home joostdevree.nl
bouwencyclopedie
nieuws

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


adverteren via Google
 disclaimer / ©

lid NVJ

zwieping

 

zwieping

1. Een zwieping is een soort schoor, meestal niet met pen en gat maar op een andere manier aan de liggers en stijlen is verbonden, soms voor tijdelijke versteviging, in andere gevallen als permanent constructieonderdeel. In de scheepsbouw is een zwieping een paal om een tijdelijk verband tussen constructiedelen aan te brengen. In de bouw is het een lat die als een schoor toegepast wordt bij het verticaal stellen van bv. metselprofielen of raam- of deurkozijnen. Ook in een kapconstructie als een grote korbeel te zien. 

De zwieping kan in hetzelfde vlak liggen als de onderdelen die verstevigd moeten worden. De term zwieping wordt in de praktijk niet zo vaak meer gebruikt, meestal spreken we over schoor. 
2. Het dun uitlopende eind van een touw wordt ook wel zwieping genoemd. De garens aan het einde van het touw zijn dan voor een deel weggesneden, hoe dichter bij het einde, des te meer er weggesneden is. (Denk aan "zweep".)
3. Zwieping is ook de mate van horizontale stijfheid in het vloerveld. Het doorzakken of scheefzakken van vloeren door bv. slechte, te dunne vloeren, zakken van heipalen in de loop der tijd, ongelijke belastingen enz.
Tbv. zoeken: zwiepingen, zwiepen, zwiep, zweep, schoren, verankering, verankeringen, plank.
Eng. cross tie (1), swing? (1?, 2?)



beurzen, beeldbanken, barters e.d.