home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Het mag natuurlijk niet, het tonen van een artikel van Ronald Plasterk uit De Telegraaf, maar dit moet gewoon: 
Groene biomassa volksverlakkerij 

(een beetje geplakt om het leesbaar op 1 A4 pdf te krijgen)


trede

 

trede

De trede of traptrede is het horizontale bovenvlak waar men de voet op plaatst om een trap te belopen. Een trede kan recht of verdreven zijn. Een rechte trede is rechthoekig, een verdreven trede heeft een smalle en een bredere kant. Deze treden maken het mogelijk een trap te laten draaien of de trap gemakkelijker te belopen. 
Tussen de treden kunnen stootborden bevestigd zijn, om doorvallen van stof e.d. te vermijden en bijvoorbeeld het verdwijnen van warme lucht naar boven tegen te gaan.
De trede loopt meestal verder door dan het stootbord waardoor de trap gemakkelijker belopen wordt; we spreken hier over de wel of de neus van de trede.
De eerste trede van een trap, de bloktrede, is vaak groter dan de overige treden.
De bovenste trede, die aansluit aan de verdiepingvloer, wordt weltrede of welstuk genoemd.
Om uitglijden te vermijden kunnen treden voorzien worden van anti-slip-profielen: bij met textiel beklede treden vaak een rubberachtige strook bij de neus van de trede en bij (kale) houten treden vaak twee ingefreesde dun strookjes rubber.
De dektrede is een trede die over de bestaande trede wordt aangebracht, ter verfraaiing of als "reparatie" bij een uitgesleten trede.
De kopplank of reklat is de lat die soms de kopse kant van de trede afdekt; bij voorkeur worden reklat en trede met een zwaluwstaart aan elkaar verbonden.



Zie ook trap en doorschietende trede.

Eng. stair, tread; (van een roltrap) tread; 
Fr. marche