home joostdevree.nl |
|
Wanneer het Functionalisme in de architectuur rond 1930 op zijn hoogtepunt is, ontwikkelt zich een reactie daarop, waarbij de economische crisis een grote rol speelt. Pessimisme dat ontstaat heeft ook zijn weerslag op het ondernemen van experimenten. Men zoekt naar zekerheden, zoals het putten uit de Hollandse gouden eeuw en uit de klassieke Oudheid. Deze terugkeer naar vroegere tijdperken is ook in de architectuur terug te vinden. Dit zogenaamde classicisme wordt in Nederland in de architectuur aangeduid als de Delftse School. Zij kwam namelijk tot ontwikkeling op de afdeling bouwkunde van de TH in Delft onder leiding van Granpré Molière. Gezocht werd naar de eeuwige waarheid in de architectuur (het onvergankelijke). Molière had zich inmiddels bekeerd tot het katholicisme, een groot deel van de Delftse School architectuur bestaat dan ook uit religieuze architectuur. Fel is het oordeel over andere stromingen in de architectuur, vooral ten aanzien van de Nieuwe Zakelijkheid. Het oordeel is dat architecten van deze bouwstijl teveel nadruk leggen op het materiaal en de techniek (het stoffelijke), terwijl de vorm volledig wordt genegeerd (het geestelijke).
Enige monumentale gebouwen van de Delftse School zijn het stadhuis te
Waalwijk van Kropholler (1929-1930, foto rechtsboven), het stadhuis te Enschede van
Friedhoff (1930-1932) en het linksboven afgebeelde Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam
van Van der Steur (1935). |
|