home  

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


trapleuning

 

trapleuning

De trapleuning is een hulpstuk bij een trap waar de hand op rust om gemakkelijk de trap te belopen. 
De leuning wordt bevestigd aan de zijde van de looplijn (klimlijn). Bij een trap met een kwartdraai zal de looplijn zich iets uit het midden aan de zijde van de buitenbocht bevinden en zal de leuning zich aan die kant van de trap moeten bevinden (zie afbeelding).
De loodrechte afstand van de trapleuning tot de trede moet volgens het Bouwbesluit tussen 0,80 en 1,00 m zijn.

Trapleuningen zijn er in verschillende uitvoeringen, bijvoorbeeld als onderdeel van de balustrade of als los onderdeel dat met behulp van leuningdragers aan de muur bevestigd is, soms voorzien van een smetplank.

Bevestigen van een leuningdrager aan de muur gebeurt vaak op de volgende manier:
- in beton en andere harde steenachtige materialen meestal met een plug en schroef of anker (vaak twee of drie pluggen/schroeven)
- in hout door licht voorboren en simpelweg schroeven
- in betrekkelijk zachte materialen (gipsblokken) en in holle materialen (cellenbeton, holle wand) met een chemisch anker in combinatie met speciale injectiepluggen of ankerstangen (denk aan de uithardingstijd; een chemisch anker wordt soms lijmanker genoemd).

Het Bouwbesluit 2012 vermeldt voor een trapleuning:
- bij nieuwbouw
"Een trap als bedoeld in artikel†2.27†voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m en met een helling ter plaatse van de klimlijn groter dan 2:3 heeft aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,8 m en ten hoogste 1 m."
- bij bestaande bouw:
Een trap als bedoeld in artikel 2.31 waarvan de helling ter plaatse van de klimlijn groter is dan 2:3 heeft, voor zover een hoogteverschil is overbrugd van meer dan 1,5 m, aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,6 m en ten hoogste 1 m.
(Overigens, de verhouding 2:3 houdt een hellingshoek van ca. 34 graden in, een vrij standaard traphelling in woningen. Een grotere helling wordt als onprettig en onveilig ervaren, zeker als er draaiingen of rechte hoeken in voorkomen. Een veel kleinere helling loopt ook niet prettig, zeker als de aantreden heel diep zijn.)

De trapleuningverlenger (bovenaan de trap) van de fysiotherapeuten Jeremy en JoŽl Blom won "Het Beste Zorgidee 2017": als je wat moeilijker ter been bent, kun je door de verlengde leuning makkelijker de laatste treden nemen. Ook voor kleine kinderen (vanaf peuter al) is het veel veiliger wanneer de leuning nog een paar decimeter doorloopt, dat vermijdt het achterover vallen als zij bovenaan de trap de leuning loslaten.

Zie verder bij trap en voorbeelden van trappen.


leuning en looplijn (klimlijn); looplijn iets uit het midden van de trede aan de zijde van de leuning; of: leuning aan de zijde van de buitenbocht van een trap die een draai maakt (hier een kwartdraai):


een eenvoudige (engelse) uitbeelding van de handgreep e.d.;
klik voor groter! 


wrong of wrongstuk bij een trapleuning (van hecke houten trappen):


trapleuning aan de muur in speciale omgeving:


lage sier-trapleuning in laos:


Eng. stair handrail