home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


natuursteenbewerkingen, bewerkingen van natuursteen, natuursteen-afwerkingen, natuursteen, carrière, afwerkingen natuursteen

 

Natuursteenbewerkingen *) (natuursteenafwerkingen)


Natuursteenbewerkingen van Carrières du Hainaut



Type bewerkingen

De meeste stenen kunnen op verschillende manieren worden afgewerkt. De belangrijkste bewerkingen worden onderstaand kort behandeld. Er is te zien welke invloed een bewerking op het uiterlijk van de steen heeft. Al gaat het bekijken van foto's (en zeker via het internet) veel van de uitstraling en levendigheid van de steen verloren.

Wanneer een plaat natuursteen uit een blok is gezaagd heeft het een zogenaamd gezaagd oppervlak. Dit oppervlak kan zonder verdere bewerking worden toegepast, maar meestal wordt het oppervlak gladder of juist ruwer bewerkt. Gladder zijn de bewerkingen schuren (slijpen), zoeten (matglans) en polijsten (hoogglans).

De keus van de oppervlaktebewerking hangt o.m. af van de steensoort, de locatie van de steen en de aard van het werk. Leisteen en kwartsiet hebben na de winning een natuurlijk splijtoppervlak dat meestal zonder verder bewerking wordt toegepast. Maar sommige soorten kunnen gladder worden bewerkt (schuren, zoeten en polijsten). 

Zie ook:

- Bestekstermen natuursteen (van Cultureel Erfgoed):

    (a) Natuursteensoorten op pag. 5-47

    (b) Bewerking, behandeling en verwerking van natuursteen op pag 48-102


Natuursteenbewerkingen, van diverse aard, zijn onder meer:


Youtube-filmpjes natuursteenafwerkingen van Cultureel Erfgoed
:


Naar fijnheid van bewerking kan onderscheiden worden:

Gladde afwerking Fijne afwerking Ruwe afwerking
Gezaagd Gebikt Ruw gebouchardeerd
Geschuurd
Geslepen

 

Fijn gefrijnd
(Fijn gepunt)
(Fijn geciseleerd)
(Getailleerd)
(Fijn gescharreerd)
(Fijn gsclypeerd)
(Fijn gegradineerd)
Ruw gefrijnd
(Ruw gepunt)
(Ruw geciseleerd)
(Ruw gescharreerd)
(Ruw gsclypeerd)
(Ruw gegradineerd)
Licht gezoet Geprikt
(Geijsbloemd)
Gevlamd
(Éclaté)
Donker gezoet Gestraald Gekliefd (natuurlijk verschijnsel, geen afwerking)
Gepolijst Oud gemaakt Gekloofd
Gebouchardeerd (fijn)



frijnslag en oude frijnslag (Steenhouwerij Kanters)






Naast beitels van allerlei soort kan ook de steenbijl worden toegepast bij het bewerken van steen (Cultureel Erfgoed):




Bewerkingen of afwerkingen van (natuur)steen

Klik op de (meeste) kleine foto's hieronder om een grotere afbeelding te zien.

Zagen
De bewegingen van de zaag laten sporen achter op het steenoppervlak. Een raamzaag, waarbij het zaagblad horizontaal heen en weer beweegt, laat rillen achter. Terwijl een cirkelzaag slagen in het steenoppervlak achter laat. Rillen en slagen zijn in het algemeen bij harde steensoorten zoals graniet beter zichtbaar dan bij zachtere steensoorten zoals kalksteen.

 
Schuren of 
Slijpen

Sporen van het zagen worden bij het schuren grotendeels verwijderd. Men begint met een grofkorrelige schuurschijf die telkens wordt ingewisseld door een fijnere. De fijnere schijf slijt telkens de krassen weg van de voorgaande "schuurronde". Vooral bij het grof schuren zijn deze krassen goed zichtbaar. Een fijn geschuurd oppervlak wordt ook wel aangeduid als een geslepen oppervlak.
Bij geslepen kalksteen zijn de korrelstructuur van het calciet (kalkspaat) en de fossielen nog zichtbaar. 

