home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


veldoven

 

veldoven, veldbrand

Voor veldbrand worden ook de volgende termen gebruikt: veldbrandoven, loegenoven / leugenoven, stapeloven, windoven, loze oven; in Limburg ook wel brikkenoven; in Vlaanderen ook klamp, klampoven.
Veldbrand is een zeer eenvoudige manier om stenen te bakken: een steenoven zonder echte (vaste) muren. Hoewel de term veldoven inhoudt dat er vaste stenen muren zijn, wordt veldbrand (dus zonder vaste muren) toch vaak veldoven genoemd. Men zou de veldbrand een tijdelijke veldoven kunnen noemen.

Een tijdelijke veldoven werd gemaakt, daar waar de bakstenen nodig waren. De stapel te bakken stenen vormden door de buitenste rijen ongebakken stenen zelf de oven(muren). De brander, degene die ervaring had met het bakken van stenen, bepaalde de afmetingen van de oven. De ongebakken stenen werden zodanig in een rechthoek gestapeld dat de horizontale en verticale gangen tussen de stenen als stookkanalen fungeerden. De stookkanalen werden volgestopt met bijvoorbeeld hout of turf. Het geheel werd overdekt met oude baksteen (of baksteen van slechte kwaliteit), plaggen, leem of natte klei met stro, met als doel de hitte in de "oven" te houden. Alleen een aantal gaten werden uitgespaard in de bedekking. Via de stookgaten onderin één van de wanden van de oven (de "monden"), werd de brandstof aangestoken en regelmatig toegevoerd.

Wanneer de stenen voldoende doorbakken waren, werd de "oven" afgebroken en kon men bij de stenen. Omdat de bakstenen niet overal even goed gebakken waren, werden de stenen op kwaliteit gesorteerd. Bij een echte veldbrand is er na "aflevering" dus geen oven meer.

Methode veldbrand of tijdelijke veldoven om stenen te bakken (boek "De Steenbakkerij in de Nederlanden tot omstreeks 1560" van dr. Johanna Hollestelle, 1976):
- zoek een geschikte, droge plek grond; maak de grond vlak
- bedek de grond met plat neergelegde al gebakken stenen (als die stenen beschikbaar zijn); deze stenen vormen de vloer van de oven
- stapel de droge vormelingen keurig op, steeds staande op de lange, smalle kant (het drogen van de gevormde stenen duurde 3 à 4 weken, vooral afhankelijk van het weer, die tijd moest dus aan het bakken van de steen vooraf gaan; niet goed gedroogde stenen scheurden vaak)
- spaar op regelmatige afstanden tussen de steenrijen gangen uit tot een halve meter hoog
- vul de gangen met brandstof (turf of hout)
- stapel de ongebakken stenen verder op, nu ook boven de stookgangen, tot zeker een hoogte van twintig "kantelingen" boven elkaar (houd tussen de stenen voldoende ruimte om de hitte te laten doordringen)
- dek de stapel van boven af met enkele lagen al gebakken stenen, liggende op hun plat, met daarop soms nog zoden of plaggen (laat een paar gaten open voor afvoer van rook en waterdamp)
- sluit ook de zijkanten van de de stapel zo mogelijk af met gebakken stenen (anders fungeren de ongebakken stenen aan de buitenzijde van de stapel als "muur"
- smeer dan alles rondom dicht met klei, waarbij bovenin enkele trekgaten worden opengelaten (om de uit de stenen vrijkomende waterdamp en de rook een uitweg te geven)
- steek de brandstof aan
- vul van tijd tot tijd de brandstof aan door onderaan nog meer turf of hout in de stookgaten naar binnen te gooien
- is de oven heet genoeg, sluit dan ook de ingangen van deze stookkanalen, de "monden", af, waarna men het vuur laat doorwerken.

De veldoven brandde één tot enkele dagen, waarna het geheel een aantal dagen moest afkoelen. De brander moest de oven goed in de gaten houden om de temperatuur hoog te houden (en sliep dus zeer weinig die dagen en nachten). "Het bakproces neemt een aantal weken in beslag. Bij een oveninhoud van ongeveer 50.000 stenen mag men rekenen op 3 à 4 weken voor het stapelen, stoken (branden), afkoelen en leeghalen van de oven. Op die manier konden rond 1400 4 tot 6 ovenladingen per seizoen gebakken worden. Dat komt dus neer op zo'n 300.000 stenen per jaar."

De veldbrand had als voordelen:
- men had geen ommuurde oven nodig (geen al gebakken stenen)
- men was niet aan een bepaalde plaats gebonden, dus geen dure transportkosten (de veldbrand kon in de buurt van het op te trekken gebouw gemaakt worden, mits voldoende klei beschikbaar was) 
- men kon de hoeveelheid stenen per baksel bepalen (de grootte van het baksel was naar behoefte; er werd vooraf geraamd hoeveel baksteen men voor binnen- en buitenmuur nodig had).

