home  

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


balkluik

 

balkluik, balkenluik

Ook: Veluws balkluuk, hildeluuk, hiltluuk; Twents: balknloek; soms: oogstluik. Een balkluik is een luik boven de grote boerderijdeuren (deeldeuren, mendeuren, baander) of schuurdeuren, waardoor hooi e.d. in de zomer naar de zolder van de deel of van de schuur werd gebracht. Hooi is gedroogd gras en is in de winter voedsel voor het vee. 
Het voordeel van het opslaan van hooi op de zolder van deel of schuur is dat het hooi in de winter dicht bij het vee is (op stal), er geen aparte hooiberg nodig is en dat het hooi meestal langer droog blijft dan in een hooiberg. Door de grote deuren van de deel en te openen ramen en luiken in de zoldergevel wordt broeien en daarmee ontbranden van het hooi vermeden.

Oorspronkelijk werd het hooi op de zolder van deel (boven de stal) of schuur opgeslagen. De zoldervloer boven de deel bestond uit een verzameling losliggende planken, slieten of schaaldelen die niet de gehele vloer bedekten en verschoven konden worden. (De term balken, balkn, hilde, hilt geven in het Veluws / Twents de zolder aan boven de deel of stal.) Na drogen van het gras werd het hooi, bij voorkeur vanaf de hooiwagen, via een variabele, tijdelijke opening in de vloer van de hooizolder met een hooivork of gaffel "opgestoken" (omhoog gehouden door het gat) en de zolder op gebracht. Deze opening heette het haargat, haarsgat of slop (afbeelding). Als dat gedeelte van de zolder volgestouwd was met hooi, konden de losliggende planken van een volgend, leeg gedeelte van de zoldervloer (meestal van een volgend gebint) opschoven worden om weer een nieuwe opening te vormen. Door de hooiwagen onder de nieuwe opening te plaatsen hoefde er op zolder weinig gesjouwd te worden om het hooi te bergen, een duidelijk voordeel bij zwaar werk en heet weer in een behoorlijk gesloten ruimte. 

"Het balkluik had als permanente toegang tot de hooizolder het voordeel dat het hooi vanaf de hooiwagen vrijwel onmiddellijk gelost kon worden. Het nadeel was dat het luik in de meeste gevallen aan een korte zijde van de zolder zat, zodat er op zolder en vaak onder zeer warme zomerse omstandigheden nog veel met het hooi gesjouwd moest worden. Om dit probleem te omzeilen werd de toegang ook wel halverwege de zolder gerealiseerd, in een speciaal daarvoor gebouwde 'dakkapel'". (Bron Haargat op Agriwiki.)

Wanneer de zoldervloer niet uit losliggende planken bestond, zoals bij boederijen uit de tijd van de Wederopbouw en later, kon de "balk" natuurlijk ook niet meer open, waren er meestal geen haargaten en moest dus al het hooi door een balkluik. Daarom waren deze balkluiken ook meestal vrij groot, wat het werken makkelijker maakte.


haargat in zoldervloer

balkluik in zoldergevel


Vergelijkbare termen
- Veel meer gegevens over het haargat zie Agriwiki.
- Ook het balkgat of balkengat is een opening waardoor het hooi naar de zolder opgestoken wordt. Het balkgat is meestal een gat in de vloer van de zolder, dus niet in de gevel zoals bij het balkluik. (Overigens, een balkgat of balkengat is ook een gegraven poel waarin boomstammen werden gewaterd en bewaard voordat de stammen naar de houtzagerij gaan; zie bij vlotmerk. Zo'n balkgat werd ook wel plankensloot of planksloot genoemd, waarschijnlijk vooral in Noord-Nederland.)
- Een tasluik is een oogstluik in de afgesloten ruimte boven de hooiberg (een tas is een berg, zoals hooitas staat voor hooiberg).
- Een zaadvenster is een vaak in op zolder gelegen venster waardoor zaden geborgen kunnen worden.


balkluik in de zoldergevel, midden boven de grote deeldeuren, geflankeerd door twee stalramen, boerderij dikkenes, bennekom; klik voor de volledige afbeelding (foto jan van eck):


balkluik in de zoldergevel, geflankeerd door twee kleine stalraampjes, bij een nieuwe woonboerderij (davy veltman, bouwschap):


haargat, haarsgat of slop: een gat in de zoldervloer; klik voor de volledige afbeelding (zie agriwiki voor meer gegevens, afbeelding van shbo): 


tasluik (uit "bijgebouwen op erven, kwaliteit van oude en nieuwe bijgebouwen op erven in overijssel", van het oversticht):


Met dank aan o.m. Veluws handwoordenboek (van H. Scholtmeijer, 2011), en Albert Engels voor alle communicatie.