 
Zoeten
Zoeten levert een effen mat oppervlak zonder sporen van bewerking.
Zoeten is de laatste fase van het schuurproces met een zeer fijne schuurschijf. Afhankelijk van de schuurschijf zijn er verschillende gradaties in glans mogelijk. Een geringe glans wordt "licht gezoet" genoemd en een matglans "gezoet" en een bijna hoogglans "donker gezoet".



De methode om te zoeten (Bestekstermen natuursteen van Cultureel Erfgoed)
"Zoeten is een schuurtechniek waarbij het schuurmiddel, dat minstens even hard is als de te bewerken steen, een korrelgrootte heeft die kleiner is dan 0,5 mm en groter dan 0,15 mm. Nadat het werk geschuurd is kan het met een fijner schuurmiddel (korrel nummer 220, 400, 600) bewerkt worden, totdat er met het blote oog geen krassen meer zichtbaar zijn. Dan spreekt men van zoeten."

Leveranciers van natuursteen stellen dat er, afhankelijk van de schuurschijf, verschillende gradaties in glans mogelijk zijn:
- een geringe glans wordt "licht gezoet" genoemd
- een matglans is "gezoet
- een bijna hoogglans is "donker gezoet".

zoeten belgisch hardsteen (lamers natuursteen):



Voor Belgische Blauwe hardsteen geldt ("blauwsteen", pierre bleue) bv. bij 
Licht gezoet: korrel P.220
Blauw donker gezoet: korrel P.320-400
Donker gezoet, of mat gepolierd (gesatineerd): korrel P.400-500
 
Polijsten
Na het zoeten kan met een polijstschijf of een polijstvilt (met polijstpoeder of -pasta) hoogglans worden aangebracht. De glansgraad wordt niet door schuren verhoogd: een polijstschijf is vaak zachter dan de steen. Naar men aanneemt is de polijstlaag een uiterst dun, amorf laagje ("Beilby layer") gevormd door een lokale verhitting of een chemische reactie.

 

Spitsen (prikken)
"Spitsen is het ruimen van natuursteen met een moker en een puntijzer."
Bij spitsen (prikken) wordt het oppervlak met een spits (spitsijzer, puntijzer) of met een tandijzer ruw gewerkt. 

Afbeelding uit een Youtube-filmpje over spitsen van natuursteen van Cultureel Erfgoed):



Afbeelding van een spitsijzer en het resultaat in Belgische hardsteen (Cultureel Erfgoed):



Afbeelding van een tandijzer (links), spits (midden) en platte beitel (rechts) (Atelier Chris Klop): 



Tandijzer en het resultaat in Belgische hardsteen (Cultureel Erfgoed):



Gebruik tandijzer in Youtube-filmpje van Cultureel Erfgoed (in de foto op de achtergrond een bouchardeerhamer):



Restauratie met Gobertanger blokken die met een tandijzer afgewerkt zijn (in bewust onregelmatig patroon) (Cultureel Erfgoed):

 

Stralen
Het oppervlak wordt door mineralen (bijvoorbeeld olivijn) met een hoge snelheid "gebombardeerd". Door het stralen ontstaat een schuurpapierachtig uiterlijk.
Metalen deeltjes wordt ontraden: er kunnen dan ijzerdeeltjes in het oppervlak van de steen blijven zitten, die later gaan roesten en verkleuringen veroorzaken.

