Ruilverkaveling is het herverdelen van agrarische grond, ofwel het ruilen van kavels
boerenland waardoor grotere,
aaneengesloten kavels ontstaan en de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf economischer kan plaatsvinden.
De ruilverkaveling is in Nederland al begonnen omstreeks 1890.
Schaalvergroting en mechanisering waren belangrijke middelen om tot een
economischer agrarische sector te komen. De ruilverkaveling zorgde voor de
gewenste schaalvergroting. De eerste ruilverkavelingswet stamt uit 1924,
maar vooral na de Tweede Wereldoorlog is veel land herverdeeld (vanaf ca. 1950).
De ruilverkavelingswet werd in 1985 vervangen door de Landinrichtingswet; vanaf
die tijd werd de aandacht verlegd van ruilverkaveling naar het herinrichten van
het land, bijvoorbeeld landbouwgronden worden natuurgronden of
recreatiegebieden.
Een stukje uit een artikel uit het Tijdschrift
van het Cultureel Erfgoed over het soms ambivalente karakter van het
ruilverkavelde landschap:
"Grotere kavels, nieuwe rechte wegen en nieuw gebouwde boerderijen zorgden voor een 'rationeel' landschap. Dat vertoont vaak veel kenmerken van het oorspronkelijke landschap, dankzij versterking van de oude karakteristieken, zoals boomlinten, dijkjes en bosschages. In sommige gevallen zijn zulke
kenmerken echter uitgewist en heeft een letterlijke vervlakking van het beeld de overhand gehad. Vooral dit laatste heeft zich in de hoofden van velen genesteld, terwijl het eerste veel frequenter voorkomt."
Gids enz: Na de Tweede Wereldoorlog zag men in dat modernisering van de landbouw niet beperkt kon blijven tot verbetering
van de bedrijfsmatige omstandigheden van individuele agrarische bedrijven of lokale gemeenschappen. De
aandacht richtte zich toen ook op de sector als geheel. Met als
niet altijd expliciete doelen het opheffen van kleine en daardoor niet meer levensvatbare boerenbedrijven, het
verbeteren van de voorzieningen op het platteland en van de maatschappelijke positie van de boer en zijn
gezin.
Schaalvergroting en mechanisering werden hierbij belangrijke thema's. Ruilverkaveling werd niet overal en altijd met open armen
ontvangen. Immers, het opheffen van de kleine bedrijven kon leiden tot verlies van inkomen en zelfstandigheid, dan
wel tot gedwongen overstap naar een ander beroep. Ook de spanning tussen het agrarische belang en de belangen
van natuur en landschap leidde soms tot heftige reacties. In een enkel geval zelfs tot gewelddadige uitbarstingen met
politie-ingrijpen. Echter, de meestal aantoonbaar gunstige resultaten konden uiteindelijk vrijwel alle boeren overtuigen
van het nut en de noodzaak van de ingrepen. Dat maakte de weg vrij voor grootscheepse toepassing."