home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


wel, neus, trapneus

 

wel

1. De wel is de brede rand aan een dakpan, de overlapping waardoor een betere dekking ontstaat met o.m. minder last van inregenen.


de wel bij een verbeterde holle pan; klik voor groter (pannenboekje luijtgaarden):


2. Ook: (trap)neus. De wel is het overlappend stukje traptrede boven elke aantrede, ofwel de afstand van voorkant van de traptrede tot het eronder liggende stootboord.

Ter versteviging en afdekken van eventuele kieren kan de wellat in de hoek van de wel en het stootbord worden aangebracht. 
Het welstuk is de diepe neus of korte "trede" die aan de verdiepingvloer grenst.
De wellat is de lat onder de neus, die een deel van de wel bedekt.


plaats van wel, wellat, welstuk;
klik voor groter (boek bouwkunde in kort bestek deel 9 (1972), jellema):


Zie ook trap.

Eng. wel is nosing


3. Een wel is een bron, een plaats waar water opborrelt (opwellen is opborrelen, opbruisen).

Eng. spring; zandmeevoerende wel is sand-transporting seepage (occurring behind a dike)