 

Oud maken
Kunstmatig wordt een "oud" uiterlijk aangebracht. Dat wordt vooral bij marmers en kalkstenen gedaan, maar kan ook bij andere steensoorten. Er zijn verschillende bewerkingen:
Door een zuur op het oppervlak te laten inwerken. Dit kan alleen bij kalkhoudende steensoorten. Het zuur vreet eerst de meest poreuze delen aan, waardoor insluitingen en aders worden benadrukt. Naast "oud gemaakt" zijn er nog vele aanduidingen voor deze oppervlaktebewerking in omloop, zoals: antiek gemaakt, gezuurd, antico of anticato.
Door de tegels te "trommelen". In een draaiende trommel buitelen de tegels over elkaar, met een versnelde slijtage tot gevolg. Hierbij slijten de tegelranden rond af. Naast "oud gemaakt" worden tegels met deze bewerking ook wel genoemd: antiek gemaakt of, zeer terecht, getrommeld.
Afbeeldingen Kenniscentrum steen
 


en  HTN Vloeren:

 
Frijnen of Punten en verwante Scharreren, Sclyperen en Gradineren
Bij frijnen met de hand wordt de steen met hamer en beitel behakt. Bij machinaal frijnen wordt het oppervlak gefreesd (als het ware een zaagsnede). Dat geeft strakke, rechte, evenwijdige lijnen, die een minder levendig uiterlijk hebben dan bij handmatig frijnen (foto rechts).
Er bestaan vele bewerkingen die van frijnen zijn afgeleid, ieder met een eigen uiterlijk.
Een steekslag en meteen daarna een slag waarbij de (brede) beitel uit het oppervlak wordt geslagen wordt Hollands frijnen genoemd. (Een steekslag is een slag die ontstaat als de hoek die de beitel ten opzichte van het oppervlak maakt zodanig is dat de beitel door de klap niet uit de steen wordt weggeslagen.)
Bij Belgisch frijnen wordt elke frijn (uitholling) veroorzaakt door een enkele slag waarbij ook hier de beitel uit het oppervlak wordt geslagen.

frijn:


Bij de (mechanische) oude frijnslag is het resultaat grilliger, dicht bij elkaar liggende korte en onregelmatige frijnsporen:

mechanische oude frijn:



oude frijnslag:
 

Bij scharreren of ciseleren wordt met een ceseel (brede beitel) kort naast elkaar gelegen, meestal evenwijdige, groeven gehakt waarbij groeven niet in elkaars verlengde hoeven te liggen. 
"Scharreren was vroeger de laatste bewerking met hamer en beitel om een steenvlak te effenen. Het was geen bewuste afwerking. De steenhouwer maakte zijn slagen in willekeurige richting. Na het scharreren werd het vlak geschuurd en gefrijnd. Bij het frijnen zette de houwer zijn beitel juist wel in een bewust patroon op het steen." (Aangehaalde tekst van Hendrik Tolboom in het Tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2012/1).

(Frijnen geeft over het algemeen een wat fijnere, maar in het bijzonder regelmatiger groef dan scharreren. Het resultaat van frijnen wordt ook wel cisilé genoemd.)

scharreren:



Bij mechanisch getailleerde steen wordt de slag gemaakt met een pneumatische hamer. Het resultaat lijkt op de ciselé, maar dan fijner.


Sclyperen is een soort frijnen waarbij de uithollingen wat smaller zijn.

gesclypeerd:


Meer gegevens over sclyperen: zoek internet op het Franse finition sclypé.

Ook gradineren is een soort frijnen waarbij de uitholling wat breder is. 
Bij mechanisch gradineren worden 8, 10, 12 of 15 slagen per dm uitgevoerd.

gegradineerd:


Als de natuursteen "brut" gegradineerd wordt, ziet het als volgt uit:

brut gegradineerd (beltrami):





kathedraalslag:


rechte kathedraalslag:


visgraatslag:


Opmerking
Bedenk dat horizontaal gebruik van gefrijnde steen sneller vuil zal bergen.
  
