home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


voorloef

 

voorloef

De voorloef is bij twee elkaar kruisende stukken hout de dragende (onderste) balk die aan weerszijden twee inkepingen heeft waardoor de bovenste balk er met een "loef" (een inkeping over de gehele breedte van de balk) goed in past. De voorloef geeft veel weerstand tegen trekkende en zijdelings werkende krachten.
De term voorloef is afkomstig van het feit dat de loef niet over de gehele breedte van de balk loopt.

Kinderbinten
(kinderbalken) worden vaak over moerbalken geloefd (dus, in dit geval, wordt bij beide balken over de volledige breedte een deel weggezaagd).


loef en voorloef (zwiers, 1907):


Met dank aan Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie van Haslinghuis en Janse (Primavera Pers).

Verg. liplas, vingerlas.