home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


transept, dwarsbeuken

 

transept

Ook: kruisbeuk. Het transept is het gedeelte in een kerk dat gevormd wordt door de twee dwarsbeuken en het deel daartussen. De dwarsbeuken staan loodrecht op de as van de kerk, bevinden zich vr het koor en zijn vaak even hoog als de middenbeuk. Het transept heeft meestal n beuk (heeft dus zelf geen zijbeuken); bijvoorbeeld de Salisbury Cathedral heeft wel meerbeukige transepten: elke transept heeft n zijbeuk. Het einde van het transept is bijna altijd recht, dus zonder apsis.

Ook de dwarsbeuken zelf, de transeptarmen (kruisarmen), die aan weerszijden van de middenbeuk uitsteken, worden ook transepten genoemd; gezien de ligging van de meeste kerken zijn dit het noordertransept en zuidertransept.
Bij een vierarmige kerk, bijvoorbeeld bij de centraalbouw van een Renaissancekerk, worden elk van de vier armen transept genoemd.



De term transept is overgenomen uit het Engelse of Franse transept, afgeleid van het middeleeuws Latijnse trans(s)eptum, van trans (over heen) en saeptum, verleden deelwoord van saepire (omheinen, omgeven, beschermen); bron Etymologiebank.

Zie onderdelen van een kerk.

Eng. transept