De veldbrand had als nadelen:
- voor het stoken was men afhankelijk van het weer (bij regen kon men niet beginnen met veldbrand)
- veel stenen aan de buitenkant van de stapel waren niet goed doorbakken (soms nog als binnenmuursteen te gebruiken, als minder draagkracht volstond)
- stenen te dicht bij het vuur waren te goed doorbakken (gesinterd; deze stenen werden mondklinkers genoemd)
- de veldbrandoven moest elke keer weer worden opgebouwd (vandaar dat men ook sprak over een periodieke oven)
- het overdekken met plaggen e.d. kostte toch wel wat tijd
- het grote warmteverlies (meer brandstof nodig dan bij een ommuurde oven).

Een veldbrand stond dus op een niet-permanente plaats, daar waar bakstenen nodig waren. De frequentie van de tijdelijke veldoven was afhankelijk van de vraag naar bakstenen en van het seizoen (niet in de winter en niet tijdens regens); er werden meestal één tot vier ovens per jaar aangelegd.

Dit veldbrandstoken lijkt op de oude manier van houtskool maken in een meiler, gemaakt van hout voor houtskool.

Veldbrand werd tot in begin 20ste eeuw uitgevoerd. Het bakken gebeurde als seizoenarbeid.
Soms werd steenkool als brandstof toegepast, werd minder gebruik gemaakt van gangen en stookkanalen en werd de steenkool op elke laag stenen gelegd.

De veldoven met vaste muren, ook wel Waaloven genoemd, heeft meestal aan drie zijden permanente stenen muren. 

Voordelen van de veldoven (ten opzichte van de veldbrandoven):
- de 3 of 4 vaste muren geven een grote arbeidsbesparing bij het inzetten van de oven (bij de veldbrand fungeerden immers de buitenste ongebakken stenen als "wand")
- men verkrijgt een aanzienlijke brandstofbesparing door het geringere warmteverlies (de buitenste lagen hoefden niet gebakken te worden)
- de productie is groter, omdat men minder afhankelijk is van de weersgesteldheid en omdat de stenen, die tegen de muren opgesteld zijn, allemaal voldoende hard gebakken worden.

Nadelen van de veldoven (ten opzichte van de veldbrandoven):
- de vaste locatie van de oven maakt transport van klei, brandstof en gereed product (de bakstenen) noodzakelijk
- men bakte bij voorkeur pas wanneer de oven optimaal gevuld kon worden (grotere hoeveelheden dan de oven aan kon, betekende dat er meer baksessies moesten zijn; kleinere hoeveelheden dan het maximum van de oven betekende dat er teveel energie nodig was).


veldbrand in williamsburg, virginia usa; elke tunnel bevat 3000 te bakken stenen;
klik voor groter (colonial williamsburg, making history now):


kijkje door het stookgat van de veldbrand hierboven;
klik voor groter (colonial williamsburg, making history now)


veldbrand / veldoven bij steenbakkerij van den broeck:

persen van de stenen (steenbakkerij van den broeck):


stapelen om stenen te laten drogen (steenbakkerij van den broeck):


muren van al gebakken stenen (steenbakkerij van den broeck): 


strooien brandstof (steenkolen) over elke laag stenen (steenbakkerij van den broeck):


aansteken van de brandstof (steenbakkerij van den broeck):


de stenen zijn gebakken (steenbakkerij van den broeck):


veldbrandsteen / veldovensteen (steenbakkerij van den broeck):


veldovensteen creas, overbakken stenen (steenbakkerij van den broeck):


stookgaten bij een veldbrand of veldoven; klik voor de volledige afbeelding (adrie roding, sliepsteen 99):


veldoven met vaste muren (archeologie apeldoorn):


Woordverklaring van de diverse benamingen
Omdat deze wijze van steen bakken de zogenaamde veldbrand-methode is, spreekt men vaak van "veldoven". Dit kan echter verwarring veroorzaken, omdat daarmee in de regel de gemetselde oven wordt bedoeld.
Een oven is een "gemetseld werktuig of gebouw met vuurhaard, bestemd voor het verhitten, drogen, smelten, distilleren enz. van verschillende zaken." (Geïntegreerde Taalbank)
"De hele handeling lijkt op die van een kolenbrander en in het oosten en zuiden van ons land sprak men bij deze werkwijze wel van een 'meileroven', omdat de houtstapel van de kolenbrander 'meiler' heet. Andere termen voor dit soort steenoven zonder muren waren 'loegenoven', 'windoven' en 'loze oven'. De afleiding van het eerste woord is onzeker: sommige schrijvers leggen verband met 'loegen' in de zin van 'stouwen' (denk aan 'leggen') en 'stapel', dus 'stapeloven'; anderen met 'logen' in de zin van leugen. Reeds in de zeventiende eeuw begreep men het woord wel in die laatste betekenis en schreef soms zelfs 'leugenoven'. Deze uitdrukking is wel karakteristiek, omdat er immers geen echte oven is, want er is geen sprake van een gebouw. Ook de term loze oven geeft de aard van de zaak goed weer."
De term brikkenoven is afgeleid van het Franse brique (baksteen).

Met dank aan Kees Wonink, het boek "De Steenbakkerij in de Nederlanden tot omstreeks 1560" (dr. Johanna Hollestelle, 1976) en het artikel "Steentijd in Lonneker (Adrie Roding, Sliepsteen 99), Fokke Sytema, Making History Now, Steenbakkerij Van den Broeck, Archeologie Apeldoorn en Johan Balt.

Zie eventueel vormbak, handvormsteen, vormbaksteen.

Eng. clamp, brick clamp