Zand
is een los (niet geconsolideerd), korrelig materiaal erosieproduct afkomstig van
rotsformaties. Als grondsoort bestaat
zand uit minerale deeltjes met een korrelgrootte tussen de 0,063 en 2 mm.
Het is een in het water afgezet materiaal. Zand is een
waterdoorlatende grondsoort. Zand geeft een goed draagvlak voor een
gebouw omdat het nauwelijks samendrukbaar is.
Naast
de korrelgrootte
is de korrelverdeling van zand belangrijk: bij zand
van verschillende korrelgroottes kunnen de holle ruimten tussen de
grotere korrels worden ingenomen door de kleinere zandkorrels.
Hierdoor ontstaat een compacter massa waardoor de samendrukbaarheid
afneemt en een steviger basis is.
Zand is een belangrijk bouwmateriaal. Het wordt als toeslagmateriaal
gebruikt in metsel-, stucadoors- en betonmortels. Onderscheiden
worden: duinzand, stuifzand of bergzand en rivierzand, afhankelijk van
de plaats van de zandwinning. Zand bestaat
vrijwel geheel uit kwarts (siliciumoxide). Daardoor is zand ook
de belangrijkste grondstof voor het fabriceren van glas. Betonzand, ook wel vloerenzand genoemd (voor zandcementvloeren),
is zand met een korrelgrootte van 0-4 mm (dus ook met korrels groter dan wat we
zand noemen). Het is een grove zandsoort voor
aanmaak van betonmortel.
Naast zand als grondsoort komt zand vaak voor in de vorm van kleihoudend of
grindhoudend zand.
De foto geheel links geeft een beeld van funderingsherstel door het
paalfundering op een diepere zandlaag, uitgevoerd door Jurriens
bouwbedrijven. De andere foto's links tonen zandwinning uit
een rivier (Imvalo)
en uit de formatie van Enschede die een rivierafzetting is (Fossiel).
De foto rechts toont een zeer fraai voorbeeld van het bouwen met
alleen maar zand en water in de Heeswijkse
Kampen, wat helaas een kort leven gegeven is.
De foto onder geeft een paar voorbeelden van de 28.000 "zanden" van
het Sandmuseum van Ralf
Hermann. Voor de echte zandverzamelaars is de soort mineralen of anderdie bij of
zelfs aan de zandkorrels zitten van belang. Deze zanden bevatten bv. calciet (kalk),
ijzer, olivijn, pyriet, granaat,
magnetiet, minuscule schelpjes (foraminiferen), amazoniet, veldspaat
Het soort zand waar we in de bouw mee te maken hebben, is ontstaan bij de
verwering van gesteenten, het wordt detritisch zand genoemd (detritus
is "afval", vanwege verwering).
Biogene zanden zijn (deels) gevormd door levende organismen als dieren
(schelpjes), planten en micro-organismen (biogeen komt van bios is
"leven" en genesis is öntstaan").
korrelgroottes van klei tot blokken, met
benamingen en toepassingsgebieden:
De oorsprong van het woord zand is mogelijk in verband te brengen met de
Protogermaanse stam sund (uiteen, stuk; denk aan het woord
"zonder"); de oorspronkelijke betekenis zou dan "wat kleingemaakt/verbrijzeld
is" kunnen zijn; bron Etymologiebank.