schip met dubbele zijbeuken van de bovenkerk, kampen:
Het woord schip is ontleend aan het Protogermaanse skipa (schip). In Indo-Europees verband laat zich de oorspronkelijke betekenis gemakkelijk uit die van de wortel afleiden, namelijk
"uitgehouwen, uitgeholde boomstam", de oudst bekende vaartuigsoort.
De betekenis "schip van een kerk" is een navolging van het Latijnse
navis (schip) dat deze overdrachtelijke betekenis waarschijnlijk erbij kreeg doordat de Romeinen
het Griekse naos (tempel) opvatten als
naus (schip). Een andere verklaring is dat deze metafoor berust op de gelijkenis van het kerkdak met een omgekeerde scheepskiel.
Bron Etymologiebank.