home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


vakwerkbrug

 

vakwerkbrug

Een vakwerkbrug is een vaste brug waarbij de stevigheid verkregen wordt door vakwerken (vormvaste driehoeken van meestal stalen balken).
Er zijn diverse uitvoeringen van een vormvaste driehoek waardoor ook verschillende typen vakwerkbruggen kunnen bestaan, bijvoorbeeld met en zonder verticalen (de loodrechte delen), ruitvormig, met een boogvormige bovenrand. Waar vroeger scharnieren bij de vakwerken werden toegepast, zijn dat nu vaak meer of minder stijve verbindingen geworden die echter in berekeningen als scharnieren mogen gelden.

Een vakwerkbrug heeft altijd schoren (diagonalen) en is daardoor sterk en stijf, maar de diagonalen maken de bouw wat uitgebreider en het aanzicht wellicht wat minder strak.
(Vallende diagonalen lopen van het einde van de brug naar het midden toe naar beneden; stijgende diagonalen lopen van het einde van de brug naar het midden toe naar boven.)

Een vierendeelligger is in beginsel slap en beweeglijk (de stijve knopen geven hier de benodigde stijfheid/starheid), maar de vierkanten maken de bouw wat eenvouder.
Een Fink-brug is een speciaal type vakwerkbrug.
Een Bailey-brug is vaak een pontonbrug maar ook te beschouwen als een tijdelijke vakwerkbrug, meestal voor militaire doeleinden, die ter plaatse uit standaard onderdelen wordt opgebouwd. 

Vakwerken worden ook toegepast als onderdeel van andere brugtypen, bijvoorbeeld als vakwerkligger bij een rolbrug


vakwerkbrug, principes, n-ligger (verticalen en vallende of stijgende diagonalen), vooral driehoeken, verticalen en afwisselend vallende en stijgende diagonalen, ruitenvakwerk, vakwerk met verticalen en gekruiste diagonalen, k-vakwerk, vakwerk van de tweede orde en vakwerkbrug met gebogen bovenrand:


bijzondere vakwerkbrug, astoria-megler bridge (tripadvisor):


Met dank aan Bruggenstichting, het boek "Bruggen in Nederland" (2001) van Henk de Jong en Nico Muyen.

Eng. truss bridge, (vroeger) lattice bridge