Bikken
Lijkt op frijnen.
De foto's  hieronder tonen manueel gebikt Belgische blauwe hardsteen.



en details:


IJsbloemen

IJsbloemen gebeurt meestal door vijf beitels elk met vier punten om hun as te laten draaien. De krassen die zo ontstaan geven het kenmerkende ruwe oppervlak van "geijsbloemd".

 

 
Prikken
Bij prikken met de hand wordt de steen met hamer en beitel behakt. Bij machinale prikken worden metalen punten in het oppervlak gedrukt of geslagen. Er ontstaat een beeld van dicht op elkaar geplaatste putjes. Er bestaan vele bewerkingen die van prikken zijn afgeleid, ieder met een eigen uiterlijk.

 
Boucharderen of Hameren
Boucharderen gebeurt met een slaghamer (bouchardhamer of punthamer). Het uiterlijk lijkt op een geprikt oppervlak (fijn gebouchardeerd), maar kan ook grilliger zijn (van middel tot grof of ruw gebouchardeerd).
Gebouchardeerd natuursteen heeft een dicht oppervlaktepatroon van meestal onregelmatige ronde punten tussen 1 en 3 mm groot en diep. Andere groottes zijn afhankelijk van de soort slaghamer, de kracht die uitgeoefend wordt op de hamer en van de dichtheid van het patroon. 

boucharderen:



fijn gebouchardeerd:


grof gebouchardeerd:


Bouchardehamer en het resultaat in Belgische hardsteen (Cultureel Erfgoed):



Afbeelding uit een Youtube-filmpje over boucharderen van Cultureel Erfgoed:


Fijn gepunt of fijn gepunthamerd is een andere term voor fijn gebouchardeerd.
Ruw gepunt of ruw gepunthamerd is een andere term voor ruw gebouchardeerd.

Belgisch blauwe hardsteen, links fijn gepunthamerd en rechts grof gepunthamerd:

 
Vlammen of branden
Een gasvlam wordt aangebracht onder een hoek van 45 graden en loopt automatisch over het oppervlak. De thermische schok maakt dat van deeltjes het bovenvlak wegspringen. Door daarna de steen snel af te koelen met water springen er grotere deeltjes weg. Zo ontstaat een natuurlijk breukoppervlak.
Het resultaat wordt ook wel éclaté genoemd (letterlijk is het Frans voor "afgesprongen").

  
Klieven 
Klieven is het met kracht splijten, hier van natuursteen. Tegels van bv. leisteen en kwartsiet hebben een natuurlijk splijtoppervlak, ook wel breukoppervlak genoemd, met een onregelmatig uiterlijk met een natuurlijke variatie. 
Klieven is eigenlijk geen afwerking of bewerking van de natuursteen omdat het oppervlak het natuurlijke breukvlak is. 
Ipv. gekliefd wordt er ook gesproken over gebarsten, geplaat, grof gekliefd. 



Verg. kloven.

(Klieven is het met kracht splijten, dus de actie, terwijl kloven het resultaat, barsten of scheuren, is.)
Kloven 
Kloven is barsten of splijten, maar in dit geval is het het kunstmatig aanbrengen van een ruw oppervlak: bulten, putten en kuilen worden willekeurig aangebracht.
Met spreekt zowel van gekloofd als gekloven



Verg. klieven.
 
Taille d'Anvers 
Steenbewerking met holle ruggen (zie bovenzijde van de afbeelding): Meesters in (Zederik natuursteen).



Verg. gradine verticale
 
Gradine verticale 
Steenbewerking met bolle ruggen (zie bovenzijde van de afbeelding): Meesters in (Zederik natuursteen).



Verg. taille d'Anvers
 
Kathedraalslag 
De kathedraalslag is een speciale bewerking bij het frijnen: met een beitel worden in een ruitpatroon korte evenwijdige groeven gemaakt. 

kathedraalslag:


rechte kathedraalslag:
 
Gefreesd splijtoppervlak
Bij sommige soorten leisteen en kwartsiet kan net als de onderzijde ook de zichtzijde worden gefreesd. Zo ontstaat een vlak oppervlak, dat vervolgens kan worden gezoet en bij sommige steensoorten zelfs gepolijst.
  
