home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


scharreren, frijnen

 

scharreren

1. Scharreren lijkt op frijnen: groeven, en daarmee ribben, hakken in steen. Met een scharreerbeitel of een ceseel (brede beitel) worden kort naast elkaar gelegen evenwijdige groeven gehakt, waarbij de groeven niet in elkaars verlengde hoeven te liggen. De tweede foto toont een scharreerbeitel van 19 cm lengte met een klopperkop en een snijbreedte van ca. 5 cm breedte. 
Ook machinaal wordt gescharreerd.

Zie Natuursteenbewerkingen.


gescharreerd oppervlak;
klik voor groter (bärlocher natursteine):


scharreerbeitel met klopperkop en grote snijbreedte;
klik voor groter (beeldhouwwinkel):


In Duitstalige landen kunnen de methoden in scharreren globaal verdeeld worden in:
- bunt scharriert (kris-kras behakt)
- aufschlagen (zuiver gescharreerd, groef na groef).

Het woord is ontleend aan het Duitse scharrieren (scharreren).
Eng. to boast


2. Scharreren is vanaf de Middeleeuwen ook een manier om het metselwerk een minder ruw uiterlijk te geven. 
"Om het metselwerk een gladder voorkomen te geven namen de metselaars al vanaf de Middeleeuwen ook wel hun toevlucht tot het 'scharreren' van een gevel, d.w.z. dat zij met een beitel een dun laagje van het muurwerk af hakten, totdat de meeste baarden (de plooien die in de klei ontstaan bij het vormen) eraf waren. Nadat de gevel van een uiterst dunne pleisterlaag voorzien was, kon men de bakstenen vervolgens met de hand op de gevel schilderen, waarbij overigens wel het patroon van het onderliggende metselverband nauwgezet werd gevolgd. Op sommige gevels zijn de sporen van de beitel nog zichtbaar."

Aangehaalde tekst van Amsterdamse Binnenstad.