De
zontoetredingsfactor of ZTA-waarde van een raam of beglazingssysteem geeft de verhouding tussen de binnenkomende en de opvallende zonnestraling (zowel directe als diffuse straling). Voor blank enkel glas bedraagt de ZTA-waarde 0,8; voor
HR++ glas bedraagt de ZTA-waarde tussen de 0,6 en 0,7.
Hoe hoger de ZTA hoe meer zontoetreding in de
winter (gunstig), maar ook in de zomer (ongunstig, koeling nodig).
Voor zeer grote glaspuien (bij glass curtain kantoren
e.d.)
moet dus de ZTA laag gehouden worden om te veel warmtevorming 's
zomers te vermijden, maar de lichttoetreding (LTA)
zelf mag niet te laag zijn, bij voorkeur boven 50%. Om
de invloed van de zon op het binnenklimaat in de zomerperiode te
beperken is een gebruikelijke ZTA die wordt nagestreefd 30% of wordt
helder glas toegepast met buitenzonwering.
Voor een raam kunnen de ZTA-waarde en de LTA-waarde binnen bepaalde grenzen onafhankelijk worden gevarieerd. Om de binnenkomende zonnewarmte
zoveel mogelijk te weren, maar zoveel mogelijk daglicht in de woning te krijgen wordt voorgesteld het raam in
twee delen te splitsen: het bovenste deel voor een verhoogde daglichttoetreding dieper in het
vertrek, en een lager deel, belangrijk voor het uitzicht. Het bovenste deel heeft een lage ZTA voor vaste zonwering, maar een relatief hoge
lichttoetreding (LTA 0,7).
Om een lagere ZTA te bereiken kan bv. gecoat glas worden toegepast,
glas met een folie of glas met een zeefdruk (foto onder).