De
stalen buispaal is een heipaal die wordt opgebouwd uit
segmenten van stalen buizen die door middel van draaien of wrikken in combinatie met pulsen op diepte
wordt gebracht. De paal wordt samengesteld uit holle stalen segmenten met een lengte van ca. 2 meter, die door elektrisch lassen onderling verbonden worden.
Wanneer de voet van de buispaal, die is afgesloten met een metalen deksel, de draagkrachtige laag heeft bereikt, wordt de paal volgestort met
beton en voorzien van wapening.
Het deel van het buissegment dat te ver boven het maaiveld uitsteekt wordt
"afgezaagd".
De massa van het valblok is afhankelijk van de paalafmeting en van de grondsoort;
vaak kan met een licht valblok worden volstaan (zie de tweede foto hieronder).
De stalen buispaal is de meest flexibele paaltechniek voor gebruik in een beperkte ruimte en
onder moeilijke omstandigheden. Afhankelijk van de werkomstandigheden, de
paalafmetingen en de bodemgesteldheid kan gewerkt worden met zeer kleine demontabele machines op
wielen (die door een smalle deuropening naar binnen kunnen) tot zware op rupsbanden voortbewogen machines.
Voordelen (met dank aan Vermeulen): - kleine werkruimte of werkhoogte
- werkt op moeilijk bereikbare plaatsen - trillingsarm
- grote draagvermogens per paal
- snelle installatie- en realisatietijd
- geen schade aan tuin of pand
- iedere gewenste lengte heipaal.
Het woord buis is mogelijk afkomstig uit het Franse buse (buis, pijp), dat wellicht een nieuwvorming is uit het Oudfranse verkleinwoord
busel (buis, koker, pijp van een muziekinstrument) dat afgeleid is van
het Gallo-Romaanse bucellum, dat op zijn beurt een verkleinwoord is bij
het Latijnse bucina, buccina (hoorn, bazuin); bron Etymologiebank.
Het woord paal is een vroege ontlening aan het Latijnse palus,
verkleinwoord paxillus, (paal), dat waarschijnlijk teruggaat op een oudere vorm
pak-slos en verwant is met het werkwoord pangere (in de grond slaan,
bevestigen); bron Etymologiebank.