home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


sloot

 

sloot

Een sloot is een lijnvormige, gegraven watergang die primair dient om overtollig lokaal water af te voeren. Overtollig water kan bijvoorbeeld ontstaan door regenval en smelten van sneeuw. 
Een sloot watert af op een beek, rivier, tocht, kanaal of boezem, vaak via een gemaal of een bredere waterloop als tussenstap. Met een totale lengte van meer dan 330.000 km hebben sloten in Nederland een zeer belangrijke functie in de nationale waterhuishouding. Hoewel veel slootwater lage tijden stil kan staan, moet het slootwater goed kunnen doorstromen om overtollig water in korte tijd af te voeren. Regelmatig worden sloten daarom schoongemaakt (youtube-filmpje), vooral in gebieden waar veel kroos en riet groeit of waar bladeren en takken in sloten kunnen vallen.
Naast het afvoeren van water kunnen sloten ook voor het extra bevochtigen van de gronden zorgen, door kunstmatig de waterstand te verhogen via gemalen of stuwen en stuwtjes. (Bij het opstellen van een peilbesluit zijn de gebruiksfuncties van een gebied het uitgangspunt, bijvoorbeeld landbouw, natuur en bebouwing. Deze gebruiksfuncties stellen verschillende eisen aan de hoogte van een waterpeil. De landbouw wil vaak een laag waterpeil, voor de natuur is echter een hoog waterpeil beter. Het waterschap stelt het watersysteem af op de functies in het gebied, zoals die zijn vastgelegd in het Provinciaal Waterplan. Zie bijvoorbeeld ook het Peilbesluit De Keulevaart, een veenweidegebied in de Lopikerwaard).

De breedte van een sloot is wat discutabel, maar minimaal is dat ca. 0,5 m en van max. 8 m breed. Veel sloten zijn ca. 2 m breed. De diepte van een sloot is meestal maar ca. 0,5 m (theoretisch < 3 m). Als een sloot smaller is dan ca. 0,5 m en ook nog ondiep dan wordt die meestal greppel genoemd. Een sloot groter dan 8 m wordt meestal vaart, tocht of kanaal genoemd. Diverse gegevens als breedte, diepte, vorm e.d. van de watergangen (xls).

Sloten hebben vaak stilstaand water en, vooral in het hoge deel van Nederland, kunnen ze 's zomers droogvallen. In het lage deel van Nederland liggen zeer veel sloten, vooral in veengebieden bestaat 10 tot 20% van het gebied uit sloten.

Sloten met een te steile oever zijn nadelig voor kruipende dieren als egels e.d. Bij sloten waar vee niet onmiddellijk in de buurt is, hebben natuurlijke oevers de voorkeur. (Natuurlijke oevers)

Functies van sloten zijn:
- afvoer overtollig water (lokaal hemelwater via grondwater)
- mederegelen grondwaterspiegel aangrenzende gebied (aanvoer via gemalen en stuwen)
- buffercapaciteit (voor het water, indien in korte tijd veel regen valt)
- drenken van vee (drinkwater voor het vee, zelfstandig bij sloten met hoog water en bij sloten met laag water kan het vee via speciale apparatuur met de neus zelf een pompje in werking stellen)
- veekering (de sloot houdt het vee meestal binnen het weiland)
- scheiding van percelen (verdelen van land in percelen)
- transport over water (komt niet veel meer voor).


vele sloten evenwijdig aan elkaar in het veenweidegebied bij de vlist bij molen bonrepas; de sloten wateren af op een wetering (een grotere sloot in een laagveenland); vliet is een oude naam voor een waterloop;
klik voor groter (locatie in google maps):


percentage wateroppervlak van sloten in nederland; de veenweide gebieden hebben zeer veel sloten;
klik voor groter (compendium voor de leefomgeving):


sloot, bijna drooggevallen (foto joostdevree):


een op afstand bestuurbare stuw, waardoor de hoeveelheid water kan worden geregeld die van een hoger gelegen watergang naar de sloot wordt gevoerd; hier een klepstuw (foto joostdevree):


Documentatie
- Oppervlakteater in Nederland (van Compendium voor de leefomgeving)

- Peilbesluit De Keulevaart

- Youtube-filmpje schoonmaken van een sloot

- Diverse gegevens als breedte, diepte, vorm e.d. van de watergangen (xls)

- Natuurlijke oevers; handreiking voor ontwerp, aanleg, inrichting, beheer en onderhoud (van Lucienne Vuister)


De term sloot is vermoedelijk afkomstig van het woord sluiten, waarmee bedoeld werd dat de sloten de percelen grond /wieden afsluiten, van elk scheiden.
Een zwet of zwetsloot is een grenssloot; zie zwetsloot.

Met dank aan o.m. Leestekens van het landschap

Verg. kwelsloot (bij kwel), aha, tocht, boezem, gracht, vaart, retentie.

Meer watergangen (waterlopen).

Eng. ditch (meer een greppel eigenlijk), dike, gully