1.
Een verkeersruimte dient voor het bereiken van een andere
ruimte.
Anders gezegd (praktijkboek
Vrom):
een ruimte die bestemd is voor het bereiken van een andere ruimte,
waarbij aangetekend dat de verkeersruimte niet is: een ruimte in een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische
ruimte.
Voorbeelden van verkeersruimte zijn: hal, overloop, trappenhuizen, buitentrappen, vluchttrappen, liften, galerijen.
Overigens, een hal kan wel een verblijfsruimte
zijn maar dan moet het voldoen aan de eisen van een verblijfsruimte, bv. wat betreft daglichttoetreding, ventilatie, afmetingen, verwarming
e.d.
Anderzijds hoeft een verkeersruimte niet per se door wanden van andere
ruimten gescheiden te zijn: het is mogelijk dat een deel van een gang, dat niet in een verblijfsgebied is
gelegen, een verkeersruimte is, terwijl een ander deel van diezelfde gang wél gelegen
kan zijn in een verblijfsgebied.
Verkeersruimte is een term uit het Bouwbesluit.
Met dank aan Bouwhelp,
SBR Woonzorg Dock
van Delft (afbeelding).
Zie ook gebruiksfunctie,
gebruiksoppervlakte,
onbenoemde ruimte, verblijfsgebied,
verblijfsruimte, woonoppervlakte.
2.
Onder de verkeersruimte wordt het geheel aan openbaar gebied verstaan dat voor
het wegverkeer beschikbaar is.
Zie bij verkeersstructuur
("stratenplan").