Geschiedenis van de ramen, met voorbeelden in Amsterdam
Kruiskozijn en glas-in-lood
(begin 17e eeuw)
17e eeuwse huizen hadden kruiskozijnen: kozijnen die in het midden
verdeeld worden in vier delen door een meestal houten kruis. Ze werden
tot ±1700 toegepast, meestal voorzien van luiken. De ruitjes waren
ongeveer 10 x 15 cm.
Voorbeeld: Bloemgracht
87-91, reconstructie.
Kruiskozijn met houten roeden
(±1640)
Na 1640 wordt geen glas-in-lood meer toegepast. De kwaliteit van het
glas werd beter, waardoor men grotere ruitjes kon maken: ongeveer 20 x
25 cm. Lood was te slap om dat formaat de nodige steun te geven en werd
daarom vervangen door roeden van hout.
Voorbeeld: Singel
85, waarschijnlijk oorspronkelijk wel met glas-in-lood.
Schuifraam met kleine roedeverdeling
(±1700)
Omstreeks 1685 verscheen er een nieuw type kozijn: een schuifraam
zonder kruis, waarvan het bovenste deel vastzat en het onderste kon
schuiven. Dit venster wordt in Amsterdam na 1700 algemeen teoegepast. De
eerste schuiframen hadden in de breedte vijf of zes ruiten in houten
roeden.
Voorbeeld: Geldersekade
8.
Schuifraam met grotere ruiten
(±1750)
Toen omstreeks 1750 de kwaliteit van het glas weer beter werd, waren
er nog vier ruiten nodig. Voorbeeld: Herengracht
493.
Schuifraam met grotere ruiten
(±1790)
Na 1790 nam het aantal ruiten in de breedte zelfs af tot drie of
twee.
Empire-venster met accent op middenas
(±1810)
In de 19e eeuw kwamen de Franse vensters in de mode: dit waren geen
schuiframen, maar naar binnen opendraaiende ramen. Deze vensters zijn te
herkennen aan de dikkere middenas.
Voorbeeld: Herengracht
40.
Schuifraam zonder accent op middenas
(±1840)
Het Empire-venster beïnvloedde ook het schuifraam dat gelijktijdig
bleef bestaan. Deze vensters zijn te herkennen aan het ontbreken van de
dikkere middenas.
T-raam
(±1870)
Na 1850 kwam industrieel gemaakt glas op de markt, dat goedkoper was
en het mogelijk maakte om ook in de schuiframen van eenvoudige huizen
maar twee ruiten in de breedte te plaatsen. Het vaste bovendeel, het
bovenlicht, werd van één enkele ruit voorzien. Het T-raam werd echter
ook vaak toegepast met naar buiten opendraaiende ramen. Voorbeeld: Herengracht
572.
De neostijlen van de 19e-eeuw brachten een tijdelijke terugkeer naar glas-in-lood, terwijl de
Amsterdamse School
weer kleinere ruiten terugbracht. Sindsdien zijn er steeds grotere glasplaten
gebruikt, waardoor de houten roeden zelfs geheel verdwenen.
Veel gevels geven een rommelig beeld omdat ze op elke verdieping een ander
venstertype hebben. Echter, bij restauraties brengt men vaak de oorspronkelijke,
houten roedenverdeling terug. De oorspronkelijke maat van de roedeverdeling is
bij 18e eeuwse gevels vaak gemakkelijk af te leiden aan het ritme van de naar
boven lager wordende vensters (de ruitjes hadden over de gehele gevel immers een
vaste maat). Bovendien zijn soms in de kleine raampjes van de kroonlijst nog de
oorspronkelijke ruitjes aanwezig.