home

discl. / , lid NVJ

 


boom, boom, houtige plant met een stam, trapboom, wang

 

boom

1. Een houtige plant met een stam, zie hout
Eng. tree


2. Ook: trapboom, wang. Het platte, langwerpige deel dat langs de treden van een trap loopt en voor ondersteuning en afwerking zorgt (zie bij trap voor een afbeelding) en bv. bij binnenboom en buitenboom
Soms is er ook in het midden van de trap een boom (de hulpboom of slaper), die uitsluitend de onderzijden van de treden steunt en eventuele stootborden raakt; de hulpboom is een keepboom.
Eng. string(er), stringboard


3. Een langwerpig, rond stuk hout of metaal, meestal als draaiend onderdeel van constructies (Van Dale); een hendel.
Eng. handle, grip