cassetteplafond

Ook, soms: caissonzoldering, caissongewelf, kistenzoldering. Een cassetteplafond is een plafond van cassetten (verdiepte, meestal rechthoekige vlakken). Het cassetteplafond werd veel in de klassieke tijd toegepast, maar is nog steeds actueel. In de Griekse oudheid werden de cassettes vaak beschilderd en met goud en ivoor ingelegd. De cassettes worden soms lacunaria genoemd.

Aangezien, vooral in de oudheid, sprake was van gewelven en niet van plafonds, hoort de uitdrukking eigenlijk vaak cassettegewelf te zijn, maar die term wordt zelden gebruikt. (Een gewelf is een gebogen zoldering, een "gebogen plafond", en een plafond is een (vrijwel) vlakke zoldering, een "vlak gewelf".)


cassettegewelf van het pantheon in rome:


cassettegewelf, granada (foto geerten kalter):


cassettegewelven, rome (jim en kim):


cassetteplafond, paushuize, utrecht (foto uit 1903, het utrechts archief doc. 300245): 


cassetteplafond van matt mulligan, eindhoven, 40 cassettes van 40 computertekeningen: 


cassetteplafond met betoncassettes komen vaak voor bij parkeergarages:


De term cassette is via het Frans afkomstig uit het Italiaanse cassetta (doosje), afgeleid van het Latijnse cassa, van capsa (doos). Bron Etymologiebank.  
De term plafond is ontleend aan het Franse plafond, eerder platfons (horizontaal vlak onder de verdiepingsvloer of het dak), gevormd uit plat (vlak) en fond (grond).
Bron Etymologiebank.
De term lacunaria, het meervoud van het Latijnse lacunar, is afgeleid van het Latijnse lacuna (holte, leemte, kuil).

Verg. ribcassettevloer, caissonmethode.

Eng. coffered ceiling (algemene term), lacunaria ceiling, waffle slab (de gewapend betonnen versie van een cassetteplafond, zoals bij de onderste foto);
Fr. plafond à caissons