bij Besluit Bouwwerken Leefomgeving (1-1-2024) vermeldt bij 10.1 Bouwen en verbouwen:
"Bij (ver)bouwwerkzaamheden aan een bestaand bouwwerk gelden in beginsel de nieuwbouwvoorschriften, maar er kan wel van de meeste nieuwbouwvoorschriften ontheffing worden verleend tot het kwaliteitsniveau voor bestaande bouw. Overigens zijn die nieuwbouwvoorschriften dan alleen van toepassing op die bouwingreep en dus niet op alle delen van dat bouwwerk die ongewijzigd blijven. (Kamerstukken II 2005/2006, 29 392, nr. 14, blz. 2). Alleen de fysieke ingrepen bij de verbouwing behoeven dus te voldoen aan de voorschriften die op grond van dit besluit daarop van toepassing zijn en de onderdelen van de ruimte die bij de verbouwing ongewijzigd blijven moeten daarbij buiten beschouwing worden gelaten. Bijvoorbeeld wanneer in een woning een dakraam wordt aangebracht in een ruimte die voor die ingreep als onbenoemde ruimte (zoals zolder-/bergruimte) wordt gebruikt en na de ingreep als verblijfsruimte (zoals slaapkamer) gaat worden gebruikt, hoeft alleen het plaatsen van het dakraam te voldoen aan de eisen die in dit besluit aan deze verbouwing zijn gesteld. De betreffende wijziging van het gebruik van die onbenoemde ruimte is op grond van de voorschriften van dit besluit toegestaan op voorwaarde dat de verbouwing voldoet aan de desbetreffende verbouwvoorschriften van dit besluit en de onderdelen van de ruimte die bij de verbouwing ongewijzigd zijn gebleven ten minste voldoen aan het kwaliteitsniveau dat in dit besluit voor verblijfsruimten van bestaande woningen als minimum is voorgeschreven. In de onbenoemde ruimte mag daarom ook een dakraam worden geplaatst wanneer de plafondhoogte (en de deurhoogte en dergelijke) van die ruimte eventueel niet aan de nieuwbouweisen voor een verblijfsruimte van dit besluit voldoet."