  
Andere aspecten m.b.t. natuursteen 
 
Randafwerking
Bij bestrating is het, naast de oppervlaktebehandeling, van belang voor welke randafwerking en onderzijdenafwerking wordt gekozen. Er zijn drie zijdenafwerkingen van belang: gezaagd, strak behakt en behakt. Gezaagde tegels geven de steen een strak uiterlijk. Daarnaast is de steen, zeker als de onderzijde ook gezaagd is, gemakkelijker te leggen. Bij een behakte steen is de randafwerking redelijk grof. Het geeft de steen een wat natuurlijker uiterlijk. Hierin zijn twee categorieën; behakt en fijn behakt. Zoals het woord al aangeeft, heeft een strak behakte steen een kleinere maattolerantie dan een grofbehakte steen. Hierdoor kan bij een strak behakte steen de voeg kleiner blijven.


(geen grotere opname beschikbaar)

Joppen
Joppen is een natuursteenbewerking waarbij de randen van de steen met een jop (een steenbeitel) en een moker grof worden behakt en daardoor zeer ruw worden. De rand van het blok steen verkrijgt zo een zeer "bruut" oppervlak.
"Joppen is een bewerking die vanouds bedoeld is om snel een blok grofweg de juiste maat te geven."
Na het joppen wordt de steen afgeslagen.
 (Natuursteenbewerkingen besteksteksten Cultureel Erfgoed)


Afslaan
Afslaan is de bewerking van natuursteen waarbij met een ceseel (een brede, platte beitel) op een afgetekende lijn de steen wordt weggeslagen. Afslaan gebeurt vaak na het joppen (het aan de randen grof behakken van steen).

Afbeelding uit een Youtube-filmpje over afslaan van natuursteen van Cultureel Erfgoed):


Kalibreren van tegels 

Een leistenen tegel wordt verkregen door een plaat in tweeën te splijten. De splijtingsdikte variërt hierbij van 8 tot 25 mm. Het dikteverschil van natuurstenen tegels kan in sommige gevallen problemen opleveren bij het leggen. Om dit te voorkomen, wordt natuursteen vaak ook geleverd in een gekalibreerde dikte. Dit betekent dat de tegel op dikte wordt gefreesd, waardoor de tegel overal even dik is en ook de onderlinge dikte van de tegels gelijk is, bijvoorbeeld 10 mm.

Ongekalibreerd
De dikte per tegel en van leisteentegels onderling kan variëren van 8 tot 25 mm. Voor ongekalibreerde tegels wordt bij het leggen een dikker lijmbed gebruikt, bv. van Omnicem DB Flex (tot ca. 4 cm dik lijmbed) of Ankerplast MDM (tot ca. 1 cm dik lijmbed).

 
Gereedschap bij bewerkingen van natuursteen
 

  1. reitje
  2. kloppers
  3. tjopijzer
  4. bordijzer
  5. puntijzer of spitsijzer
  6. bouchardeerhamer
  7. moker of ijzeren vuist
  8. ribbenhamer
  9. bosseerhamer of spitshamer
10. tandijzer
11. winkelhaak
12. grendel
13. bouchardeer-hamer met verwisselbare banen


*) Met dank aan: 

Rots maatwerk 

Beltrami Natuursteen 

Steenhouwerij Kanters 

Steenhouwerij Maarssen 

Carrières du Hainaut 

M&S Natuursteentafel

Scierie de carrières de Maffle 

Cuperus Natuursteen (Biemans)

Cultureel Erfgoed (voorheen Monumentenzorg en Racm) 

Kenniscentrum steen

WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf België) 

Meesters in (Zederik natuursteen)

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Vereniging Restauratie Steenhouwers


Eng. stone finish