home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


schaal

 

schaal

1. Een schaal is een systematisch verdeelde lijn die als maatstaf dient; bijvoorbeeld de temperatuursschaal in Celsius, de peilschaal NAP of de hardheidsschaal van Mohs.

De term schaal is ontleend aan het Duitse Skala of het Engelse scale, beide met de betekenis "maatstaf". Zowel het Duits als het Engels hebben het woord ontleend aan hetzij het Italiaanse scala (trap, ladder), hetzij direct aan het Latijnse scalae (trap, traptreden, ladder), eigenlijk meervoud van scala dat is afgeleid van het werkwoord scandere (klimmen, bestijgen). Bron Etymologiebank.

Eng. scale


2. De schaal is bij bouwtechnisch tekenen de maat waarin een afgebeelde voorstelling overeenkomt met de werkelijkheid. Een schaal van 1:100 wil zeggen dat 1 cm op de tekening in werkelijkheid 100 cm is.
De schaal die op een bouwtekening gebruikt wordt, moet corresponderen met de informatie (de mate van detaillering) die verstrekt wordt: "per schaalniveau moet slechts getoond worden wat voor die tekening (op dat schaalniveau) noodzakelijk is; vloertegels intekenen bij een schaal van 1:200 is niet slim, wel bij een schaal van 1:50 bijvoorbeeld".


schaalkeuze (bouwtechnisch tekenen tu delft):

1:10000
1:5000
1:2000
stedenbouwkundige tekeningen
1:1000 stedenbouwkundige tekeningen,
situatietekeningen
1:500 situatietekeningen
1:200 grote gebouwen, 
overzichtstekeningen (bijvoorbeeld woningblokken)
1:100 gebouwen
1:50 kleine gebouwen (bijvoorbeeld woningen),
fragmenten van gebouwen
1:20 fragmenten van gebouwen
1:10 meubels, kasten, trappen e.d.,
details,
constructieve knooppunten
1:5 details
1:2 details, vanwege verwarring met de schaal 1:1 wordt deze vaak afgeraden
1:1 details



voorbeeld van het verschil aan detaillering bij een deur bij verschillende schaalniveaus (bouwtechnisch tekenen tu delft):


Met dank aan Bouwtechnisch Tekenen TU Delft.

Zie ook doorsnede.

Eng. scale; schaal 1 op 10 is scale 1 to 10


3. Een schaal is een (harde) schil of schotel, denk bijvoorbeeld aan een koepeldak, schaaldak, hypparschaal.

 


De term schaal in deze betekenis is ontleend aan het Protogermaanse skalo (harde buitenkant van vruchten of dierlijke producten); bron Etymologiebank.

Eng. shell