home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

advertenties:


schacht

 

schacht

1.De schacht is in de klassieke architectuur het opgaand deel van een zuil, pilaster e.d. tussen basement (voetstuk) en kapiteel. Vaak zijn er cannelures in de schacht aangebracht. Een voorbeeld van een wetmatigheid in de Renaissance is de klassieke kolom, die altijd dezelfde onderdelen heeft (basis, schacht, kapiteel) en in een vaste verhouding. Een ander voorbeeld is de Toscaanse zuil, die juist een gladde schacht heeft. 



Mogelijk is het woord schacht verwant met het Latijnse scapus (schacht, steel). De betekenis van het woord schacht is ontwikkeld uit het Oudnederlandse skaft met de gebruikelijke klankovergang van ft naar cht. Bron Etymologiebank. (Verg. de Engelse benaming waar de ft is gebleven.)

Eng. shaft


2. Een schacht is een kokervormige toegang naar een ondergrondse ruimte (Van Dale), zoals bv. een mijnschacht.


mijnschacht emma-mijn;
klik voor groter:


De betekenis "mijnschacht" is aan het Duits (13e eeuw) ontleend, waar deze zich heeft verspreid vanuit de mijnbouw in de Harz. De vorm is Nederduits wat net als in het Nederlands de -cht- inplaats van -ft- verklaart. Bron Etymologiebank.

Eng. shaft


3. Een schacht is een breed, meestal verticaal, kanaal in een gebouw, bijvoorbeeld een liftschacht.

Eng. shaft


4. Een schacht is een mantel die om een object geschoven kan worden, bijvoorbeeld de mantel van een heipaal of een sonderingsconus.

Eng. shaft