home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


traverse, dwarsbalk, doorsteek

 

traverse

1. Traverse is het Franse woord voor onder meer dwarsbalk, dwarsstang, dwarsligger, dwarsverbinding en wordt in Nederland ook wel als zodanig gebruikt. 
De term traverse is afkomstig van het Latijnse transversus (dwars), van transvertere (dwars richten, afwenden); bron Etymologiebank.


2. Traverse is de benaming voor een doorlopende weg tussen bebouwingen ("loopt er dwars doorheen") of als een speciale verbinding overdwars, bijvoorbeeld een voetgangerstraverse als een tunneltje onder het spoor (vaak is hier sprake van meer verbindingen overdwars en wordt zo de soort doorgang verbijzonderd).
Zie verder bij doorsteek.
Eng. walkway


3. Traverse is het stroomgebied van een overlaat dwars over landerijen. Een overlaat is "een minder hoog gedeelte van een dijk, waarover zich de rivier bij hoog water kan ontlasten" (Van Dale).


4. "Bij een vesting: travers(e) is een aarden ophoging op een wal van een vesting, loodrecht op de richting van de vuurlijn, ter bescherming tegen zijdelings vuur. In een holle traverse bevindt zich een bomvrije ruimte."
Eng. traverse