home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


driepas, geometrisch motief

 

driepas

1. Ook, soms: drielob, drieloop. Een driepas is een gotisch geometrisch motief van maaswerk (klaverbladachtig) in venstertoppen, nissen, borstwering, friezen e.d. gevormd door drie elkaar rakende cirkels (uitgaande van de hoekpunten van een gelijkzijdige driehoek) en vaak een grote omschreven cirkel.
De spitse, wigvormige delen van de onvoltooide driepascirkels worden toten genoemd.


driepas (groninger kerken):


klaverblad:


driepas met omschreven cirkel, houtsnijwerk (ambachtelijk timmeratelier john van schijndel):


driepassen in de spaarvelden boven de vensters, maastricht (foto joostdevree):


driepassen in een stalraam (foto joostdevree):


Een pas is een "streek" ("haal") met een passer.

Zie ook geometrische figuren.

Eng. trefoil; 
Fr. trilobe


2. Een driepas is een voorstelling van drie elkaar overlappende cirkels of een bladvormig object in driehoekige bladvorm. De oorsprong kan Keltisch zijn, zoals op de afbeelding, maar ook in andere culturen komt de vorm van een driepas voor.



Eng. trefoil


3. Een driepas is iets in de vorm van een driepas, bijvoorbeeld een boog in de vorm van een driepas, de driepasboog (klaverbladboog).



Eng. trefoil (trefoil arch is driepasboog)