Met
de term "prairiehuis" duidde men op een bepaald type huis dat Frank
Lloyd Wright tussen 1900 en 1911 ontwikkelde.
Wright
zelf sprak over de manier van wonen die het beste bij de prairie rond Chicago
paste: "Wij in het middenwesten wonen in de prairie. De prairie heeft zijn
geheel eigen schoonheid. We moeten deze natuurlijke schoonheid, de stille verte,
erkennen en benadrukken." En later schreef hij: "Ik had het idee dat de
horizontale vlakken van de huizen bij het aardoppervlak horen." Wright
ontwierp soms het gebouw zelfs over en tussen lage heuvels in de prairie,
een voortzetting van de integratie van het huis in de omgeving.
Kenmerken van het prairiehuis zijn:
-
licht hellende daken
- lage hoogten
- rustige silhouetten
- compacte massieve schoorstenen
- beschermende overstekken
- laag aangezette terrassen
- uitgebouwde lage muren die kleine
tuinen begrenzen.
- een brede band van hoge, soms
zelfs verdiepinghoge ramen
- integratie van het huis in zijn omgeving.
Ook de plattegrond van het prairiehuis had de openheid van de prairie: open
ruimten, niet zozeer door tussenwanden en deuren van elkaar gescheiden maar door
eenvoudige architectonische kunstgrepen. Deze zgn. open plattegrond van
het robuuste prairiehuis gaf een ander accent aan de muren. "Ik zag de muur
niet langer als de zijkant van een kast. Hij was de afsluiting van de ruimte die
alleen bescherming tegen en storm en hitte bood als het echt nodig was. Maar hij
haalde ook de buitenwereld naar binnen en liet het binnenste van het huis naar
buiten dringen." (Uit het artikel A home in a prairie town, 1900.)
De open haard was vaak het middelpunt van de ruimte en werd als ruimteverdeler
toegepast.
Constructie en interieur was bij de prairiehuizen van natuurlijke materialen (vooral
baksteen en hout).
a home in a prairie town (1900):
meest kenmerkende prairiehuis: het huis
voor f.c. robie (1908):
maquette robiehouse:
interieur robiehouse:
prairiehuis voor ward w. willits (1902):
interieur willitshouse:
Het woorddeel prairie is afkomstig van het Franse prairie, van het
Oudfranse praerie (12e eeuw), van het vulgair Latijnse prataria,
van het klassiek Latijnse pratum (weiland; oorspronkelijk kuil). Het al
uit de middeleeuwen stammende woord is verloren gegaan en opnieuw geleend om de
Amerikaanse vlakten te beschrijven. Franse kolonisten gebruikten prairie om de uitgestrekte grasvlakten in
de delta van de Mississippi te beschrijven; het woord werd door Engelstalige kolonisten overgenomen.
Het woord is in het Nieuwnederlands opnieuw ontleend aan Amerikaans-Engels prairie.
Bronnen Online Etymologie
Dictionary en Etymologiebank.