home  

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


kettingbeding

 

kettingbeding

Het kettingbeding is een clausule in bijvoorbeeld een koopakte waarin staat dat een verplichting die rust op de eigenaar ook moet worden opgelegd aan volgende eigenaren van het onroerend goed (vandaar de "ketting"). Wanneer niet aan het kettingbeding wordt voldaan, wordt een boete geheven.

Een paar voorbeelden:
- een verbod om een bepaald soort bedrijf te vestigen in een pand (heeft betrekking op de concurrentie)
- een verbod op het verwijderen of aanpassen van een tuinhek (kinderlijke eis van de architect).

Een kettingbeding bestaat altijd uit drie elementen:
- de verplichting waar het om gaat of het verbod (recht van overpad verlenen; kan zelfs zijn om geen aanpassingen te doen aan het gebouw)
- de verplichting om het hele beding op te leggen aan rechtsopvolgers (de ketting)
- de boeteclausule (om het verbod na te laten komen en als de stok achter de deur bij overdracht van het onroerend goed).

Het kettingbeding gaat niet automatisch over bij het transport naar een nieuwe koopakte / hypotheekakte, maar moet bij elke overdracht steeds opnieuw opgelegd te worden. Bij executieverkoop en bij faillissement van een opvolgend eigenaar, schijnt het kettingbeding over het algemeen geen stand te houden (?).

Met dank aan o.m. Hermans & Schuttevaer notarissen.

Zie ook bij hypotheekbegrippen en erfdienstbaarheid.