home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


vloeimaat

 

vloeimaat

Soms: uitvloeimaat. De vloeimaat wordt gebruikt voor betonspecie met een zeer vloeibaar karakter die toch niet ontmengt. De bepaling van de vloeimaat lijkt op die van de schudmaat, alleen zonder de tafel extra schokken te geven.
Bij bepaling van de vloeimaat vult men de zetmaatkegel met betonmortel. Nadat de kegel omhoog is getrokken, vloeit de betonmortel vrij uit. De diameter van de uitgevloeide specie is de vloeimaat. Hoe vloeibaarder de betonmortel, des te hoger de vloeimaat.
De codering is F1 t/m. F7 (de Engelse benaming is Flow vanwege de uitgevloeide specie); vroeger werd ook van Slump Flow gesproken en was de codering daarom SF. Voor een vergelijking van coderingen en meer gegevens zie consistentieklasse

De vloeimaten die bij de verschillende schalen betonspecie horen:

   
schijnbare volumieke massa [kg/m3] vloeimaat [mm]
> 1200 175 10
> 600 t/m.1200 160 10
> 300 t/m. 600  140 10
< 300 120 10

 


vloeimaat, methode (mebin):


vloeimaat bij een hoogvloeibare betonspecie, meting (mebin):


Zie ook milieuklasse, schudmaat, trechtertijd, verdichtingsmaat, watercementfactor, zelfverdichtend beton, zetmaat.
Verg. Kajima- en box-tests, test met de J-ring, V-trechtertest.