home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


sifon, zwanenhals, onderdoorgang

 

sifon

1. Ook: zwanenhals, stankafsluiter. Een sifon is een stankafsluiter bij bijvoorbeeld een wastafel die berust op het feit dat een waterslot een pijp luchtdicht afsluit. Meestal heeft de sifon de vorm van een zwanenhals zodat er onder normale omstandigheden altijd water in de hals blijft staan.
Er zijn vijf soorten van deze sifons, ingedeeld naar hun vorm: 
de S-sifon, P-sifon, flessifon, bekersifon en de (zeer) platte sifon (voor een bad of douchebak).


vier soorten sifons (techniek om je heen):


design sifon (reuter badshop):


een platte sifon voor bijvoorbeeld een douchebak (wonenwonen):


Het woord sifon is ontleend aan het Franse siphon (hevelfles), van het Latijnse sipho (buis, brandspuit), dat ontleend is aan het Griekse siphon (buis, hevel, brandspuit), een technische term van onzekere verdere herkomst. Het woord komt tot in de jaren 1960 vooral voor in de combinatie een sifon spuitwater, daarna pas in de betekenis "afvoerbuis". Bron Etymologiebank.

Zie ook beluchter (zorgt ervoor dat de sifon niet leeggezogen kan worden), lozingstoestel.

Verg. waterslagdemper.

Eng. S-trap


2. Een sifon is een onderdoorgang voor water bij een rivier.



Verg. duiker/zinker.

Eng. siphon