home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


trotseerloodje, traceerloodje, dakloodje

 

trotseerloodje

Ook: traceerloodje, dakloodje. Trotseerloodjes zijn dubbel gevouwen platte stukjes lood in schildvorm, die spijkers door een loodslab of door de dakbedekking moeten beschermen tegen roest en de door de spijkers ontstane gaten moeten bestermen tegen intrede van water. Ook voorkomt het trotseerloodje het opwaaien van de loden stroken en loketten. Het trotseerloodje wordt daartoe boven het spijkergat over de spijker gesoldeerd. (Trotseren betekent weerstaan, het hoofd bieden.) 

Bij leien daken werden trotseerloodjes gebruikt in de loodslab bij de dakrand. Ook kwamen trotseerloodjes voor op zijkanten van dakkapellen en op vele plaatsen waar lood of zink met spijkers vastgezet werd. 
De trotseerloodjes werden in vroeger tijden ook gebruikt als een soort visitekaartje van de loodgieter door plaatjes te gieten voorzien van zijn naam of initialen en vaak met zijn gereedschap als afbeelding. Ze fungeerden als een soort meesterteken. De oudst bekende trotseerloodjes dateren uit het eind van de 16e eeuw.


trotseerloodje (delft e.o.):


Voor meer informatie zie Klunder.

Met dank aan Klunder en P.P. Steijn ("Meestertekens op het dak, een verkenning naar de verschijningsvormen van trotseerloodjes" met een beschrijving van wetenschappelijke feiten en achtergronden van het fenomeen trotseerloodje). 

Zie ook merktekens.

Eng. lead dot