nok

1. Ook: noklijn. De nok is de bovenste scherpe, meestal horizontale snijlijn van twee dakvlakken; de bovenste rand van een dak. Voorbeeld.
Zie ook vorst, nokvorst, kapconstructies allerlei (figuur A.6).
Eng. ridge, ridgeline


2. De nok is het bovenste (gedeelte van een) ruimte van een bouwwerk: "in de nok van het gebouw". 
Eng. top of the building?


3. Een nok is een uitstekend gedeelte van een dakpan (ook wel neus genoemd en dient om de dakpan aan de panlat te laten hangen), maar ook bijvoorbeeld van een machine of een mechanische of bouwkundige constructie. Denk bijvoorbeeld aan nokkenas (machine), oplegnok (bouwkunde). 
Eng. (uitstekend gedeelte van een constructie) stud; (onderdeel van een werktuig) cam