Ook:
aandachtswijk, Vogelaarwijk, later krachtwijk genoemd.
Prachtwijk en de andere eufemismen zijn politieke benamingen voor één van de achterbuurten waar
(extra) veel geld van overheid en woningcorporaties besteed wordt aan het
opknappen van de wijk en geprobeerd wordt de ongeďnteresseerde of
defaitistische of vandalistische mentaliteit van een deel van de
bewoners te veranderen.
De
term is waarschijnlijk door het ministerie van Wonen, Wijken en Integratie
verzonnen: minister Ella Vogelaar heeft in 2007 deze term
voor het eerst gebruikt voor een 40-tal wijken in Nederland die
werkelijk een opknapbeurt nodig hebben. Vogelaar was programmaminister voor integratie en inburgering, coördinatie integratie minderheden, antidiscriminatie,
grotestedenbeleid, wonen, huisvesting, huurbeleid en huurtoeslag, buurtbudgetten, bestrijden van lokale overlast en bevorderen buurtgerichte veiligheid.
Vanuit een aantal van deze gebieden is het doel
"prachtwijken" ontstaan.
Volgens andere bronnen zijn er echter wel 300 wijken die dit predicaat
zouden mogen hebben.
Later is, waarschijnlijk door het tegenstrijdige karakter van de term
prachtwijk, de naam van dergelijke wijken veranderd in krachtwijk. Met woorden
kunnen velen goed omgaan, nu nog de daden.
Situatie
eind 2009:
Ook
"Europa" steekt hier, zoals zo vaak, weer een stok in het wiel: zijn
de overheidsbijdragen al of niet rechtmatig? Dat moet natuurlijk weer
onderzocht worden en tot die tijd, dat kan heel lang duren, kan er
vrijwel niets ondernomen worden (afgezien van die vele duurbetaalde maar
nutteloze baantjes die bij dit soort steekspellen worden geschapen).
Situatie 2010:
Je hoort niets meer over prachtwijken en andere eufemismen. Het geld is
waarschijnlijk op en wat is er gedaan?
Situatie 2011:
Een vergelijkbaar probleem vormt de zogenoemde gemengde woonwijk, waarbij de
onderklasse zich moet kunnen optrekken aan de welvarender buurtgenoten. Helaas,
dat gebeurt niet. In de praktijk leven de bewoners langs elkaar. De welvarender
bewoners houden hun eigen netwerk en gaan niet om met de anderen (die willen dat
zelf waarschijnlijk ook helemaal niet).
De mengprofeten geven als voorbeeld een wijk waar een laag gemiddeld inkomen is
en er toch geen problemen zijn. Het bleek echter dat daar veel studenten en
starters woonden; twee allesbehalve kansarme groepen. (Bron "Gemengde
woonwijk, een lief ideaal maar het werkt niet", interview met emeritus
hoogleraar sociale geografie Rob van Engelsdorp Gastelaars in Cobouw
13 oktober 2011.)