home  meewerken?

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
stikstofcrisis en oplossingen


talud

 

talud

Ook: beloop. Het talud is de schuinte van het zijvlak van aardwerken, dijken, spoorbanen, vestingwerken e.d. (Het talud is dus de helling of glooiing van zo'n grondwerk.)
Het horizontale deel van een grondwerk met talud, wordt berm of banket genoemd.
De gebogen, iets bollende vorm van een talud wordt tonrondte genoemd.


talud trekken t.b.v. bijvoorbeeld een spoorweg:


talud bij een vesting:


een wat grotere dijk met talud met
bermen (horizontale delen in het talud), met klei/gras, onderhoudsberm, steenbekleding, kreukelberm (berm met stenen bestort, aan de teen van de dijk), vooroever:


banket bij o.m. turfsteken (uit het boek waterbouwkunde van bolderman en dwars, 1968, uitgeverij l.j. veen; met dank aan rob van der hel):


Zie ook natuurlijk talud.

De term talud is ontleend aan het Middelfranse talut, tallut, talu (Nieuwfrans talus), ontwikkeld uit het Latijnse talutium (helling, uitspringende rotslaag); dat woord is waarschijnlijk ontleend aan een Keltisch woord taluton, een afleiding van talos (voorzijde, voorhoofd); bron Etymologiebank.

Eng. slope; talud van een dijk is slope of a dyke/dike; flauw talud is gentle slope; hellingshoek van het talud is slope gradient; (van vestingwerken) talus