home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


toilet, toiletpot, wc

 

toilettoiletpot, wc-pot

Er wordt vooral onderscheid gemaakt tussen twee typen wc-potten: de vlakspoeler en de diepspoeler (resp. eerste en tweede foto onder). 
Over het algemeen werd in ons land de vlakspoeler het meest toegepast: de fecaliŽn komen terecht op een plateau, een soort schotel, ook "spiegel" genoemd. Dit is de reden, waarom dit type ook wel "plateaumodel" of "schotelmodel" wordt genoemd. Eventuele controle van de ontlasting is dan mogelijk, wat vooral bij kinderen en zieken van belang kan zijn. Het wegspoelen gebeurt niet altijd smetteloos en ook de geurontwikkeling is een nadeel. 

De diepspoeler, ook wel trechtermodel genoemd, wordt steeds meer toegepast. Voordelen van de diepspoeler: de fecaliŽn verdwijnen meteen uit het zicht, de geurontwikkeling is geringer en er zijn nauwelijks "remsporen" zichtbaar. Nadelen: het water kan hinderlijk opspatten en er is geen controle van de fecaliŽn mogelijk (vooral bij kinderen kan controle belangrijk zijn).
De voordelen van beide zijn te combineren: een diepspoeler waar ook niet-gezinsleden vaker gebruik van maken (meestal in de buurt van de woonkamer) en in de badkamer een vlakspoeler (de badkamer is toch wat meer privť).

   
vlakspoeler:

diepspoeler:

   
type pk 
(achter):
type ao (onder):


Afvoer
De methode van afvoeren kan verschillen: vrijwel alleen de typen naar achteren (type PK) of naar onderen (type AO) zijn nog verkrijgbaar.
Wat betreft de plaatsing van de toiletpot zijn er ook twee typen potten: het  wandcloset ("zwevend" toilet) en het staande model.
De wandclosetten hebben uiteraard altijd een achteruitgang. Ook zijn wandclosetten meestal diepspoelers, wellicht omdat het in eerste instantie meestal buitenlandse modellen waren (en dus geen vlakspoelers) of men vermoedt dat de kracht van het water uit de stortbak niet groot genoeg is om de ontlasting goed weg te spoelen.
De staande modellen kunnen zowel naar achter als naar onder afvoeren.


staande potten met wandreservoirs:
   
wandcloset duoblok:
   
wandclosetten met spoelbak in muur:


Waterreservoir
Het waterreservoir is meestal een gesloten bak die rechtstreeks aan de toiletpot is bevestigd of via een pijpje net boven de toiletpot. Bij de rechtstreekse bevestiging aan het toilet spreken we van een duoblok. Vroeger werd een hoog opgehangen stortbak gebruikt waar het spoelmechanisme door een trekkoord in werking werd gezet. Al lange tijd zijn er lager hangende reservoirs. Het duoblok is bijna uitsluitend als diepspoeler verkrijgbaar; voordeel is dat het duidelijk wat aardiger oogt dan een gewoon wandcloset met een waterreservoir dat door een buis met de pot is verbonden.
Steeds vaker treffen we het systeem aan waarbij de spoelbak in de muur is ingebouwd waardoor het reservoir aan het zicht wordt onttrokken en de muur fraai achter en onder het wandcloset kan doorlopen wat een veel strakker uiterlijk geeft (foto's hierboven, van Grohe en Geberit).


Vermalers
Normaal gesproken wordt met een buis van ca. 12 cm diameter afgevoerd op het riool. Een uitzonderlijk model is de Sanibroyeur (foto onder), een vermaler die wordt toegepast op plekken waar geen rioleringsbuis voor een toilet aanwezig is maar wel een toilet gewenst is: hij maalt bij het doorspoelen de fecaliŽn klein zodat de uitvoer door een smallere slang kan, een soort wasmachineafvoer. Ook een vermaler is het vacuum toilet system van BioCompact dat werkt met een afvoer die veel smaller is dan de gebruikelijke; door het vacuŁmsysteem kan zelfs de bron lager staan dan het centrale vacuŁmapparaat. 


vermalers:


Oudere modellen

De Romeinse variant van de toiletpot is te zien op de eerste foto onder. 
Een niet eens zo heel oude vorm van wc is het houten gebouwtje waar de "toiletpot" gevormd werd door een forse houten platte zitting en een rond gat dat naar de beerput leidde. Dat gebouwtje stond om begrijpelijke redenen vaak buiten en werd ook wel een latrine genoemd. Als er geen sloot o.d. onder de toiletruimte was, werden de uitwerpselen opgevangen in een grote ton onder het gat; deze ton werd op gezette tijden (eens per week?) door de vuilophaaldienst vervangen door een schone ton. (Vůůr de tijd van de vuilophaaldiensten werden de in de goot geworpen uitwerpselen door speciale mannen opgehaald en verkocht als mest; toen men de relatie tussen menselijke uitwerpselen en bepaalde ziekten ging leggen, werd de hygiŽne belangrijker, ging de gemeente het afval ophalen en werd dit verbrand.) Soms werd de toegangsdeur voorzien van een uitgezaagd hartje, voor iets licht in de duisternis. (De foto toont een variant binnenshuis.)


romeinse variant: 


houten platte zitting: 


Franse toilet
Een geheel ander model is het zogenoemde Franse toilet, ook te bewonderen in China: een gat, met afvoer, in de grond en eilandjes voor de voeten (foto rechts). Deze vorm van wc's komt niet zo vaak meer voor. 


frans toilet:


"Zitting"
In zeer oude huizen kwam men nog wel een wc tegen als een grote stoel met een fors gat erin, waarbij de ontlasting direct in een sloot viel of (later, bij oude arbeidershuisjes) in een ton die regelmatig door de Gemeente werd geleegd.


De term toilet is ontleend aan het Frans toilette (kleine doek, fijne stof), een verkleinwoord van het Franse toile (linnen, doek), dat teruggaat op het Latijnse tela (weefsel, spinnenweb), dat via texla (weefsel) is afgeleid van het werkwoord texere (weven). In het Frans was toilette eerst de naam voor een kostbare stof, meestal linnen. Deze luxestof werd gebruikt voor de bescherming van nieuwe stukken stof of kleding, en ook om over kaptafels heen te leggen. Vandaar ging de naam over op de kleding en op dergelijke toilettafels zelf, en later op de ruimten waarin zulke meubels stonden. Deze kleedkamers kregen vervolgens stromend water en soms een wc. Later werd de ruimte waar de wc staat toilet genoemd. Bron Etymologiebank.

De term latrine is afkomstig van het Latijnse latrina (badkamer, toilet, riool), een samentrekking van lavatrina, dat gevormd is bij het werkwoord lavare (baden, (zich) wassen) met het achtervoegsel -trina dat een werkplaats aanduidt; bron Etymologiebank.

Voor de echte klusser: installatie van de toiletpot (Brico).

Met dank aan o.a. Hans Slim van het Instituut voor Binnenhuisarchitectuur.

Zie ook bidet.