Ook:
magmatisch gesteente, plutoniet of plutonische gesteente. Eén van de drie soorten
stollingsgesteente.
Dieptegesteente is op grote diepte in de aardkorst gestold
magma.
Doordat
het magma zeer langzaam afkoelt, kunnen de mineralen goed
uitkristalliseren (kristallen veldspaat) en krijgen ze een
korrelgrootte die met het blote oog goed te zien is. Deze stenen
hebben verder geen holten en zijn door de grote druk op deze diepten
zeer compact. Dieptegesteenten komen aan de oppervlakte doordat ze
omhoog gedrukt zijn. De hoeveelheid kiezelzuur (SiO2)
bepaalt of we spreken van een "basis" of een
"zuur" gesteente, resp. minder dan SiO2
en 52%meer dan 65% SiO2.
Dieptegesteenten worden in de volgorde graniet
(zuur), dioriet, gabbro (basisch) steeds
donkerder en zwaarder door de afname van het kiezelzuurgehalte en de
toename van donkere bestanddelen.
De naam plutoniet is afkomstig van Pluto, de Griekse god van de
onderwereld.