home joostdevree.nl
bouwencyclopedie
nieuws

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


adverteren via Google
 disclaimer / ©

lid NVJ

voeg

 

voeg

1. Ook: voegwerk. De voeg is het zichtbare deel van de metselspecie of lijm tussen bakstenen, tegels of andere materialen die niet direct tegen elkaar worden gelegd, heet het medium een voeg. 
Soms is er sprake van een schijnvoeg (namaakvoeg), bijvoorbeeld bij blokbepleistering, bij betonstraatstenen (meer stenen per te leggen "steen") en bij laminaattegels (waar ca. 1 cm van de buitenste rand van de tegel de voeg is).
Goed voegwerk van de gevel is van het grootste belang en verzorgt vele functies in technische en esthetische zin. Goed voegwerk "ademt" en transporteert en voert water af. Voegen moeten soms vervangen worden, bijvoorbeeld bij vochtdoorslag door het voegwerk of vorstschade. De volgende werkzaamheden zijn dan van toepassing: aanvoer en montage van steigers, uitslijpen/uithakken bestaande voegwerk, reinigen van de gevel, aanbrengen van voegwerk, hydrofoberen (waterafstotend maken, impregneren, beschermen, conserveren) van het metselwerk, glazenwassen, demontage en afvoer steigers. 

Voor restauratiewerk wordt regelmatig een hydraulische kalk gebruikt als voegmiddel omdat deze minder hard is (dezelfde hardheid als de oude baksteen) en, dit geldt niet alleen voor restauraties, veel minder verweert dan een cementgebonden voegmiddel.
Grotere formaten baksteen verlangen bredere voegen.

De pagina Voorbeelden van voegtypen geeft: de bolgeklopte voeg, dagvoeg, geslepen voeg, geknipte voeg, holle voeg, koude voeg, platvol geborstelde of gekamde voeg, platvol gladde voeg, schaatvoeg, schaduwvoeg, teruggehouden voeg, verdiepte voeg. 
Een zetvoeg is een voeg om de zetting van een gebouw of een deel ervan op te vangen.

De foto onder toont dezelfde baksteen met verschillende voegkleuren, waaruit duidelijk blijkt dat de voegkleur bepalend is voor het uiterlijk van de muur. De keuze van de voegkleur is architectonisch zeer belangrijk.


dezelfde baksteen met verschillende kleuren voegwerk (ploegsteert steenbakkerijen):


uiterlijk van het metselwerk bij toepassing van specie (gevulde voegen), lijm (smallere voeg) en (vrijwel) voegloos (daas baksteen):


Er kan met bepaalde baksteensoorten ook volledig voegloos worden gewerkt of zonder stootvoegen. De metselstenen moeten bij voegloos werk wel exact dezelfde maat hebben (afwijking ca. 0,1 mm bijvoorbeeld) omdat anders het metselbeeld "verloopt".


(bijna) voegloos "stapelwerk" met de clickbrick van daas (daas baksteen):


metselwerk zonder stootvoegen (goords metselwerken):


De foto rechts toont een voeghardheidsmeter, een pendelhamer van Schmidt (type PM), speciaal bestemd voor het meten van de hardheid van voegen in metselwerk volgens de methode TNO-IBBC: het instrument heeft een slagstift ("hamer") die met een pendelbeweging op het oppervlak van de mortel slaat en de afstand die na terugslag van de stift wordt afgelegd is af te lezen op de schaalverdeling (hoe harder de voeg is des te groter de terugslag). 

Documentatie
- Voegtypen en voegkeuze van Betrouwbaar Baksteen
- Kwaliteit van metselwerk: voegwerk, doorstrijkwerk, van Betrouwbaar Baksteen

- Historisch voegwerk, van Cultureel Erfgoed

De branchevereniging van voegbedrijven is de Vereniging Nederlandse Voegbedrijven (VNV).
Een gerenommeerd bedrijf voor gevelrenovatie, hydrofoberen e.d. is o.m. HGR Gevelrenovatie Rijswijk (lid VNV).

De herkomst van  het werkwoord voegen (verbinden, bij elkaar doen; schikken, passen) is het Proto-indo-europese pohkeie (vastmaken of passend maken); bron Etymologiebank.

Afbeelding rechtsboven Betrouwbaar Baksteen.
Zie ook stootvoeg, KNB baksteen, Daas baksteen, Betrouwbaar Baksteen, SBR, voegen vervangen (voegwerkwijzer), HGR, Newa en Metesco voor bijvoorbeeld testappartauur (meetinstrumenten).
Eng. joint; voegen is to joint, (na uitkrabben) to point; voeglood (voeglood is de loodslabbe die in de voeg wordt vastgezet) is lead flashing


2. In het algemeen: een voeg is een nagestreefde onderbreking van meestal gelijksoortige delen van een muur of vloer of plafond, bijvoorbeeld de ruimte tussen bakstenen (zie hierboven), tegels, gipsplaten e.d. 
Als de voeg voor een fors deel open blijft, wordt meestal van naad gesproken.
Verg. dilatatievoeg, hangnaad, maar bijvoorbeeld ook bouwnaad (is meestal een voeg maar omdat de delen uit een andere periode zijn wordt van naad gesproken) 



beurzen, beeldbanken, barters e.d.