home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

advertenties:


tocht

 

tocht

1. Ook: trek. De tocht is de ongewenste luchtstroom in een ruimte, meestal ongunstig ervaren, vooral als het een koude luchtstroom is.
Zie ook tochtstrip.
Eng. darught, draft (Am.); hinderlijke tocht is inconvenient draught; tocht tegengaan is to counter draugt; tochtstrip is draught excluder, wether strip, wetherstripping, draught-proofing strip; tochtdeur (in een woning) is  vestibule door


2. Bij het heien:
(a) Een tocht is een serie van 30 slagen op een heipaal.
(b) Een tocht is elk stuk van 250 mm dat op een heipaal is aangegeven om het aantal slagen te bepalen dat nodig is om dit stuk de grond in te heien.


meer tochten bij het kalenderen:


Zie ook kalenderen en een stukje geschiedenis van de fundering.
Eng. series of blows


3. In de polder:
(a) Een tocht is een poldervaart in droogmakerijen. 
(b) Een tocht is een verbindingssloot tussen poldersloten e.d.
Eng. collector canal


Algemeen, bron Etymologiebank:
De huidige algemene betekenis "verplaatsing, gang, trek, reis" is pas 16e-eeuws en gaat rechtstreeks terug op die van het werkwoord tijgen "gaan, zich verplaatsen, trekken".
De betekenis "watergang", in het bijzonder "sloot die op een molen, gemaal, uitwateringssluis e.d. aansluit" berust op het "verplaatsen" van het water. Hetzelfde geldt voor de hedendaagse betekenis "luchtstroom in min of meer afgesloten ruimte", bij uitbreiding ook wel "sterke luchtstroom buiten, langs een gebouw e.d.".