home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


verval

 

verval

1. Het verval is het verschil in hoogte van de waterspiegel tussen twee plaatsen (bijvoorbeeld bij een stuwdam, zie groene stroom) of bij eb en vloed op eenzelfde plaats, of tussen twee punten in bijvoorbeeld een rivier.
Zie ook verhang.
Eng. tidal range, (bij een sluis) lift, (m.b.t. waterspiegel in een rivier) fall


2. Het verval is het verslechteren, het achteruitgaan van een constructie, bijvoorbeeld van een gebouw.
Eng. decay, deterioration, disrepair, decline


3. Het verval of het vervallen is het niet meer vigerend of actief zijn, bijvoorbeeld van de garantie op een product.
Eng. lapse, expiry, expiration (Am.)